woensdag 9 januari 2008
CLXIX
Daarna probeerde ze talloze malen Thomas op zijn mobiel te bereiken. Hij nam maar niet op en ze begon zich steeds meer zorgen te maken. Colin probeerde haar gerust te stellen met een grote kom geflambeerde kersen met ijs. Dat was zo jaren ’70, bedacht ze zich. Dat een man van de wereld als Colin haar nog zo’n gedateerd toetje durfde voor te zetten. Maar ondanks de gedateerdheid van het nagerecht was het erg lekker. Het gaf haar even de gelegenheid de telefoon en Thomas te vergeten en na te denken. Zwijgend aten ze hun ijs en kersen op. Colin ruimde alles af terwijl Tamar weer probeerde te bellen. Ze gaf het op toen de koffie op tafel kwam. Ze bespraken de hele situatie nogmaals. Nu begon Tamar echt moedeloos te worden. Er zat wederom net zo weinig progressie in het gepieker als in Rome. Na weer een uur van wikken en wegen zei ze resoluut ‘Ik bel een taxi. Ik ga naar huis. Dit wordt niets meer. Niet vanavond althans’. Colin keek haar verrast aan ‘Je blijft niet?’ zei hij. Ze wist niet waar te kijken. ‘Ik bedoel, ik heb de logeerkamer klaargemaakt’ terwijl hij het zei zag ze hem blozen. ‘Nee, sorry, ik moet naar huis. Ik bel je morgen over die detective en als ik Thomas te pakken heb gekregen’. Binnen een half uur was de taxi er en was ze op weg naar haar appartement. Terwijl ze achterin de taxi zat en Londen aan zich voorbij zag trekken, voelde ze zich voor het eerst in weken thuis in deze stad. Ze had het gevoel dat ze naar huis reed. Naar haar eigen huis met haar eigen spullen en haar eigen leven. Een leven dat niet door Harjo in de war werd geschopt of door mensen als Marlies werd bekritiseerd.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten