woensdag 30 januari 2008

CLXXXV

Toen Tamar Sam weer tot rede had kunnen brengen en ervan had weten te overtuigen geen overhaaste beslissingen te nemen, kon ze eindelijk de telefoon neerleggen en haar Blackberry checken. Ze had twee berichten van Thomas. Het eerste bericht van Thomas was van vijf uur die middag, nu ruim een uur geleden. Het was kort maar verontrustend: ‘Die kerel met die sik die jij steeds zag heet Alessandro Grimani. Ik heb het van DiMatteo. Kun je een google-search doen?’ Het tweede bericht was van een paar minuten later. ‘Hij woonde samen met je zus. Eng maar rijk, dat laatste zal wel de doorslag hebben gegeven.’ Dat was alles. Ze probeerde Thomas te bellen maar hij nam weer eens niet op. Ze googelde Grimani maar kreeg geen enkel buikbaar resultaat. De enige Alessandro Grimani die kwam bovendrijven was een veertienjarige pupil van de voetbalclub AC Bellinzona. Ze smste Thomas het resultaat en vroeg hem haar zo snel mogelijk terug te bellen. En nu echt. Ze wilde geen onduidelijkheid meer over waar hij uithing en wat hij aan het doen was. Ze probeerde de sms zo streng mogelijk te formuleren en hoopte dat het effect zou hebben. Daarna pakte ze haar tas en jas en maakte zich klaar om naar het restaurant te lopen. Het regende zachtjes toen ze richting het restaurant liep. Ze had haar nieuwe schoenen aan en vond dat ze goed liepen ondanks de dunne hak. Het restaurant was rustig en in de hoek zat een dikkige kalende man, hij had een aantal haren over de kale plek op zijn hoofd gekamd. Hij droeg een licht pak met een lichtblauwe das. Toen hij Tamar zag stond hij op en stak zijn hand uit ‘Leslie Craven, nice to meet you’. Hij had en klein gouden klarinetje op zijn revers gespeld. Onwillekeurig vroeg Tamar zich af of dit een geheim teken was.

dinsdag 29 januari 2008

CLXXXIV

Het was pas aan het begin van de ochtend voordat Thomas eindelijk zijn bed in rolde in het B&B. De nachtreceptionist had een bericht achtergelaten dat Tamar gebeld had. Ook daar dus. Hij was echt te moe om haar te bellen. De naam Alessandro Grimani bleef door zijn hoofd spoken. Waarom zou de man waarmee Hannah samenwoonde, een vriend of haar minnaar, Hannah volgen? En niet op een subtiele manier. Tamar had hem meerdere keren gezien. Waarom deed die Grimani zo opvallend? Wie was hij en hoe kende Hannah hem? DiMatteo had een beetje vraag gedaan, toen hij erachter was gekomen dat de man met de baard Grimani bleek te zijn. Hij had iets gemompeld over “interessant” en “belangwekkend”, maar verder weinig losgelaten. Thomas was er bijna gek van geworden. Wie Grimani was, wat hij deed en wat zijn maatschappelijke positie was, bleef onduidelijk. Gezien het huis waar ze woonden, was hij vast een rijke vent. Thomas snoof. Hannah had altijd al een zwak gehad voor een luxe levensstijl. Haar fascinatie voor een mondaine leventje was soms behoorlijk irritant geweest. Had ze nu haar droom waar weten te maken? Het moest niet al te moeilijk zijn voor haar, met haar uiterlijk en figuur, om een rijke, oudere man aan de haak te slaan.

Na wat onrustige uurtjes slaap, werd hij tegen de middag nauwelijks verfrist wakker. Hij stond lang onder de douche om de dufheid uit zijn lijf te krijgen. Aankleden ging langzaam. Het was prachtig weer toen hij naar buiten liep. Hij frommelde twee suikerbroodjes weg en dronk een gloeiend hete espresso bij een tentje in de straat. Al die tijd stuiterde de naam Alessandro Grimani rond in zijn hoofd. Hij stuurde Tamar een sms.‘Maak je geen zorgen. Heb DiMatteo gesproken. Ben met iets bezig. Bel je later.’

maandag 28 januari 2008

CLXXXIII

Het telefoongesprek duurde en duurde maar. Samantha was aan één stuk aan het woord. Ze vertelde haar verhaal soms tussen lange uithalen van tranen door en soms volkomen rustig en coherent. Het was duidelijk dat het niet zo goed ging met Samantha. Zowel haar huwelijk als haar proefschrift als de relatie met haar kind verliepen momenteel niet op rolletjes. Terwijl Tamar probeerde de berichten op haar Blackberry te checken hoorde ze Sam iets zeggen over ‘onrechtmatige daad’ en schoot het door haar hoofd dat Sam misschien wel een postnatale depressie had. Ze sprak de woorden uit en Sam bleef even stil. ‘Ik had het net over mijn begeleider. Dat die man een met het recht geobsedeerde debiel is heeft toch niets te maken met mijn zwangerschap.’ Nu was het Tamar’s beurt om even stil te blijven. ‘Luister Mar, ik weet dat ik redelijk depressief en desperaat overkom, maar ik heb geen postnatale depressie.’
Ze spraken nog een tijd verder. Het gesprek duurde al een uur. Sam dacht er over het proefschrift in de prullenbak te gooien en een andere baan te zoeken. Als ze dat deed had ze één probleem opgelost, dan kon ze daarna aan haar relatie met Paul en de kleine Boris gaan werken. Maar Tamar vond het zonde al dat werk zomaar weg te gooien. Als ze nog even door zou bijten zou ze zometeen een extra titel hebben en zouden de banen voor het oprapen liggen. Tussen al het gepraat door lukte het Tamar niet de berichten op haar Blackberry te lezen. Elke keer als ze eraan begon raakte ze de draad van Sam’s verhaal kwijt en viel er ineens een ongemakkelijke stilte. Ze had nu al iets van drie ongelezen berichten liggen en het leek er niet op dat Sam het gesprek snel zou afronden.

CLXXXII

Het was half vier voordat DiMatteo en hij eindelijk waren uitgepraat. De nachtelijke sessie had hem wel vermoeid, maar Thomas voelde zich licht uitgelaten toen hij eindelijk het politiebureau uitliep. De inspecteur had er op aangedrongen hem naar zijn B&B te brengen, maar dat had hij afgeslagen. Hij wilde een frisse neus halen, had hij gezegd. Maar hij wilde ook alleen zijn en slaap had hij nu toch niet. DiMatteo had hem wel gewaarschuwd voorzichtig te zijn en benadrukte nog maar eens dat hij, net als Hannah, mogelijk gevaar liep. Maar dat had Thomas luidkeels betwist. Hannah had het juweel immers en daar waren de ontvoerders op uit. Terwijl hij de straat uit beende, voelde Thomas de vertrouwde kramp in zijn buik als hij dacht aan Hannah. Niet meer omdat hij haar miste en niet kon begrijpen waarom ze ervan door was gegaan, maar omdat hij zich zorgen maakte over haar veiligheid. Hij probeerde niet te denken aan wat de ontvoerders zouden kunnen doen om haar onder druk te zetten het juweel op te geven. Toen hij zijn telefoon aanzette, had hij verschillende gemiste oproepen en smsjes van Tamar. Hij zou haar zo wel even een sms sturen om haar gerust te stellen. Thomas spitste zijn oren. Er rende iemand over straat. Het geluid kwam van achter hem en kwam steeds dichterbij. Hij balde zijn vuisten en draaide zich om. In het vage licht van de straatlantaarns zag hij dat het DiMatteo was.
‘Sorry,’ sprak de inspecteur buiten adem. ‘Ik ben nog iets vergeten.’ Hij reikte Thomas iets aan. Het was een foto. Toen Thomas het in het licht hield, herkende hij met een schok de man met het baardje.
‘Dat is hem!’ riep hij verrast. DiMatteo keek triomfantelijk terug. ‘Dit is Alessandro Grimani. Uw ex-vriendin woonde met hem samen.’

donderdag 24 januari 2008

CLXXXI

Ze sprak met Colin af dat ze met de privé detective om zeven uur wat zouden drinken in een pub in de buurt van haar werk. Ze werkte daarna de rest van de middag gestaag door aan een advies voor de cliënt van die morgen. Rond vier uur vond ze dat ze voor nu wel even genoeg had gedaan. Ze liet al haar spullen op haar bureau liggen en haar computer aanstaan en trok haar jas aan. Ze liep een rondje door de buurt. Kocht een beker thee bij Starbucks en bekeek de etalages van wat schoenenwinkels. Net toen ze één van de schoenenwinkels binnen wilde gaan voelde ze haar Blackberry afgaan in haar jas. Het was een smsje van Samantha: ‘Waar ben je? Wil je spreken. Gaat niet goed.’ Dat was alles wat er in stond.
Ze smste meteen terug dat ze binnen een half uur naast haar vaste lijn zou zitten en haar kon bellen.
‘Op je werk?’ was haar vraag.
‘Ja, mijn werk. Dankjewel’. Was het antwoord.
Tamar besloot, ondanks de tijdsdruk, de schoenenwinkel in te gaan en een paar zwarte pumps met de houten hak aan te passen. Zoals ze verwacht had, zaten ze als gegoten. Zonder lang na te denken kocht ze de schoenen, pinde het bedrag van 80 pond en snelde ze terug naar haar kantoor. Daar aangekomen wist ze ongemerkt langs de secretaresses te komen en weer achter haar bureau plaats te nemen alsof er niets gebeurd was. De grote tas met schoenendoos moffelde ze achter het ladeblok van haar bureau. Ze toetste Sam’s nummer in en wachtte tot terwijl hij drie keer overging. Toen de telefoon aan de andere kant van de lijn werd opgenomen begon haar Blackberry weer te trillen. Hij draaide woest rondjes over het bureau. “Met Samantha Krijgsman.’

woensdag 23 januari 2008

CLXXX

Even zag Thomas de beverige, dooraderde handen van zijn opa Reginald voor zich, toen de oude man de langwerpige doos voor hen opende. Zijn eed dat hij nooit met vreemden over de herkomst van het juweel mocht praten, had hij al gebroken. Zijn opa had er nooit veel voor gevoeld om het juweel terug te geven. Hij hoorde zijn opa’s stem in zijn hoofd, een stem die net zo trilde als zijn handen. Thomas glimlachte vol genegenheid om die oude baas, die kranige veteraan en zijn unieke kijk op het eigendomsrecht van het juweel.
‘Die Stuarts hebben het mooi verprutst en hoewel Cromwell een smerige rotzak was…’ Die zin maakte hij nooit af. ‘En de Hannovers waren nog erger. Die Duitsers met hun rare gewoonten hadden ons juweel nooit gewaardeerd. Nee, die verdienden het niet om het juweel terug te krijgen. En na de oorlog wachtte ik op een zoon die niet kwam. En hoewel koningin Elizabeth…’
‘Meneer Brevers.’ DiMatteo onderbrak zijn gedachten. Blijkbaar kon hij zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen.
‘Het ligt ingewikkeld,’ zei hij toen maar.
De inspecteur wierp hem een onpeilbare blik toe. ‘Goed. Hoe komt uw ex-vriendin aan het juweel?’
‘Een stommiteit van mijn kant, kan ik wel zeggen,’ zei Thomas verbitterd. ‘In een opwelling heb ik het haar een keer laten zien.’ Hij sloot zijn ogen en schudde zijn hoofd. Hij wilde DiMatteo niet aankijken.
‘Toen was ze ineens weg. En het juweel bleek weg.’
‘Waar bewaarde u het?’
Thomas opende zijn ogen, liet zijn hoofd achterover zakken en staarde naar het plafond. Hij verlangde naar een sigaret en een bel whiskey.
‘Thuis, in een kluis. Maar de combinatie was haar geboortedatum.’
DiMatteo trok een gepijnigd gezicht, maar leverde geen commentaar. Niet dat het nodig was, want Thomas herkende deze uitdrukking – van zijn eigen badkamerspiegel.

dinsdag 22 januari 2008

CLXXIX

Hoewel Tamar er geen hoge verwachtingen van had gehad, was de lunch zowaar leuk geweest. Tamar en haar baas Erik hadden gepraat over het werk, over Londen en zelfs over Rome. Erik bleek idolaat van Rome. Zijn vrouw hield ook van Rome en vooral van Romeinse schoenenwinkels. Hij voegde met een knipoog toe ‘Ik begrijp dus dat je daar wat langer bleef.’ De tijd vloog om en pas rond 2 uur zat Tamar weer achter haar bureau. Omdat het niet zo druk was op kantoor had ze de tijd om alle verlate mailtjes in haar mailbox te beantwoorden en om na te denken. Vooral dat laatste bleek hard nodig. De afgelopen week was er zoveel gebeurd. Ze wist gewoon niet goed waar ze al die informatie kwijt moest. Rond drie uur belde Colin met een oplossing voor dat probleem. Een door een vriend aanbevolen detective wilde met hen afspreken en kon die avond nog. Het zou een vrijblijvend gesprek zijn. Ze zouden de situatie uitleggen en konden vragen stellen aan de man zodat ze inzicht zouden krijgen in wat hij precies voor hen zou kunnen doen. Onwillekeurig vroeg Tamar zich af of er misschien een keurmerk voor privé-detectives was. Zou hij een uurtarief hanteren of een vast bedrag? De jurist in haar wilde aan Colin vragen of de detective algemene voorwaarden had of een ‘niet-goed-geld-terug-garantie’. Haar fantasie sloeg verder op hol toen ze zich afvroeg of er een vakbond zou zijn waar je navraag kon doen naar de betrouwbaarheid van zo’n man. Ze stelde zich ineens voor dat zo’n vakbond vast ook een jaarvergadering had waar dan de nieuwste ontwikkelingen zouden worden besproken en tips zouden worden uitgewisseld. Ze zag een zaal voor zich gevuld met mannen in beige regenjassen achter uitgevouwen kranten met twee gaatjes om doorheen te kijken.

maandag 21 januari 2008

CLXXVIII

Met een tevreden blik in zijn ogen liet DiMatteo zich langzaam terugzakken in zijn stoel. Zijn vingertoppen rustten samengevouwen onder zijn kin.
‘Ik zal helemaal bij het begin beginnen,’ zei Thomas en hij merkte hoe opgelucht hij was dat hij het hierover kon hebben. ‘De familie van mijn moeder komt uit Engeland. Via hen heb ik een erfstuk gekregen. Een juweel dat ooit toebehoorde aan koning Henry VIII.’
DiMatteo sperde verrast zijn ogen open, maar weerhield zich van commentaar.
‘Het is bewaard gebleven, gek genoeg, door de eeuwen heen, door stom toeval en geluk. Het is een lang verhaal, dat ik u misschien nog wel eens kan vertellen. Kort gezegd: via de Tudors kwam het in handen van de Stuarts. Toen de handlangers van Cromwell hun smerige handen op de kroonjuwelen legden en deze lieten omsmelten, wist een dienaar van de koning een aantal juwelen te redden. Waaronder het juweel waar het hier om draait.’
‘Wat voor soort juweel is het?’
‘Het was oorspronkelijk een hanger, die met een halsketting op de borst gedragen werd. De ketting zelf is verloren gegaan, maar de hanger zelf is bezet met edelstenen.’
DiMatteo kon de meeste benamingen daarvan wel thuis brengen, maar had wat moeite met de uitleg over de “liefdesknopen” in goud en zilver. Thomas tekende het uit.
‘Wat is de waarde?’
Thomas haalde zijn schouders op. ‘Dat is moeilijk te zeggen. De avontuurlijke en kleurrijke geschiedenis geeft het een extra romantisch zetje, maar ik schat toch zeker een paar honderdduizend euro.’
DiMatteo floot tussen zijn tanden. ‘Zozo. En hoe komt u eraan?’
‘De dienaar van koning Charles Stuart die het juweel in veiligheid stelde, is een voorouder van mij.’
‘Kunst is niet mijn sterkste punt, maar is dat juweel dan geen eigendom van de Britse Koninklijke familie?’
Thomas kuchte enigszins verlegen.

vrijdag 18 januari 2008

CLXXVII

Ze opende het smsje. Het was kort maar krachtig. ‘Maak je geen zorgen. Heb DiMatteo gesproken. Ben met iets bezig. Bel je later’. Ze was opgelucht. Alles was dus goed. Ze belde meteen Colin en vertelde hem van haar bespreking en het smsje van Thomas. Colin leek nogal gepikeerd dat het allemaal zo lang had geduurd en bleef erg kortaf aan de telefoon.
‘Ik bel je vanmiddag over die detective’ zei hij aan het einde van het gesprek.
‘Wacht nog maar eventjes tot ik Thomas heb gesproken, wie weet wat hij heeft’ zei zij.
‘Ja hoor eens, we kunnen niet te lang wachten. Ik bel je vanmiddag’. Hij legde meteen daarna neer.
‘Prima joh. Wat jij wil. Chagrijnige ouwe vent’ mompelde ze voor zich uit.
‘Zei je wat?’ ineens stond Erik haar baas in haar kamer.
‘Nee, niks. Een vriend van me. Zeurt nogal. Was boos omdat ik de telefoon niet opnam vanochtend’. Ze zei het terwijl ze de papieren op haar bureau samen veegde en haar portemonnee tussen die papieren zocht.
‘En hij is een ouwe vent?’ vroeg Erik met een lach.
‘Ja nogal, hij is in de vijftig’ zei Tamar, terwijl ze doorzocht.
‘Ik ben ook bijna vijftig’ zei haar baas.
Oh shit. Lekker was dat. Ze had dat wel vaker. Dan klaagde ze tegen haar moeder over ‘ouwe vrouwen bij de Ikea’ en dan bedoelde ze vrouwen van haar moeders leeftijd.
‘Geeft niet.’ zei Erik. ‘Ik ben ook oud. Voor iemand die zelf nog geen dertig is althans.’ Erik leek het luchtig op te pakken.
‘Heb je zin in lunch?’ Vroeg hij vrolijk.
‘Uh ja, ik zocht eigenlijk net mijn portemonnee.’
‘Ik trakteer. Je hebt het goed gedaan vanochtend. We gaan echt de goede kant op met die zaak.’
Ze ging eigenlijk nooit met haar baas lunchen.

donderdag 17 januari 2008

CLXXVI

‘Wilt u echt dat ik u formeel als verdachte aanmerk?’ vroeg DiMatteo voor de zoveelste keer. ‘Uw zwijgen geeft mij steeds meer reden daartoe.’
Thomas voelde zijn ogen branden. Er was al geruime tijd verstreken sinds de inspecteur zijn eerste sigaret had opgestoken. Het pakje dat naast diens pols op het bureau lag, was bijna leeg. De politieman keek hem nors aan. ‘Ik begrijp u niet. Als u zich zo’n zorgen maakt over uw ex-vriendin, waarom helpt u ons haar dan niet vinden? Help ons bij het onderzoek. Elke aanwijzing van u kan deze ontvoering oplossen.’
‘Dat denk ik niet,’ zei Thomas. ‘Ik zocht Hannah, maar als ze ontvoerd is, heeft dat niets te maken met mijn komst.’
Hij hoorde de leugenachtigheid in zijn stem en walgde van zichzelf. De gedachte dat Hannah ergens werd vastgehouden en dat er God-weet-wat met haar gebeurde, maakte hem misselijk. Ze hadden haar een bloedneus geslagen. Of was haar neus gebroken? Wie was die vent met die baard, toch? Tamar had hem nog gewaarschuwd voor die vent. Wie waren er uit op het juweel? Hij schraapte zijn keel en keek de kamer rond. Aan de muur rechts van hem hing een afgebladderde rekruteringsposter voor de ‘Polizia di Stato’, met daarnaast een stel oude vakantiekaarten, vermoedelijk van collega’s. Achter DiMatteo hing een whiteboard met half uitgewiste aantekeningen en krabbels.
‘Kan ik gaan?’ vroeg hij toen maar weer.
‘Nee,’ antwoordde DiMatteo scherp. ‘Als u weg gaat, wordt u gearresteerd.’
Thomas liet dat even op zich inwerken. Zijn vingers trommelden op de stoelleuning. DiMatteo zou hem niet laten gaan. En welke kans had hij zelf ook om Hannah te vinden, zonder de opsporingscapaciteit van de politie?
‘Goed,’ zei hij toen maar. ‘Ik denk dat Hannah’s verdwijning te maken heeft met iets wat ze van mij gestolen heeft.’

woensdag 16 januari 2008

CLXXV

Het begon er net op te lijken dat ze nu toch echt doorverbonden zou worden toen haar baas kwam binnenlopen. ‘Sta je in de wacht? We hebben je even nodig.’ Omdat ze na het Rome avontuur het gevoel had niet veel meer te kunnen maken bij haar baas, legde ze de hoorn er, inwendig vloekend, meteen op. Ze volgde haar baas naar zijn kamer waar hij met twee cliënten rond de tafel zat. Ze stelde zich voor en schoof aan. De rest van de ochtend zat ze vast in het overleg en kwam niet in de buurt van haar telefoon, computer of haar Blackberry, die ze op haar bureau had laten liggen.

Colin probeerde haar al die tijd verwoed te bereiken. Na een flink aantal smsjes, mailtjes en telfoontjes belde hij haar op haar vaste lijn op het werk. Toen die tien keer was overgegaan werd hij opgenomen door de secretaresse. Colin probeerde uit te leggen dat hij Tamar zocht en dat het belangrijk was. Maar de secretaresse vertelde hem resoluut dat het wel heel erg belangrijk moest zijn wilde ze er Tamar voor uit een vergadering halen. Of hij een cliënt was van de firma? ‘Nee, een vriend’. Dat had hij beter niet kunnen zeggen.Tenzij het ernstige ongelukken of overleden familieleden betrof ging ze niemand uit een vergadering halen. Colin hield het er maar bij. Hij stuurde nog één smsje naar Tamar en begon toen aan het voorbereiden van zijn colleges.

Om 1 uur hoorde Tamar pas van de secretaresse dat ‘ene Colin’ gebeld had en ‘heel vervelend had gedaan’ aan de telefoon. Door de intensieve bespreking was ze helemaal vergeten dat ze al die tijd niets van Thomas had gehoord. Toen ze haar Blackberry checkte zag ze echter dat ze niet alleen twee smsjes van Colin had, maar ook één van Thomas.

dinsdag 15 januari 2008

CLXXIV

Thomas gaapte langdurig achter zijn hand. DiMatteo keek hem geïrriteerd aan. De ogen van de inspecteur waren rood omrand en hij zag er hondsmoe uit.
‘Wat is het plan?’vroeg Thomas plompverloren. ‘Ik ben niet gearresteerd, ik ben geen verdachte, kan hier niet vast gehouden worden. Dus wanneer kan ik naar mijn bed?’
DiMatteo wreef voor de zoveelste keer in zijn ogen. ‘U kunt zo gaan. Het is al laat, tenslotte.’
‘Ik ben ook erg moe. Zelfs koffie houdt me nog amper op de been.’
De inspecteur grijnsde. ‘Dat geldt ook voor mij, meneer Brevers. Als u mij nu gewoon zou vertellen wat u weet, zouden we allebei kunnen gaan slapen.’
Thomas spreidde zijn armen. ‘Ik kan sowieso naar mijn B&B gaan. Ik hoef hier helemaal niet te zitten.’
DiMatteo hief zijn rechterwijsvinger en zwaaide in Thomas’ richting. ‘Toch zit u hier nog. Ik ga ervan uit dat u graag uw verhaal kwijt wilt.’
Thomas rekte zich uit. ‘Ik vind u aangenaam gezelschap. Maar ik heb niets te vertellen.’
De politieman zuchtte. ‘Als u denkt dat ik geen ervaring heb met dergelijke spelletjes, dan hebt u het mis. Mijn assistenten Fabrizio en Carlo vinden dat ik u gewoon moet arresteren, al is het maar wegens belemmering van een onderzoek. Weet u, wij hebben het razend druk. Er liggen nog tientallen andere zaken waarin wij onderzoek doen. Maar dit alles fascineert mij. Zo zegt u dat ze jarenlang verdwenen was en zelfs haar familie niet wist waar ze was. Volgens de Nederlandse autoriteiten en Europol is Hannah Mendel nooit als vermist opgegeven. En nu lijkt ze toch ontvoerd te zijn. Dat is tenminste waar we van nu uit gaan. U bent de sleutel in dit geheel. Uw ex-vriendin verdween jarenlang, u komt naar Rome en ze wordt ontvoerd. Merkwaardig, vindt u niet?’

maandag 14 januari 2008

CLXXIII

Terwijl de receptioniste haar door probeerde te schakelen klonk er een muziekje. Het leek iets van Vivaldi. Niet dat Tamar er verstand van had, maar het klonk wat vrolijker dan het gemiddelde klassieke muziekstuk, dus nam Tamar maar aan dat het Vivaldi was. Het duurde eindeloos voordat de telefoon weer werd opgenomen. Ze had het gevoel dat het bandje van de muziek al wel twee keer opnieuw was begonnen.
Haar gedachten begonnen af te dwalen. Ze keek naar buiten. Het motregende zachtjes. Beneden op straat liepen mensen met paraplu’s of hielden een krantje boven hun hoofd. Hoe anders was het weer in Rome geweest. En hoeveel verschil maakte een paar uur zon meer per dag voor de sfeer van een land en het humeur van de mensen. Misschien had ze niet voor Londen en de advocatuur moeten kiezen maar voor één of ander quasi-tropisch beroep in een warm land. Hoewel het weekend Rome vol spanning had gezeten had ze er toch veel meer het gevoel gehad dat het leven leuk was. Lichter. Gemakkelijker. Hoe vaak kon je nu in Londen tot laat op een terrasje buiten zitten? Buiten het feit dat een terras moeilijk te vinden was, was het bijna nooit mooi weer genoeg om tot laat buiten te zitten.
Het muziekje leek weer opnieuw te beginnen en nog steeds was er niet opgenomen aan de andere kant van de lijn. Misschien wilde de receptioniste wel van haar af en zou ze haar de rest van de dag in de wacht laten staan in de hoop dat ze op zou hangen. Tamar dacht aan een reportage van paar weken geleden toen een correspondente van de BBC vanuit Rome een reportage had gemaakt over zaken doen in Italië. Over hoe langzaam alles ging en hoe moeilijk het was voor Noord-Europeanen om zaken te doen met Italianen.

vrijdag 11 januari 2008

CLXXII

DiMatteo liet koffie brengen. Terwijl de inspecteur kleine slokjes nam uit zijn eigen beker, keek hij de man tegenover hem peinzend aan. Hij haatte de soms gebrekkige communicatie tussen hem en Thomas Brevers. In zijn moedertaal kon hij zich als geen ander uitdrukken en had hij een aantal beproefde technieken in zijn repertoire om mensen verklaringen af te laten leggen of te verhoren. Hij besefte maar al te goed dat zijn Engels, hoewel van een redelijk niveau, ontoereikend was om tot een gesprek met de Nederlander te komen. Die schreef nota bene geschiedenisboeken in het Engels. Hij roerde langzaam zijn koffie, tot het geluid van tikken van het lepeltje tegen de binnenkant van de beker hem begon te irriteren. Al die tijd had de man tegenover hem niets gezegd, maar afwezig in de verte gestaard. Wat moest hij van hem denken? Hij zag er bedrieglijk normaal uit. DiMatteo geloofde geen moment dat Brevers iets met de bloedvlekken te maken had, maar het was helder dat hij niet de volledige waarheid sprak over zijn bezoek aan Rome. Er was meer aan de hand en DiMatteo wilde dolgraag weten wat. Hij was geïntrigeerd door de "zaak", zoals hij het in gedachten noemde. DiMatteo was uitgekozen om een poging tot ontvoering van toeristen bij de Via Serpenti te behandelen, juist vanwege zijn goede Engels. En nu had hij een verdwenen vrouw en bloedsporen van twee personen in een nieuwe Mercedes op zijn bord. Bloed van de vrouw achterin, gezien het patroon mogelijk een bloedneus en bloed van een man tussen de voorstoelen, met twee plukjes bruine baardharen. DiMatteo hield van schema’s en overzichten. Hij had Brevers en de Mendel-zussen in het midden geplaatst, met grote vraagtekens bij de onbekende personen in de periferie. De ontvoerder, de man met de baard. Het was puzzelen.

donderdag 10 januari 2008

CLXXI

Ondanks onheilspellende stilte van de kant van Thomas en ondanks het telefoontje van DiMatteo sliep Tamar als een roos. De taxi had haar keurig rond half 11 afgeleverd bij haar appartement. Ze had een wasje aangezet, nog één keer tevergeefs geprobeerd Thomas te bereiken, en was toen in een bodemloze diepe slaap gevallen. Het eerste wat ze de volgende ochtend deed was Thomas bellen. Zijn telefoon sprong meteen op de voicemail. Ze kreeg een ongemakkelijk gevoel in haar maag. Dit was geen goed teken. Ze volgende de dagelijkse routine van het douchen, aankleden en eten en nam de metro naar haar werk. Ze bleef tevergeefs proberen Thomas te bereiken. Rond tien uur kreeg ze een mail van Colin die ongerust vroeg of er al nieuws was. Ze mailde hem van niet en vroeg hem één van de besproken privé-detectives in te schakelen. ‘Waarschijnlijk mag hij ook meteen op zoek naar Thomas’ mailde ze. Ze gaf Colin meteen de gegevens van de B&B waar Thomas sliep en probeerde zich daarna te concentreren op haar werk. Nog geen vijf minuten na haar laatste mailtje met Colin ging de telefoon.
‘Ik heb gebeld’ hoorde ze Colin zeggen.
‘Wat?’ Ze had geen idee waar hij het over had.
‘De B&B, ik heb gebeld. Hij heeft er vannacht niet geslapen’.
Ze wist niet wat te zeggen en voelde een lichte misselijkheid opkomen.
‘Wacht even. Ik bel je zo terug’ zei ze.
Ze hing op en zocht het nummer op van het politiebureau waar ze met DiMatteo had gesproken. In haar beste Italiaans probeerde ze de receptioniste uit te leggen dat ze op zoek was naar Andrea DiMatteo. Het duurde even voordat de receptioniste haar begreep en vervolgens duurde het wel vijf minuten voordat ze haar wilde doorschakelen. Ze moest een flink aantal keer ‘multo importante’ zeggen voordat ze de vrouw zo ver had.

woensdag 9 januari 2008

CLXX

Op enkele afgemeten beleefdheden na, bleef het stil tussen DiMatteo en hemzelf toen ze samen achter in de auto zaten, tot hij weer op een stoel op DiMatteo’s kamer zat. Het was een stuk rustiger op het bureau, zo laat op de avond. De inspecteur verstelde zijn stoel een beetje, schoof zijn toetsenbord verder van zich af en leunde met zijn armen op het bureaublad. Thomas vond het een belachelijke vertoning. De wijn in zijn hoofd maakte hem lichtelijk overmoedig, zo merkte hij. Goed, DiMatteo wilde een spel spelen. Hij speelde wel mee.
‘U ging zomaar met mij mee,’ zei de inspecteur bedachtzaam. ‘Zonder te vragen waarom.’
‘Moet u dit niet opnemen?’
De vraag leek DiMatteo even in verwarring te brengen. Misschien was het zijn Engelse woordenschat. Toen schudde hij zijn hoofd.
‘Uw uitgever houdt een mooie website voor u bij.’
‘Klopt,’ zei hij, terwijl hij dacht: waar gaat dit heen?
‘Ik heb uw laatste boek uit de bibliotheek geleend, maar nog geen tijd gehad het te lezen.’
‘Moet u doen. Het is erg goed.’
Met een grijns voegde hij eraan toe: ‘Dat zijn ze allemaal, trouwens.’
‘Interessant onderwerp, koning Henry VIII.’
Mijn hemel, dacht Thomas. Als hij zometeen gaat zeggen dat er al zoveel boeken over Henry zijn, ga ik gillen. Hij knikte beleefd terug, maar zei niets. DiMatteo plukte even aan zijn neus en leek ter zake te willen komen.
‘Ik heb mevrouw Mendel eerder deze avond telefonisch gesproken. In de auto van haar zus zijn bloedvlekken gevonden.’
Thomas keek de inspecteur geschokt aan. Hij had allerlei theorieën van DiMatteo verwacht rondom de poging tot ontvoering, maar dit?!?
‘Bloedvlekken,’ bracht hij met moeite uit.
‘Ja. Gezien de hoeveelheid bloed en het feit dat uw ex-vriendin verdwenen lijkt te zijn, wordt een misdrijf gevreesd.’
‘Is het haar bloed?’

CLXIX

Daarna probeerde ze talloze malen Thomas op zijn mobiel te bereiken. Hij nam maar niet op en ze begon zich steeds meer zorgen te maken. Colin probeerde haar gerust te stellen met een grote kom geflambeerde kersen met ijs. Dat was zo jaren ’70, bedacht ze zich. Dat een man van de wereld als Colin haar nog zo’n gedateerd toetje durfde voor te zetten. Maar ondanks de gedateerdheid van het nagerecht was het erg lekker. Het gaf haar even de gelegenheid de telefoon en Thomas te vergeten en na te denken. Zwijgend aten ze hun ijs en kersen op. Colin ruimde alles af terwijl Tamar weer probeerde te bellen. Ze gaf het op toen de koffie op tafel kwam. Ze bespraken de hele situatie nogmaals. Nu begon Tamar echt moedeloos te worden. Er zat wederom net zo weinig progressie in het gepieker als in Rome. Na weer een uur van wikken en wegen zei ze resoluut ‘Ik bel een taxi. Ik ga naar huis. Dit wordt niets meer. Niet vanavond althans’. Colin keek haar verrast aan ‘Je blijft niet?’ zei hij. Ze wist niet waar te kijken. ‘Ik bedoel, ik heb de logeerkamer klaargemaakt’ terwijl hij het zei zag ze hem blozen. ‘Nee, sorry, ik moet naar huis. Ik bel je morgen over die detective en als ik Thomas te pakken heb gekregen’. Binnen een half uur was de taxi er en was ze op weg naar haar appartement. Terwijl ze achterin de taxi zat en Londen aan zich voorbij zag trekken, voelde ze zich voor het eerst in weken thuis in deze stad. Ze had het gevoel dat ze naar huis reed. Naar haar eigen huis met haar eigen spullen en haar eigen leven. Een leven dat niet door Harjo in de war werd geschopt of door mensen als Marlies werd bekritiseerd.

maandag 7 januari 2008

CLXVIII

‘U bent nog laat op pad, inspecteur. Hopelijk worden uw overuren uitgetaald.’ Thomas probeerde zo cool mogelijk over te komen, als de held uit een film noir. Iets met Bogart. En Hannah als de femme fatale. Alleen zou in Bogart’s stem geen rare trilling hebben gelegen. Thomas had het idee dat zijn hartslag probeerde een opzwepend muziekfragment na te spelen. DiMatteo glimlachte flauwtjes. Ze stonden recht tegenover elkaar op straat.
‘Het was puur toeval dat ik erachter kwam dat u nog in Rome was. Eén van uw zo onzorgvuldige begeleiders meende u te zien lopen in de Via Giulia. Ik dacht: "dat kan niet!" Toen ging ik voor de zekerheid even rondbellen en inderdaad: u en mevrouw Mendel bleken uw vlucht niet gehaald te hebben. Toch wel merkwaardig, omdat u zo’n voortreffelijke escorte hebt gekregen. Beetje slordig dat zij moesten bekennen verder niet opgelet te hebben.’
De politieman kruiste zijn armen en keek Thomas vorsend aan. ‘Daarna was het heel eenvoudig het gebruik van uw identiteitsbewijzen te controleren. Mevrouw Mendel huurde een auto op het vliegveld. En u schreef u beiden hier in,’ ging hij met een hoofdknik naar de ingang verder. ‘Mevrouw Mendel heeft het land inmiddels wel verlaten. Mijn vraag aan u is: waarom bent ù nog hier?’
‘Ik zoek Hannah.’
‘Uw ex-vriendin. De zus van mevrouw Mendel, die wel terug naar huis ging. Vanwaar toch uw obsessie?’
‘Ik maak me zorgen om haar veiligheid.’
DiMatteo tuitte zijn lippen. ‘U bent schrijver, geen politieagent. Wat hebt u de afgelopen dagen allemaal gedaan?’
‘Dat is zo lang geleden, dat herinner ik me niet meer.’
De inspecteur lachte schamper. ‘In dat geval, wil ik dit gesprek graag op het bureau voortzetten.’ Hij maakte een armgebaar. Uit de schaduwen stapten twee geüniformeerde agenten naar voren.
‘Word ik gearresteerd?’
‘We gaan praten.’

vrijdag 4 januari 2008

CLXVII

‘Mevrouw Mendel, ik neem aan dat u een prettige terugvlucht heeft gehad?’
Ze was te verbaasd om te antwoorden en dus ging DiMatteo door.
‘Ik bel u in verband met uw zuster. Haar Mercedes was ineens verdwenen bij haar huis, beetje slordig van ons om die zomaar uit het oog te verliezen, maar we hebben hem inmiddels gevonden. Ik vrees dat ik geen goed nieuws voor u heb.’ Haar hart sloeg een slag over.
‘Bent u er nog?’
‘Ja ja, ik ben er nog. Hebt u haar gevonden?’
‘Nee. We hebben haar niet gevonden. Maar in de auto zaten bloedsporen. Van haar en van een onbekende man. Het lijkt er op dat er een vrij heftige worsteling heeft plaatsgevonden in de auto.’
Tamar bleef stil en wist niet wat ze moest denken of zeggen. ‘Die bloedsporen zijn niet van het ongeluk?’ vroeg ze.
‘Nee, wij denken van niet. Ik bel u omdat u familie bent en we u op de hoogte moeten houden. Heeft u nog iets van haar vernomen?’
Ze dacht aan het rare telefoontje in het restaurant, maar omdat ze niet eens zeker wist of dat Hannah wel was geweest hield ze haar mond over dit incident.
‘Nee. Ze heeft wel mijn moeder gebeld. Maar dat was een erg kort gesprek. We zijn er niet wijzer van geworden in ieder geval.’
‘Ok. Mevrouw Mendel, ik bel u weer als ik meer weet.’
‘Dat is goed om te horen’ zei Tamar, die eigenlijk geen enkele hoop had dat de politie een steek verder zou komen met dit onderzoek.
‘Nog een laatste vraag, mevrouw Mendel. Zat meneer Brevers met u in het vliegtuig.’ Ze bleef stil. Zouden ze het weten?
‘Nee, meneer. Hij vloog naar Amsterdam en ik naar Londen. Dus dat was vrij onmogelijk.’ Ze sprak de zin zo koel mogelijk uit. DiMatteo grinnikte aan de andere kant van de lijn ‘Ik houd u op de hoogte.’ Toen hing hij op.

donderdag 3 januari 2008

CLXVI

‘Ik was gewoon nieuwsgierig. Echt, als ik had geweten dat jullie er al waren, had ik zeker wel rondgekeken. Toen ik aan kwam lopen, zag ik niemand.’
Luigi keek oprecht gekweld na de hamerende vragen die Thomas hem gesteld had. Hulpeloos keek hij naar zijn vrouw, die met half dichtgeknepen ogen ondoorgrondelijk in de verte staarde. Sigarettenrook kringelde om haar hoofd.
‘En in de garage dan?’
De dikke Italiaan rolde met zijn ogen. ‘Dat zei ik al! Ik vroeg aan die vent die er werkte van wie die Mercedes was. Ik was gewoon nieuwsgierig.’
Nog niet helemaal overtuigd leunde Thomas achterover op de bank. Of Luigi de waarheid sprak, wist hij niet, wel was duidelijk dat hij niet meer informatie uit hem zou krijgen dan hij tot nu toe gekregen had. Zijn ogen gleden in Bianca’s richting, die daarop een geruststellend gebaartje maakte. Thomas voelde zijn telefoon opnieuw trillen en opnieuw negeerde hij het. De eerste keer had hij gezien dat het Tamar was, maar hij had geen zin om op te nemen. Dat vereiste weer een hoop uitleg over en weer over elkaars bezigheden en hij wilde haar later op de avond nog spreken. Als hij in elk geval zeker wist dat ze niet in Beaconsfield zou blijven.
Het was half elf toen hij, licht aangeschoten, uit de taxi stapte. Hij had de chauffeur vijftig euro gegeven. Hij had er nu al spijt van. Vlak voor de deur van de B&B zwaaide ineens een autoportier open. Een man in een lange zwarte jas stapte uit. Thomas’ hart sloeg over. Hadden ze hem gevonden? Paolo en zijn vrienden? Het warme licht vanachter de deur van de B&B gleed over het grimmige gezicht van de man. Het was inspecteur DiMatteo.
‘Mijn agenten hadden u wat beter in de gaten moeten houden.’

woensdag 2 januari 2008

CLXV

Ondanks dat Colin overduidelijk zijn best deed Tamar te imponeren met zijn kookkunsten en af en toe avances leek te maken waarvan ze niet echt gediend was, was de avond toch redelijk goed verlopen. Na hun laatste avontuurtje had Tamar besloten dat er geen toekomst in haar verhouding met Colin zat. Hij bleef een aantrekkelijke oude man, een charmeur en een intellectueel, maar op één of andere manier wist ze toch afstand te houden en niet in oude fouten te vervallen. Naarmate de avond verstreek, verliep het contact steeds soepeler, ze praatten over Hannah, over de zoektocht in Rome en over Thomas en de hanger. Colin gaf soms verrassend heldere inzichten in situaties en gebeurtenissen. Ze bespraken ook de door Tamar al eerder geopperde mogelijkheid een privé detective in te schakelen. Colin had al wat navraag gedaan en had een aantal namen op een dubbelgevouwen a4-tje gekrabbeld. Bij de namen stonden aanbevelingen en specialiteiten. Ze bespraken de opties maar namen nog geen beslissing. Na het hoofdgerecht besloten ze Thomas te bellen, maar hij nam niet op. Het was half acht in Londen, half negen dus in Rome. Waar kon hij uithangen? Tamar begon zich meteen zorgen te maken. Ze zag de man met het baardje weer voor zich, dacht aan de worsteling op Cavour, aan de auto van Hannah. Ze werd onrustig en Colin wierp haar af en toe bezorgde blikken toe. Ze ruimden het hoofdgerecht af en terwijl Colin het nagerecht maakte, bleef Tamar Thomas bellen. 'Misschien heeft hij zijn telefoon in het hotel laten liggen,' opperde Colin. Maar Tamar schudde haar hoofd ‘zou hij nooit doen’, was het enige dat ze zei. Toen werd ze teruggebeld. Het nummer was afgeschermd. 'Met Tamar', ze nam gehaast op. 'Met Andrea DiMatteo, bel ik gelegen?' Ze keek Colin met grote ogen aan.

dinsdag 1 januari 2008

CLXIV

Het B&B beviel hem goed. De uitbaters waren erg vriendelijk en na Tamar’s vertrek was hij zonder problemen naar haar kamer verhuisd. Extra dagen bijboeken was ook geen punt. En ze hadden klandizie genoeg. Thomas lag uitgestrekt op het bed met zijn handen achter zijn hoofd gevouwen. In de kamer naast hem waren twee kinderen ruzie aan het maken. Ze spraken Italiaans met een accent dat hij niet kon plaatsen. Zijn voeten deden zeer. Hij had de afgelopen dagen nog meer gelopen in zijn eentje dan met Tamar erbij. Wel tien keer was hij langs Hannah’s huis gelopen, maar er was niets bijzonders te zien geweest. Paolo of mannen met baardjes waren niet opgedoken. Zonder concrete aanwijzingen was hij maar de toerist uit gaan hangen. De stad had hij kriskras doorkruist, niet naar iets specifieks op zoek, maar om de sfeer, het ritme en de taal in te kunnen ademen. Voor de tweede keer was hij zelfs door EUR gelopen, om de wijk een nieuwe kans te geven. Het was hem meegevallen, sommige gebouwen waren echt mooi en het Museo della Civiltà Romana bleek een aanrader te zijn.
Tamar had laten weten naar Colin te gaan. Ze zouden nog bellen. Hij voelde de beet van het groenogige monster, zoals Shakespeare zou zeggen. Een situatie zo oud als de weg naar Rome, bedacht hij met een zure grimas. Hij keek op zijn telefoon om te zien hoe laat het was. Hij had Tamar niet verteld dat hij naar Luigi en Bianca zou gaan. Hij wilde wel eens weten wat zijn miniscule vriend bij de garage te zoeken had gehad. Ook van Bianca’s opmerkingen over Luigi en diens gedrag wilde hij het fijne weten. En tenslotte sloeg hij een goed maal natuurlijk ook niet af. Hij had besloten vrijdag terug te vliegen.