‘U bent nog laat op pad, inspecteur. Hopelijk worden uw overuren uitgetaald.’ Thomas probeerde zo cool mogelijk over te komen, als de held uit een film noir. Iets met Bogart. En Hannah als de femme fatale. Alleen zou in Bogart’s stem geen rare trilling hebben gelegen. Thomas had het idee dat zijn hartslag probeerde een opzwepend muziekfragment na te spelen. DiMatteo glimlachte flauwtjes. Ze stonden recht tegenover elkaar op straat.
‘Het was puur toeval dat ik erachter kwam dat u nog in Rome was. Eén van uw zo onzorgvuldige begeleiders meende u te zien lopen in de Via Giulia. Ik dacht: "dat kan niet!" Toen ging ik voor de zekerheid even rondbellen en inderdaad: u en mevrouw Mendel bleken uw vlucht niet gehaald te hebben. Toch wel merkwaardig, omdat u zo’n voortreffelijke escorte hebt gekregen. Beetje slordig dat zij moesten bekennen verder niet opgelet te hebben.’
De politieman kruiste zijn armen en keek Thomas vorsend aan. ‘Daarna was het heel eenvoudig het gebruik van uw identiteitsbewijzen te controleren. Mevrouw Mendel huurde een auto op het vliegveld. En u schreef u beiden hier in,’ ging hij met een hoofdknik naar de ingang verder. ‘Mevrouw Mendel heeft het land inmiddels wel verlaten. Mijn vraag aan u is: waarom bent ù nog hier?’
‘Ik zoek Hannah.’
‘Uw ex-vriendin. De zus van mevrouw Mendel, die wel terug naar huis ging. Vanwaar toch uw obsessie?’
‘Ik maak me zorgen om haar veiligheid.’
DiMatteo tuitte zijn lippen. ‘U bent schrijver, geen politieagent. Wat hebt u de afgelopen dagen allemaal gedaan?’
‘Dat is zo lang geleden, dat herinner ik me niet meer.’
De inspecteur lachte schamper. ‘In dat geval, wil ik dit gesprek graag op het bureau voortzetten.’ Hij maakte een armgebaar. Uit de schaduwen stapten twee geüniformeerde agenten naar voren.
‘Word ik gearresteerd?’
‘We gaan praten.’
maandag 7 januari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten