maandag 28 januari 2008

CLXXXII

Het was half vier voordat DiMatteo en hij eindelijk waren uitgepraat. De nachtelijke sessie had hem wel vermoeid, maar Thomas voelde zich licht uitgelaten toen hij eindelijk het politiebureau uitliep. De inspecteur had er op aangedrongen hem naar zijn B&B te brengen, maar dat had hij afgeslagen. Hij wilde een frisse neus halen, had hij gezegd. Maar hij wilde ook alleen zijn en slaap had hij nu toch niet. DiMatteo had hem wel gewaarschuwd voorzichtig te zijn en benadrukte nog maar eens dat hij, net als Hannah, mogelijk gevaar liep. Maar dat had Thomas luidkeels betwist. Hannah had het juweel immers en daar waren de ontvoerders op uit. Terwijl hij de straat uit beende, voelde Thomas de vertrouwde kramp in zijn buik als hij dacht aan Hannah. Niet meer omdat hij haar miste en niet kon begrijpen waarom ze ervan door was gegaan, maar omdat hij zich zorgen maakte over haar veiligheid. Hij probeerde niet te denken aan wat de ontvoerders zouden kunnen doen om haar onder druk te zetten het juweel op te geven. Toen hij zijn telefoon aanzette, had hij verschillende gemiste oproepen en smsjes van Tamar. Hij zou haar zo wel even een sms sturen om haar gerust te stellen. Thomas spitste zijn oren. Er rende iemand over straat. Het geluid kwam van achter hem en kwam steeds dichterbij. Hij balde zijn vuisten en draaide zich om. In het vage licht van de straatlantaarns zag hij dat het DiMatteo was.
‘Sorry,’ sprak de inspecteur buiten adem. ‘Ik ben nog iets vergeten.’ Hij reikte Thomas iets aan. Het was een foto. Toen Thomas het in het licht hield, herkende hij met een schok de man met het baardje.
‘Dat is hem!’ riep hij verrast. DiMatteo keek triomfantelijk terug. ‘Dit is Alessandro Grimani. Uw ex-vriendin woonde met hem samen.’

Geen opmerkingen: