woensdag 16 januari 2008

CLXXV

Het begon er net op te lijken dat ze nu toch echt doorverbonden zou worden toen haar baas kwam binnenlopen. ‘Sta je in de wacht? We hebben je even nodig.’ Omdat ze na het Rome avontuur het gevoel had niet veel meer te kunnen maken bij haar baas, legde ze de hoorn er, inwendig vloekend, meteen op. Ze volgde haar baas naar zijn kamer waar hij met twee cliënten rond de tafel zat. Ze stelde zich voor en schoof aan. De rest van de ochtend zat ze vast in het overleg en kwam niet in de buurt van haar telefoon, computer of haar Blackberry, die ze op haar bureau had laten liggen.

Colin probeerde haar al die tijd verwoed te bereiken. Na een flink aantal smsjes, mailtjes en telfoontjes belde hij haar op haar vaste lijn op het werk. Toen die tien keer was overgegaan werd hij opgenomen door de secretaresse. Colin probeerde uit te leggen dat hij Tamar zocht en dat het belangrijk was. Maar de secretaresse vertelde hem resoluut dat het wel heel erg belangrijk moest zijn wilde ze er Tamar voor uit een vergadering halen. Of hij een cliënt was van de firma? ‘Nee, een vriend’. Dat had hij beter niet kunnen zeggen.Tenzij het ernstige ongelukken of overleden familieleden betrof ging ze niemand uit een vergadering halen. Colin hield het er maar bij. Hij stuurde nog één smsje naar Tamar en begon toen aan het voorbereiden van zijn colleges.

Om 1 uur hoorde Tamar pas van de secretaresse dat ‘ene Colin’ gebeld had en ‘heel vervelend had gedaan’ aan de telefoon. Door de intensieve bespreking was ze helemaal vergeten dat ze al die tijd niets van Thomas had gehoord. Toen ze haar Blackberry checkte zag ze echter dat ze niet alleen twee smsjes van Colin had, maar ook één van Thomas.

Geen opmerkingen: