vrijdag 28 september 2007

XCVIII

Tamar leek het naar haar zin te hebben, zag Thomas door een opening tussen de schuifdeuren. Hij zag haar en Bianca aan de lange keukentafel zitten. Tussen hen in een fles wijn en een plank met kaas en brood. Hij had zelf ook wel zin in eten en een goed glas wijn. Sinds het ontbijt hadden ze niets meer gehad en het was nu vier uur. Luigi liep achter hem de kamer en in en maakte een snuivend geluid. Thomas draaide zich om
‘Zullen we erbij gaan zitten?’
Luigi keek naar de grond en wipte van zijn ene op zijn andere been.
‘Ik moet je nog wat laten zien, op zolder’.
Nee hè, dacht Thomas. Niet nog meer oude troep uit zijn antiekwinkel. Hij had zich de afgelopen drie kwartier in een stoffig souterrain langs de ene na de andere prul moeten worstelen. Alsof Luigi geen verstand had van echte kunst.'
‘Alleen als het uit middeleeuws Engeland komt ben in geïnteresseerd’.
Thomas probeerde zich er met een grap vanaf te maken.
‘Het is niet de hanger, als je dat soms bedoeld’.
Luigi leek die zin bijna te brommen in plaats van uit te spreken. Even dacht Thomas dat hij het verkeerd gehoord had maar toen verstijfde hij. Hij voelde het bloed uit zijn gezicht wegtrekken en zijn kaken verstijven.
‘Wat? Wat bedoel je? Luigi?!?’ siste Thomas. Hij merkte dat de dames achter hem in de andere kamer hun gesprek staakten. Hij voelde hun blikken in zijn rug. Luigi bleef naar de grond staren. Toen riep Bianca uit de keuken.
‘Thomas, als hij je lastig valt dan kom je maar bij ons zitten. Heeft hij je weer al zijn stoffige rommel laten zien? Kom hier, dan krijg je een glas wijn’.
Thomas reageerde niet. Hij keek Luigi strak aan. Die tekende met zijn voet cirkeltjes op het tapijt.

donderdag 27 september 2007

XCVII

Bianca was een kettingrookster. Iets anders kon Tamar er niet van maken. Die stomme vent van haar had Thomas meegenomen naar een ander deel van het huis en ze was achtergebleven met een wildvreemde vrouw in een rode ochtendjas die twee koppen boven haar uitstak. Ondanks haar lengte had Bianca een mediterraanse gratie en ze voelde zich lomp en onhandig in de ruime keuken. Met een slanke polsbeweging had Bianca haar uitgenodigd om aan de eettafel te gaan zitten en nu, een half uur en drie glazen heerlijke rode wijn later, praatten ze als oude vriendinnen. Bianca had een lage stem en ze sprak Engels met een onmiskenbaar Italiaans accent. Ze was ook een paar keer in Londen geweest en somde achteloos wat restaurants op, die Tamar wel kende en waarvan ze wist dat ze reteduur waren Ze zei het niet om indruk te maken, maar leek wel te willen benadrukken dat ze een vrouw van de wereld was. Tussen de grijze dampen van haar sigaretten door, bleek ze een gezellige praatster en een shopaholic te zijn. Tamar wist instinctief dat Pat en Sam haar geweldig zouden vinden. Bianca was… anders. Ze was een perfecte combinatie van stijl en vrouwelijkheid aan de ene kant en een soort stoermannelijke nonchalance aan de andere kant. Tamar was in haar leven –met name in de advocatuur - heel wat vrouwen met een sterk karakter en een uitgesproken mening tegengekomen, maar geen standaardtypering leek op Bianca vat te hebben. Wat zag ze toch in die kleine dikzak met zijn vieze voorkomen? Ze snapte er niets van. Misschien lag het aan de interesses die ze deelden, want ze kon zich niets bij enige romantische gevoelens tussen die twee voorstellen. Zeker niet met de manier waarop ze straks langs elkaar heen in de keuken hadden gebanjerd.

woensdag 26 september 2007

XCVI

Het laatste wat hij wilde, was ruzie maken met Tamar. En zeker niet in andermans keuken. Waarom kon hij niet gewoon zijn mond houden? Hij was vooral boos op zichzelf, dat hij Tamar in weer een nieuwe situatie had meegesleept. Zijn gedachten werden echter flink in verwarring gebracht door het rare gedrag van Bianca en Luigi. Ze slopen langs elkaar heen als twee roofdieren die inschatten wie van de twee het sterkste was. Luigi drentelde door de keuken, opende en sloot de laden onder het aanrecht en loerde in keukenkastjes zonder de inhoud te zien. Bianca leek intussen ingrediënten te zoeken voor een gerecht, maar was vooral bezig om Luigi in de gaten te houden. Hoe ze elkaar telkens in de weg liepen, terwijl ze om elkaar heen draaiden, was nogal… bijzonder. Tamar volgde dit alles met gefronste wenkbrauwen, maar toen ze even zijn kant opkeek, gaf hij haar een snelle knipoog. Ze schoot weer in de lach; ze probeerde het in te houden, maar het lukte maar half. Zowel Luigi als Bianca bleven stokstijf staan toen ze Tamars lachje hoorden. Ze leken zich te realiseren dat hun act er belachelijk uitzag en schoorvoetend leken ze een woordloze wapenstilstand te sluiten.
‘Nogmaals welkom in ons huis,’ zei Bianca. Haar stem was hees en laag. Ze was één van de meest vooraanstaande experts op de de Italiaanse Renaissance-schilderkunst, wat al veel zei over expertise, en in het bijzonder op het werk van Andrea Mantegna. Ze reisde door heel Europa om lezingen te geven over zijn onderwerpen en technieken. Een jaar of vijf geleden had ze een groepje vrienden, waaronder Colin en hemzelf, rondgeleid langs sommige van Mantegna’s meesterwerken. Thomas was diep onder de indruk geweest van haar kennis en presentatie. Colin was daarnaast vooral onder indruk van haar fraai uitgesneden jurk geweest.

dinsdag 25 september 2007

XCV

Luigi opende de deur. Achter elkaar liepen ze een gang door en een trap op. Op de eerste etage stonden ze ineens in een ruime keuken in schemerduister. Er stond een grote houten eettafel midden in de kamer. Links van de tafel was een dubbele schuifdeur die naar een andere kamer leidde. Luigi begon wat zenuwachtig door de keuken te scharrelen en vroeg Tamar en Thomas te wachten. Hij liep de kamer naast de keuken in en hoorden vervolgens nog een aantal deuren open en dichtgaan. Tamar en Thomas bleven ongemakkelijk zwijgend in de donkere keuken staan.
‘Wat doe je nou moeilijk?’ vroeg Thomas ineens.
Tamar tilde met een ruk haar hoofd op. ‘Wat bedoel jij?!?’ vroeg ze kwaad.
‘Je loopt ongelooflijk moeilijk te doen. Wat maakt het nou uit dat we hier langs gaan?’ begon Thomas zich te verdedigen.
‘Weet je, je moet me eens het hele verhaal vertellen. Niet doen alsof je niemand kent en ineens met een zogenaamde spontane ontmoeting op de proppen komen,’ bitste Tamar terug. Op dat moment kwam Luigi de keuken weer in. Hij leek nog kleiner, dikker en gekromder nu hij gevolgd werd door een lange, slanke dame in een rode satijnen ochtendjas. De dame begon klagelijke zinnen uit te stoten en met haar armen te zwaaien toen ze het gezelschap in de keuken zag. Ze pakte Thomas met beide handen bij zijn wangen. Thomas keek haar beduusd aan. Tamar school in de lach. Op dat moment keek de grote Italiaanse haar kant uit en begon zich langs de eettafelstoelen een weg naar Tamar te banen. Met deze vrouw in de kamer leek het appartement ineens een stuk kleiner. Luigi leek ondertussen willekeurige keukenkastjes open te trekken en weer dicht te gooien. Abrupt draaide de lange Bianca zich om en riep iets tegen Luigi.

maandag 24 september 2007

XCIV

Het was met duidelijke tegenzin dat Luigi opstond. Hij probeerde nog wat tegen te sputteren, maar hij leek zijn verzet op te geven toen ook Tamar een duit in het zakje deed. Thomas had geen idee om ze het echt meende en waarom ze hem zo bijviel. Hij vond het vervelend dat hun leuke dag ineens verstoord was door de komst van Luigi en dat ze hun gesprek niet had kunnen volgen, maar het was zijn kans geweest om Luigi dingen te vragen waar ze beter niets van kon weten. Hij hoopte dat ze niet al te boos was, maar omdat ze was weggelopen, vreesde hij het ergste. Zijn vermoeden werd bevestigd toen ze even oogcontact maakten en haar blauwe ogen irritatie en woede uitstraalden. Fijn. Dat kon er ook nog wel bij.

Ze liepen zwijgend richting Luigi’s huis, achter elkaar, alsof ze een colonne vormden. Tamar beproefde haar eerder toegepaste trucje weer door in te houden als hij langzamer ging lopen, zodat ze nooit op gelijke hoogte kwamen te lopen. De Italiaan liep voorop en keek niet eens of ze er nog wel waren. Het viel het Thomas op dat Luigi steeds zwaarder begon te hijgen naarmate ze dichterbij kwamen. En dat terwijl de weg juist minder steil werd. Hoe zou Bianca reageren? Luigi had haar niet gebeld om aan te kondigen dat hij twee mensen mee zou nemen, dus hij was zeer benieuwd naar haar reactie. Een groter contrast was niet denkbaar. Bianca was zeker twee koppen groter dan haar echtgenoot en de laatste keer dat hij haar gezien had, had ze nog niets van de typische matrone. Colin had zich regelmatig hardop afgevraagd wat die twee in elkaar zagen, maar diens opinie was wellicht ook wat gekleurd omdat hij ooit een fors blauwtje bij Bianca was gelopen.

vrijdag 21 september 2007

XCIII

Ze besloot terug te lopen. Of zou ze Colin bellen? Nee. Hoewel… hij zou haar waarschijnlijk wel een hoop meer kunnen vertellen over Thomas en over Luigi en over hun onderlinge verhouding. Maar de gedachte dat ze aan Colin moest uitleggen dat ze samen met Thomas in Rome zat, zag ze niet zitten en dus besloot ze toch maar om terug te lopen. Misschien kon ze zich verontschuldigen en er voor de rest van de dag tussenuit knijpen. Ze hadden eigenlijk toch niets bijzonders te doen.
Ze baande zich een weg door de toeristen en liep terug naar de donkere koele steeg. Tussen een stel scooters in stond een lange magere Italiaan aan zijn baardje te trekken. Hij keek leeg voor zich uit, stond vast op iemand te wachten. Ze liep langs hem heen, sloeg de bocht om en zag Thomas en Luigi aan hun tafeltje zitten. Ze waren in gesprek, maar Thomas leek duidelijk met zijn gedachten ergens anders. Thomas keek op toen hij Tamar hoorde aankomen ‘Hee Tamar, wat dacht je ervan als we met Luigi mee gaan? Kun je zijn vrouw Bianca ontmoeten. Ze kan heerlijk koken’, zei Thomas in het Engels. Meteen stond hij op een legde en tientje op tafel. ‘Come on Luigi, show her how the Romans do.’ Luigi probeerde nog bezwaar te maken, maar al snel gaf hij toe. Met zijn drieën liepen ze door een wirwar van steegjes, straten en pleinen. Na ongeveer twintig minuten stonden ze in een schaduwrijke straat voor een hoog huis met gesloten luiken. ‘Dit is hun appartement hier in de stad, in de zomer zitten ze meestal op hun land ongeveer anderhalf uur buiten Rome.’
Tamar keek hem geïrriteerd aan. ‘Je bent hier al eens geweest?’ Thomas keek verbaasd terug. ‘Waarom vertel je altijd maar de helft?!?’

donderdag 20 september 2007

XCII

Het gesprek had hij een tijdje op zijn beloop gelaten en zich er nauwelijks in gemengd. Dit gaf hem de kans rustig na te denken, terwijl Tamar en Luigi elkaar beleefd verdere persoonlijke informatie uitwisselden en oppervlakkig over hun werk praatten. Toen het onderwerp Hannah ter sprake dreigde te komen, greep hij snel in door in het Italiaans tegen Luigi te praten. Hij wilde voorkomen dat Tamar in haar naïviteit misschien uitlatingen zou doen over de reden van hun bezoek, de contacten die hij gelegd had en hoe dicht ze Hannah op het spoor waren. Thomas zag weinig reden Luigi te vertrouwen. Zijn voorzetje door over een bezoek aan zijn huis en Bianca te beginnen, had de Italiaan zichtbaar nerveus gemaakt. Terwijl hij Luigi aan de praat hield, zag hij dat Tamar ineens opstond.
‘Ik ben zo terug.’
Tot zijn verbazing ging ze niet naar de wc, zoals hij verwacht had, maar liep ze van het terrasje de straat in. Luigi was zo overdonderd dat zijn grijzende wenkbrauwen boven het zware montuur van zijn bril flitsten.
‘Waar gaat ze heen?’ vroeg hij verbaasd.
Thomas haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. Ze zei dat ze zo terug kwam.’
‘Ach, vrouwen,’ antwoordde Luigi op onverschillige toon, alsof hij van hen niets anders dan mysterieus gedrag verwachtte. Maar hij keek wel nadrukkelijk om zich heen of anderen haar ook hadden zien vertrekken.
Jaja, dacht Thomas, zogenaamd de man van de wereld uithangen, maar intussen wel gauw de omgeving checken. Was het zijn instructie om Tamar bij hen te houden? Zo onopvallend mogelijk monsterde Thomas de mensen die zich op en rond het terras ophielden. Niemand besteedde enige aandacht aan hen. Een echtpaar bestudeerde de menukaart. Een scooter zoefde voorbij, met daarop een langbenig meisje met een potsierlijk grote helm op haar los wapperende haar.

woensdag 19 september 2007

XCI

Tien verschillende google-zoekopdrachten over Thomas Brevers, met titels, zonder titels, met één voorletter of met al zijn voorletters, leverde een aantal tienduizenden hits op. De meeste hadden betrekking op zijn boeken; op recensies over zijn boeken, op bibliotheken die zijn boeken in de collectie hadden of op mensen die via marktplaats of e-bay hun boek wilde verkopen. Een aantal hits verwezen naar lezingen die had hij gegeven of zou geven, de meeste in Groot-Brittannië, een enkele in Nederland en zelfs één in Boston. Een hit verwees naar zijn gastdocentschap, eentje naar zijn eigen website en eentje naar een recensie van een restaurant in Den Haag. Ze had niet veel meer gevonden dan ze al wist. Toen zocht ze op alle mogelijke manieren op Hannah en vervolgens op Thomas en Hannah samen en toen op Luigi en Musei Capitolini. Ze vond ene Luigi die genoemd werd als medewerker en googelde zijn hele naam en een foto. Dit was inderdaad de Luigi die verderop aan tafel zat met Thomas. Ze kwam erachter dat Luigi ook in Londen en aan Oxford lezingen had gegeven Met een schok realiseerde ze zich dat hij waarschijnlijk ook Colin wel kende. Oh mijn hemel, was ze verzeild geraakt in een theekransje van geleerde opscheppers en zou ze de rest van de dag naar quasi-intellectueel geneuzel moeten luisteren? Maar goed dat ze nauwelijks kon verstaan wat ze hadden besproken. Hoewel, ze had wel een paar keer de naam Hannah horen vallen in het gesprek tussen Luigi en Thomas. En nu ze erover nadacht had ze ook het woord ‘Suburra’ en ‘Machina’ gehoord. Luigi had steeds bij die woorden met zijn hoofd lopen schudden. Was Luigi de bron van Thomas geweest? Nee, want dan had hij geweten dat zij Hannah niet was. Hoewel ze wel iets op haar zus leek waren de verschillen toch duidelijk.

dinsdag 18 september 2007

XC

Thomas staarde onbehaaglijk terug in het grijnzende gezicht van Luigi. De Italiaan richtte zich nu op Tamar en begon in het Engels tegen haar te praten. Thomas liet zich wat in zijn stoel terugzakken en deed alsof hij het gesprek volgde. Waar had hij Luigi’s woorden over Tamar en het ‘voer voor psychologen’ eerder gehoord? Wie had dit eerder tegen hem gezegd? In bijna precies dezelfde bewoordingen? Colin? Wijnand? Luigi kende hen beiden. Probeerde de Italiaan hem de boodschap door te geven, dat hij met één van zijn vrienden gesproken had? Dat zou inhouden dat hij ook wist van het juweel en dat ze Hannah zochten. Luigi’s vollemaans gezicht straalde één en al opgewekte argeloosheid uit. Het voordeel van dikke mensen, dacht Thomas, is dat ze door hun ronde vormen en bolle wangen er onschuldiger uit zien, als een baby. Het was een cliché dat de schurken in literatuur en films scherpe gelaatstrekken hadden of een litteken in hun gezicht. Shakespeare had van Richard III een dikzak moeten maken, in plaats van een gebochelde met een verwrongen arm.

Waarom kon hij zich nu niet herinneren in welke context zoiets eerder tegen hem gezegd was. Was hij nu zichzelf gek aan het maken omdat hij steeds meer twijfelde aan het toeval dat Luigi met hen hier op een terras zat?
‘Waarom was je eigenlijk op zondag in het museum?’ vroeg hij ineens in het Italiaans. Luigi draaide langzaam zijn hoofd om. ‘Ik was aan het werk.’
‘Op zondag? Tijdens de zomer? Zal Bianca leuk vinden.’
‘Er was iemand ziek geworden. Ik val in,’ zei de Italiaan met een verontschuldigende glimlach. Toch wat terughoudendheid in zijn stem. Of was het zijn verbeelding?
‘Is Bianca hier in de stad?’
Luigi knikte.
‘Weet je,’ zei Thomas zo onschuldig mogelijk, ‘zullen we daar langs gaan?’

maandag 17 september 2007

LXXXIX

Ze had een rondje gelopen over een pleintje waarop het beeld stond van een olifant met bovenop die olifant een obelisk. Dat zag er nogal treurig uit, een olifantje met zo’n betonnen staaf op zijn rug. De olifant keek er ook niet echt blij bij. Er lag een kerk aan het plein en Tamar liep naar binnen. Het plafond van de kerk was hemelsblauw met gouden sterren. Het rook er muf en oud. Dit was vast een erg oude kerk, bedacht Tamar zich.
Er was iets vreemds aan de hand. Waarom had Thomas niet gezegd dat hij hier mensen kenden? Waarom deed hij voorkomen alsof hij Rome maar oppervlakkig kende als toerist, maar liep hij ondertussen doelbewust van A naar B zonder kaart? Hoe was hij eigenlijk precies achter al die informatie over Hannah gekomen? En waarom wilde hij nu, na een jarenlange status quo in de ontwikkelingen rond Hannah ineens naar haar op zoek en waarom met haar? Zou hij nog steeds van Hannah houden? Hij zou in al die jaren toch wel andere vriendinnen hebben gehad? Ze rommelde in haar tas en zocht haar pda. Ze had geen internet bereik in kerk en liep dus naar buiten. Met haar pda in haar hand begon ze rondjes te lopen op zoek naar een signaal. Ze sloeg een hoek om en stond ineens op een overvol plein voor een gebouw dat overduidelijk het Pantheon moest zijn. Het plein was afgeladen. Er lagen overvolle terrasjes langs de kanten en in het midden stond een fontein die omringd werd door toeristen. Voor de ingang van het Pantheon was een opstopping ontstaan met mensen die in- en uit liepen. Ze zag dat ze bereik kreeg en zocht een plekje bij de fontein. Ze checkte haar mailbox en begon toen met een google zoektocht.

vrijdag 14 september 2007

LXXXVIII

De dag verliep bepaald niet zoals hij verwacht en gehoopt had, bedacht Thomas zich, terwijl Luigi hen voorging naar een café. Thomas blikte even over zijn schouder naar Tamar. Hij had een paar keer zijn pas ingehouden om te zorgen dat hij naast haar liep, maar door de drukte op straat raakte ze steeds weer achterop. Luigi denderde maar voort. Hij had geroepen dat ze wat moesten gaan drinken met zijn drieën en was spoorslags op weg gegaan. Thomas vertrouwde het nog steeds niet. Waar zouden ze heengaan? Zouden daar meer bekenden op hem wachten?

Hij begon een hekel te krijgen aan die brede rug onder het smoezelige overhemd. Luigi had de onmiskenbaar sjokkende gang van een te dik lijf boven te smalle beentjes. Thomas vond dat hij er maar onverzorgd uitzag. Reden te meer om te vermoeden dat de Italiaan niet officieel aan het werk was geweest in het museum, maar er onverwacht en gehaast naartoe was gegaan. Waarom? Was hij getipt over hun aanwezigheid. Zo ja, door wie? Ineens draaide Luigi zich om, zodat hij bijna tegen hem aan liep.
‘Zullen we hier gaan zitten?’ zei hij. Zijn koffieadem walmde in Thomas’ gezicht, die om zich heen keek. Een heel gewoon terras met wat groepjes mensen, toeristen en Romeinen en een aantal lege plekken. Thomas koos een strategische plek uit, waardoor hij met zijn rug tegen de pui van het café zat en de straat goed in de gaten kon houden. Tamar ging zwijgend zitten en staarde demonstratief de andere kant op. Luigi boog zich naar hem voorover en zijn oogjes glommen vanachter zijn zweterige bril. ‘Mooi meisje. Ik dacht eerst dat ze Hannah was.’
‘Nee, dat is voorbij. Dit is Tamar. Haar zus.’
‘Ik zie de gelijkenis,’ zei Luigi. En met een veelbetekenende grijns. ‘Voer voor psychologen.’

donderdag 13 september 2007

LXXXVII - Extra

Ook al had Tamar steeds gevraagd om het gesprek in het Engels te voeren en had Luigi ook duidelijk zijn best gedaan dit vol te houden, steeds was Thomas overgestapt op Italiaans. Tamar ergerde zich dood aan de hele situatie. Ze zaten nu al zeker een uur op een terrasje in de buurt van de Corso Vittorio Emmanuele en alles bij elkaar had Tamar misschien tien minuten van het gesprek kunnen volgen. Luigi was kunstkenner, gaf les aan de universiteit, werkte parttime voor het museum en bestierde met zijn vrouw een klein winkeltje in religieuze antiek en blijkbaar hadden hij en Thomas heel wat te bespreken. En blijkbaar moest dat allemaal in het Italiaans. Tamar had er geen idee van gehad dat Thomas hier mensen kende en al helemaal niet dat hij van alles met die mensen te bespreken had.
Verveeld keek ze om zich heen. De steeg liep uit in een breder stuk dat leek uit te komen op een pleintje. ‘Ik ben zo terug’. Zei ze in het Nederlands. Ze stond op en liep de steeg in. Haar slechte humeur van die ochtend was weer terug. Wat wilde ze nu hier in Rome? Wat wilde ze met Thomas? Er waren momenten dat ze kon lezen en schrijven met die man, dat het zo gezellig was dat er niets belangrijker leek dan met hem op een terras te zitten of door een museum te lopen. Er waren ook momenten dat hij zo geobsedeerd leek door andere zaken, door een wereld die haar volkomen vreemd leek, dat hij elk contact met haar verloor. Dat was gister gebeurd bij de zoektocht en nu weer met Luigi. Wat was er nu zo interessant dat hij met Luigi kon bespreken dat hem helemaal afsneed van haar? Deed Thomas geheimzinnig of was hij het echt?

LXXXVI

‘Daar kun je niet zomaar op gaan zitten, hoor,’ zei hij waarschuwend. Hij had zijn woorden nog niet koud of hij hoorde iemand in het Italiaans tekeer gaan. ‘Hey stomme toerist, dat mag niet! Oh, hopeloos.’
Thomas grinnikte. Typisch Italiaans theater. Een dik mannetje kwam aangestommeld en begon Tamar uit te foeteren. Zou hij zich ermee bemoeien? Het kon nog een hele voorstelling worden, als er nog meer mensen zich in de discussie zouden gaan mengen. Hij keek om zich heen. Verschillende groepjes mensen bleven belangstellend staan. Tamar had een verschrikte blik in haar ogen en zat nog steeds op de rand van de fontein. Een breedgeschouderde Amerikaan stond te filmen, hoe de dikke Italiaan deed alsof hij plukken haar uit zijn hoofd wilde trekken.
‘Zoals ik zei: je mag daar niet zitten.’
Toen draaide de Italiaan zich om en sloeg Thomas’ hart een slag over. Luigi?!? Hij kreeg amper tijd om na te denken, want de Italiaan drukte zich kort tegen hem aan ter begroeting en begon vervolgens tientallen vragen op hem af te vuren. Wat hij hier deed, waarom hij niet gebeld had om te zeggen dat hij in Rome zou zijn, hoe het met hem ging. Hoe meer Luigi praatte, hoe achterdochtiger Thomas werd. Was dit wel toeval? Natuurlijk wist hij wel dat Luigi parttime in het museum werkte, maar nooit in het weekend. Dan zat hij met zijn vrouw Bianca in hun huis op het platteland vlakbij Viterbo. Zeker in de snikhete Romeinse zomer. Dus waarom was hij uitgerekend nu hier? Verontrustender nog, Luigi had amper blijk gegeven van oprechte verbazing toen hij hem herkend had. Zijn enthousiaste manier van doen was niet anders dan normaal, maar het kon in dit geval ook een manier zijn om te verhullen dat Luigi hier met een reden was.

woensdag 12 september 2007

LXXXV

Nadat ze het hele museum waren doorgelopen en Thomas allerlei anekdotes over keizers, filosofen en goden had losgelaten op Tamar kwamen ze op een kleine, koele binnenplaats. Langs de muren rond de binnenplaats stonden beelden van faunen en goden. Tamar ging op de rand van een oude fontein zitten. Thomas trok zijn wenkbrauwen op ‘daar kun je niet zomaar op gaan zitten hoor’. Op dat moment kwam er uit de zuilengalerij tegenover haar een opgewonden Italiaan aangerend. Met wilde armgebaren begon hij tegen Tamar te praten. Ze keek hem verbaasd aan. ‘Zoals ik zei: je mag daar niet zitten’, zei Thomas droog. De opgewonden man draaide zich om. ‘Thomáas!’ riep hij uit. Thomas keek hem verschrikt aan. De man begon enthousiast in rap Italiaans tegen Thomas te brabbelen. Tamar bleef zitten en sloeg het schouwspel gade. De Italiaan was klein en dikkig. Zijn witte gekreukt overhemd plakte tegen zijn buik, zijn mouwen waren slordig opgerold. Hij had zwart haar met een kleine slag erin en een kapsel dat eigenlijk kort hoorde te zijn maar te lang niet was bijgeknipt. Hij droeg een bril met een zwart, enigszins verouderd montuur. Een versleten spijkerbroek uit de jaren tachtig werd omhooggehouden door een versleten zwart leren riem. Hij droeg zwarte schoenen met dikke zolen. Hij was absoluut niet het schoolvoorbeeld van een goedgeklede Italiaan. ‘Zoals ik zei Tamar, je mag daar niet zitten’, zei Thomas nu duidelijk geïrriteerd. Toen wende hij zich tot de Italiaan ‘Luigi, zei hij. Daarna volgde een hele reeks Italiaans zinnen die Tamar niet begreep. Ze stond langzaam op en liep naar Thomas en de man die dus blijkbaar Luigi heette. Demonstratief ging ze naast hen staan. Thomas leek haar niet te willen voorstellen, maar Luigi keek haar geïnteresseerd aan en gaf haar een hand. “Hannah?’ zei hij vragend.

dinsdag 11 september 2007

LXXXIV

Ze hadden een taxi genomen. Het was warm, bijna 35 graden. Thomas veegde met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd toen hij uit de taxi onder aan de lange steile trap stapte. Tamar had zichtbaar moeite uit de taxi te stappen zonder dat ze in haar ondergoed stond. Ze had een korte donkergroene rok aan die strak over haar billen zat en daarna wat uitliep. Hij vond dat ze er erg aantrekkelijk uitzag. Ze keek samen met hem naar de steile trap. Zij had gekozen. Ze zouden vandaag de Capitolijnse musea gaan bekijken. ‘Zullen we dan maar?’ vroeg Tamar, duidelijk vrolijker dan aan het ontbijt. Misschien had ze er alleen maar tegenop gezien weer die stinkende Via Cavour af te moeten lopen. Misschien had hij haar slechte humeur overschat en was ze alleen moe. Had het niets met hem te maken.
Samen liepen ze de trap op. Boven aangekomen zaten op het kleine pleintje rond het beroemde standbeeld van Marcus Aurelius drommen toeristen. Ze staken het plein over naar het hoofdgebouw en begonnen hun rondgang door het museum. Het was er koel. En ondanks dat het buiten op het plein en de trappen vol zat met mensen was het museum bijna uitgestorven. In sommige zalen waren ze enigen. Dat gaf Thomas de tijd om aan Tamar bijzondere details en wetenswaardigheden te vertellen. Ze gingen eerst langs de Lupus. Daar was het wel druk. Maar bij het echte standbeeld van Marcus Aurelius, waar ze daarna heenliepen, stond alleen een Amerikaans echtpaar. Samen met het echtpaar liepen ze rondjes om het imposante beeld terwijl de Amerikaanse man onafgebroken met zijn filmcamera het beeld filmde en zijn vrouw, gewapend met zonneklep en heuptasje, achter hem aan dartelde en zin uitstootte waar een hoop ‘you know’s’ en ‘it's like …’ in voor kwamen.

maandag 10 september 2007

LXXXIII

Gelukkig bleek vrij krijgen op haar werk niet al te moeilijk te zijn. De e-mail die ze nog geen tien minuten nadat ze de hare had verstuurd terugkreeg, was ronduit onverschillig. Het berichtje was kort en niet eens ondertekend. Ook zag ze dat haar baas niet eens de moeite genomen had om een paar vergeten spaties te corrigeren. Fronsend propte ze de pda weer terug in haar broek. Ze negeerde Thomas´ vragende blik. Het moest een leuke dag worden en ze had geen zin om het over haar werk te hebben. Tamar stopte de gedachte dat ze absoluut niet gemist zou worden en dat ze haar misschien liever kwijt dan rijk waren weg.
`Zo, ben je eruit wat we gaan doen?` Ze hadden de laatste tien minuten besteed aan de verschillende opties die er waren. Zo had Thomas gesuggereerd dat ze naar de Villa Borghese konden gaan en in het park liggen, de Capitolijnse musea bezichtigen, naar de Sint Paulus-buiten-de-muren gaan of de Via Appia bekijken.Daar zouden ook catacomben liggen, die hij al eerder had willen bezoeken, maar destijds niet had kunnen vinden. Geen van de genoemde opties had haar tot nu toe echt wildenthousiast gemaakt. In een park lummelen leek haar nog wel het beste idee. Als het maar niet teveel gedoe was. Ze had in elk geval geen zin om zich in de traditionele toeristendrukte bij de Spaanse Trappen, het Pantheon of de Trevi-fontein te gooien. Het liefst wilde ze relaxen. Zou hij het erg vinden als ze gewoon in het hotel zouden blijven ? Hoewel het pas half elf was, had ze zin om met een biertje op bed te niksen. Haar voeten deden nog een beetje pijn van al het lopen. Hij leek geen rust te kennen, zo graag wilde hij haar de stad laten zien.

vrijdag 7 september 2007

LXXXII

Ze zag er moe uit, vond hij. Af en toe wreef ze met haar hand over haar gezicht alsof ze haar vermoeidheid zo wilde verdrijven. Gelukkig was de koffie die het hotel bij het ontbijt serveerde sterk en verkwikkend. Straks maar ergens een cappuccino bestellen. Hij nam een hap uit zijn broodje en keek hoe Tamar met duidelijke tegenzin slokjes van haar koffie nam. Zou ze een kater hebben? Ze hadden wel één en ander gedronken, maar ook weer niet zoveel.
Thomas vond het fijn dat gaandeweg de zaterdagavond de reden van hun bliksembezoekje aan Rome op de achtergrond was gedrongen en ze niet meer over haar hadden gepraat. Hannah zweefde ergens aan de periferie van de herinneringen die ze ophaalden, zonder een direct gespreksonderwerp te zijn. Eigenlijk had hij dat wel prettig gevonden. Alle beetjes helpen, was de gedachte geweest, waarmee hij had geprobeerd de vriendschap van het enigszins verlegen tienermeisje te winnen, om zo dichterbij haar oudere zus te komen.
Nu ze hier tegenover hem zat, als zelfbewuste jonge vrouw, was het alsof zijn zieltjeswinnerij van destijds tegen een heel ander persoon gericht was geweest. De hele episode met Colin en de onorthodoxe manier waarop hij haar weer ontmoet had, leek inmiddels al zo lang geleden. Even voelde hij een steek van binnen. De giftanden van de jaloezie. Hij grijnsde. Vandaag wilde hij echt iets leuks met haar gaan doen, los van Hannah. Zelfs niet aan haar denken. Maar Tamar maakte dat een stuk makkelijker. Niet voor het eerst vroeg hij zich af of hij zijn gevoelens voor Hannah nu op Tamar projecteerde. Hij kon niet echt wijs worden uit zijn eigen verwarde en tegenstrijdige emoties. Tamar keek op en ze bespraken wat ze konden gaan doen. Typisch, ze liet hem weer kiezen wat het zou gaan worden.

donderdag 6 september 2007

LXXXI

Het was gezellig geweest. Na vier karafjes wijn liepen Tamar en Thomas terug over Cavour richting het hotel bij Termini.
'Volgende keer maar ergens anders een hotel zoeken, ik kan die weg niet meer zìen'.
Thomas keek haar verbaasd aan.
'Volgende keer?' zei hij plagend terwijl hij zijn wenkbrauwen ophaalde. Tamar keek hem geschrokken aan. 'Ik bedoel.. nou ja. Je weet wel'.
Zwijgend liepen ze verder. Op naar Hotel Aphrodite.

Het was zondagochtend, tien uur. Samen zaten ze slaperig aan een klein tafeltje in de ontbijtzaal. Lusteloos roerde Tamar in een kop koffie. Het was laat geworden gister en ze had flink wat gedronken. Ze voelde zich moe. Moe van de hitte van de vorige dag, van het lopen, van de drank en van alle gesprekken. Ze had geen enkele zin zich vandaag nog met Hannah bezig te houden. Eerlijk gezegd kon haar zus haar gestolen worden. Aanvankelijk had het allemaal heel spannend en mysterieus geleken, maar nu ze hier zo zat met Thomas was het alleen maar leuk om met hem hier in Rome te zijn. Haar zus, daar had ze eigenlijk helemaal geen behoefte aan. Alsof Thomas haar gedachten kon lezen zei hij: 'We hoeven vandaag niks te doen met Hannah. We hebben gister alles al gedaan wat moest. Het is nu wachten op morgen, tot ze naar de garage komt'.
Tamar knikte. Morgen was het maandag. Ze moest haar werk nog laten weten dat ze er niet zou zijn. Dat werd nog een mooie klus.
'Zullen we iets leuks gaan doen vandaag?'
Thomas keek haar vragend, bijna verwachtingsvol aan. Ze probeerde haar Pda uit haar veel te strakke broekzak te peuteren om een e-mail te gaan componeren voor haar baas.
'Zeg jij het maar. Jij kent hier de weg.' Ze kon het niet opbrengen er bij te lachen.

woensdag 5 september 2007

LXXX

‘Weet je, ik heb mezelf die vraag ook vaak gesteld. Nu niet meer. In het begin wel, gek genoeg, hoewel we nooit echt "close" zijn geweest. Ze was altijd heel bazig tegen me en gebruikte me vaak als sloofje, toen we nog op de basisschool zaten. In de puberteit was ze ineens veel meer bezig met haar uiterlijk, met manipuleren en hoe ze het beste mannen om haar vinger kon winden… Oh, sorry!’ riep ze geschrokken uit, terwijl een blos op haar wangen verscheen. ‘Dat was niet lullig bedoeld.’
Thomas grinnikte om haar ontsteltenis. ‘Geeft niets. Ik ken haar ook al heel lang. Ik denk zelfs dat het een deel van mijn gevoelens voor haar wel verklaart. Ze was altijd erg goed in het bespelen van mijn emoties.’
Hij woelde door het haar op zijn achterhoofd. ‘Ik moet zeggen dat ik mijn verliefdheid jarenlang niet echt onder stoelen of banken heb gestoken.’
Nu was het haar beurt om hardop te lachen. ‘Niet bepaald, nee. Het was wel vrij duidelijk dat je echt gek op haar was.’
‘Ja, dus liet ze me dichtbij komen zonder volledig voor me te gaan. Het golfde maar op en neer. Dan weer haalde ze me aan, dan duwde ze me weer weg. Ik wist nooit precies waar ik aan toe was.’
‘Ik weet nog wel, dat je wel eens briefjes voor haar aan mij gaf, die ik dan door moest geven. Daar was ze wel blij mee.’
‘Dat zal wel, ja. En dan tegen mij subtiel de naam van een andere jongen laten vallen waar ze dan "heerlijk mee gedanst" had, of heel nonchalant doen over afspraken die ze dan had. Het ergste was dat ze daarmee doorging, toen we al lang en breed een relatie hadden. Ze liet je altijd in het ongewisse.’

dinsdag 4 september 2007

LXXIX

Behendig had Thomas bij het zoeken naar een café de garage van gister vermeden. Tamar wist dat ze in de buurt waren, en ze wist ook dat er in dat straatje genoeg eettentjes waren. Er zat zelfs een pub. Maar Thomas had niets gezegd en was doorgelopen. Opeens, toen ze over Cavour verder richting het centrum liepen, zag ze links van zich, aan het einde van een drukke verkeersweg het Coloseum liggen. Zinderend in de avondzon en de uitlaatgassen van de avondspits. Thomas sloeg rechts een straat in en links van haar stond ineens weer en kerk. Je struikelde letterlijk over de kerken in Rome. Ze liepen wat verder. Op een klein pleintje stond een fontein er omheen lagen terrasjes van cafés en ijssalons. Thomas liep naar een terrasje toe en vroeg, ´binnen of buiten, zon of schaduw?´. Het werd ‘buiten schaduw’ en samen bestelden ze een koude karaf witte wijn. En later nog één. En toen een bord eenvoudige pasta, en nog maar een karaf. De zon was gezakt en viel nu op de plek waar Thomas en Tamar zaten. Verwarmd door het laatste beetje zon van die dag schaterden ze het samen uit toen Thomas een perfecte imitatie gaf van zijn gedrag van die middag. Daarna schetste hij nog een aantal situaties waarin zijn vasthoudendheid was doorgeslagen in obsessief vasthouden en gaf zowel zijn eigen rol als die van een verbaasde apotheker in Zuid-Spanje weer. Op dat moment viel Tamar in en gaf een levensechte weergave van hoe Hannah op Thomas zou hebben gereageerd. ´Dat is eng, dat zei ze echt!´ zei Thomas. Hij keek er beduusd bij. Tamar glimlachte ‘Ik heb ook jaren met haar samengeleefd’. Thomas knikte. Misschien kende haar zus Hannah wel beter dan hij. ‘Mis je haar?’ vroeg hij. Tamar bleef even stil.

maandag 3 september 2007

LXXVIII

Ze vond de kerk mooi, al leek ze sceptisch te zijn over de authenticiteit van de boeien van Petrus. Maar het belangrijkste was, dat ze zijn bewondering voor het Mozes-beeld met de hoorntjes deelde. Zijn interesse was gewekt toen hij een jaar of negen was en uit de omvangrijke boekencollectie van zijn ouders een boek over Michelangelo vond. Urenlang had hij gefascineerd naar foto´s van het enorme beeld gestaard. Vooral op zoek naar het zelfportret van de kunstenaar dat naar verluid ergens in de baard verstopt zat. Hij had tot zijn 21ste moeten wachten tot hij hier voor het eerst had gestaan op een dispuutreisje. Niemand had met hem meegewild en hij had zijn vrienden met rollende ogen achtergelaten op een zonnig terras om naar San Pietro in Vincoli te gaan. Ook toen al was er een idioot systeem waarbij je geld moest betalen om de kapellen te kunnen bezichtigen. Er waren heel wat toeristen die die dag van zijn lires had geprofiteerd om ook naar het beeld te kijken. De Mozes had een verpletterende indruk op hem gemaakt, veel meer dan de gehypte David, die in verschillende uitvoeringen over heel Florence verspreid was.


Het deed hem deugd dat hij iets van zijn voorliefde op Tamar had kunnen overbrengen. Terwijl ze de kerk weer uitliepen, bedacht hij zich wrang dat hij haar gezelschap wel heel erg prettig vond. Het zou niet zo handig zijn als hij nu verliefd zou worden. Opnieuw echt verliefd. Zo kon hij Hannah nooit vergeten, als hij gevoelens voor de zus van zijn ex zou krijgen, terwijl hij met diezelfde zus zijn ex aan het zoeken was. Wat een ontzettend onmogelijke situatie. Hij kon moeilijk ontkennen dat hij zich tot haar aangetrokken voelde en volgens hem had Tamar dat ook wel door. Dat kon niet missen.