maandag 21 januari 2008

CLXXVIII

Met een tevreden blik in zijn ogen liet DiMatteo zich langzaam terugzakken in zijn stoel. Zijn vingertoppen rustten samengevouwen onder zijn kin.
‘Ik zal helemaal bij het begin beginnen,’ zei Thomas en hij merkte hoe opgelucht hij was dat hij het hierover kon hebben. ‘De familie van mijn moeder komt uit Engeland. Via hen heb ik een erfstuk gekregen. Een juweel dat ooit toebehoorde aan koning Henry VIII.’
DiMatteo sperde verrast zijn ogen open, maar weerhield zich van commentaar.
‘Het is bewaard gebleven, gek genoeg, door de eeuwen heen, door stom toeval en geluk. Het is een lang verhaal, dat ik u misschien nog wel eens kan vertellen. Kort gezegd: via de Tudors kwam het in handen van de Stuarts. Toen de handlangers van Cromwell hun smerige handen op de kroonjuwelen legden en deze lieten omsmelten, wist een dienaar van de koning een aantal juwelen te redden. Waaronder het juweel waar het hier om draait.’
‘Wat voor soort juweel is het?’
‘Het was oorspronkelijk een hanger, die met een halsketting op de borst gedragen werd. De ketting zelf is verloren gegaan, maar de hanger zelf is bezet met edelstenen.’
DiMatteo kon de meeste benamingen daarvan wel thuis brengen, maar had wat moeite met de uitleg over de “liefdesknopen” in goud en zilver. Thomas tekende het uit.
‘Wat is de waarde?’
Thomas haalde zijn schouders op. ‘Dat is moeilijk te zeggen. De avontuurlijke en kleurrijke geschiedenis geeft het een extra romantisch zetje, maar ik schat toch zeker een paar honderdduizend euro.’
DiMatteo floot tussen zijn tanden. ‘Zozo. En hoe komt u eraan?’
‘De dienaar van koning Charles Stuart die het juweel in veiligheid stelde, is een voorouder van mij.’
‘Kunst is niet mijn sterkste punt, maar is dat juweel dan geen eigendom van de Britse Koninklijke familie?’
Thomas kuchte enigszins verlegen.

Geen opmerkingen: