Het telefoongesprek duurde en duurde maar. Samantha was aan één stuk aan het woord. Ze vertelde haar verhaal soms tussen lange uithalen van tranen door en soms volkomen rustig en coherent. Het was duidelijk dat het niet zo goed ging met Samantha. Zowel haar huwelijk als haar proefschrift als de relatie met haar kind verliepen momenteel niet op rolletjes. Terwijl Tamar probeerde de berichten op haar Blackberry te checken hoorde ze Sam iets zeggen over ‘onrechtmatige daad’ en schoot het door haar hoofd dat Sam misschien wel een postnatale depressie had. Ze sprak de woorden uit en Sam bleef even stil. ‘Ik had het net over mijn begeleider. Dat die man een met het recht geobsedeerde debiel is heeft toch niets te maken met mijn zwangerschap.’ Nu was het Tamar’s beurt om even stil te blijven. ‘Luister Mar, ik weet dat ik redelijk depressief en desperaat overkom, maar ik heb geen postnatale depressie.’
Ze spraken nog een tijd verder. Het gesprek duurde al een uur. Sam dacht er over het proefschrift in de prullenbak te gooien en een andere baan te zoeken. Als ze dat deed had ze één probleem opgelost, dan kon ze daarna aan haar relatie met Paul en de kleine Boris gaan werken. Maar Tamar vond het zonde al dat werk zomaar weg te gooien. Als ze nog even door zou bijten zou ze zometeen een extra titel hebben en zouden de banen voor het oprapen liggen. Tussen al het gepraat door lukte het Tamar niet de berichten op haar Blackberry te lezen. Elke keer als ze eraan begon raakte ze de draad van Sam’s verhaal kwijt en viel er ineens een ongemakkelijke stilte. Ze had nu al iets van drie ongelezen berichten liggen en het leek er niet op dat Sam het gesprek snel zou afronden.
maandag 28 januari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten