donderdag 14 januari 2010

CCXLV

Ze zaten bij haar ouders op de bank. De harde vezels van de ouderwetse groene bank prikten in Tamars’ blote benen. Haar moeder was druk in de weer in de keuken met koffie en broodjes en soep, haar vader zat naast hen in een stoel en besprak met Thomas alle mogelijke opties en scenario’s met betrekking tot Hannah’s dood. Haar ouders leken verrassend veerkrachtig. Je kon zien dat ze nauwelijks hadden geslapen en dat haar moeder veel gehuild had, maar ze leken niet overstuur of radeloos, zoals je zo vaak hoort van ouders die een kind verliezen.
Terwijl haar vader en Thomas hun complottheorieën verder uitwerkten bestudeerde Tamar de schoorsteenmantel met de vertrouwde foto’s, de boekenkast met de hangplanten uit de jaren ’70, het versleten perzische tapijt en de oude fauteuils. Haar ouders mochten dan groot wonen in een dure wijk, aan hun inrichting hadden ze al jaren niets gedaan. Ze stond op om een foto van haar en Hannah van de schoorsteenmantel af te halen. Toen pas zag ze dat naast het fotolijstje een stapeltje met foto’s lag. Ze keek het door en zag dat het allemaal foto’s waren van Hannah. ‘Papa en ik hebben ze bekeken voor een foto voor bij de kist’, haar moeder stond naast haar met een schaal broodjes. ‘Thomas en ik hadden het er ook al over gehad. Er is een hele mooie foto van haar in Barcelona.’ Haar moeder knikte en bukte om de schaal op tafel te zetten. ‘Kijk maar of je hem kunt vinden, wie weet kunnen we die gebruiken.’ Ze liep weer terug naar de keuken en Tamar nam plaats op een stoel tegenover de bank. Thomas keek haar even aan en glimlachte. Haar vader legde een hand op haar knie en zei: ‘We laten het nu rusten. Ze is dood en we krijgen haar niet meer terug.’

woensdag 9 juli 2008

CCXLIII

Tamar zag de ongelovige uitdrukking op het gezicht van Thomas. En toch leek hij zich in te houden. Hij werd niet boos of onrustig maar stelde wat vragen aan Fabrizzio en ging toen zitten in één van de fauteuils in de lobby. Ze was verbaasd over deze beheerste reactie.
Fabrizzio leek te willen vertrekken maar Tamar wilde nog één ding weten: ‘Hebben jullie Bianca en Luigi al gesproken?’ Fabrizzio keek ongemakkelijk ‘Nee, die hebben we niet nog kunnen vinden. Voor het afronden van het onderzoek is het wel van belang dat we Bianca nog spreken. We zijn dus nog op zoek.’
Nu leek de rechercheur er duidelijk genoeg van te hebben want hij gaf haar abrupt een hand en liep naar Thomas. Die stond op en schudde ook de hand van Fabrizzio, bedankte hem voor het bericht, en ging weer zitten.
Tamar nam plaats in de fauteuil naast Thomas.
‘Je weet dat ik er geen bal van geloof, van dat hele zelfmoord-verhaal.’ Thomas was duidelijk boos, ‘maar ik laat het rusten.’ Tamar was wederom verbaasd. ‘Omdat jij dat wilt, omdat Hannah dood is en het haar niet terug gaat brengen, omdat ik er mijn hanger niet mee terug krijg ook.’ Thomas bestudeerde het tapijt terwijl hij op zijn nagels beet. Ze wreef met haar hand over zijn rug.
‘Ik ga een vlucht regelen en jij gaat mee. Je loopt hier nu lang genoeg rond. Het is tijd om naar huis te gaan.’ Thomas knikte maar bleef naar het tapijt staren.
‘Kom op, ik bel mijn pa en vraag hem tickets te bestellen en wij gaan ergens koffie drinken.’
Thomas haalden zijn portemonnee van de hotelkamer terwijl Tamar met haar vader belde.
In het espressobarretje aan het einde van de straat belde haar vader al terug. Hij had twee tickets voor morgenochtend 11 uur naar Rotterdam. Hij zou hen oppikken.

maandag 7 juli 2008

CCXLII

‘Ze zien ons aankomen bij de politie. We hebben al geen vrienden gemaakt, maar als we nu ook nog melden dat we een privé-detective hebben ingeschakeld en dat die nu ook vermist raakt...’
Er drong een hard geluid tot Thomas’ oren door, maar pas toen hij Tamar zag wijzen, realiseerde hij zich wat het was: de telefoon in de kamer ging. Verbaasd liep hij er naartoe. Wat was dit nu weer?
Het bleek de receptie te zijn. Er stond een rechercheur van politie in de lobby die hen wilde spreken. Thomas antwoordde dat ze eraan kwamen.
‘Waarom gaan we naar beneden?’ vroeg Tamar. ‘Hij kan toch ook hier komen?’
‘Ik ben liever in een openbare ruimte,’ zei Thomas grimmig. ‘Wie weet is het wel een soort valstrik.’
Tamar keek hem sceptisch aan.
‘Ik kijk nergens meer van op. Misschien is het Paolo wel, of iemand anders. Iemand die ook op het juweel uit is.’
‘Misschien is het Craven wel!’ riep Tamar uit. ‘Dat hij wat heeft gevonden en zich niet bloot wil geven als detective.’
Thomas reageerde niet. Dat vond hij wel heel optimistisch gedacht. Het gaf hem een naar gevoel om het te moeten overwegen, maar hij had een vermoeden dat de Welshman niet zomaar verdwenen was en hij vreesde voor diens gezondheid.
Ze namen de lift.
In de hal stond Fabrizzio hen op te wachten. Zonder veel inleiding deelde hij hen mede dat zijn collega’s in Viterbo bij het huis van Luigi en Bianca waren gaan kijken. Daar was het lijk van Alessandro Grimani aangetroffen. Hij had een schotwond in zijn hoofd en de conclusie luidde dat hij waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd.
‘Waarschijnlijk uit wroeging dat hij zijn geliefde had vermoord,’ zei Fabrizzio alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Thomas geloofde er geen woord van.

zaterdag 5 juli 2008

CCXLI

Nadat ze de hele ochtend hadden besteed aan het bellen met de ambassade en de politie, belde Tamar weer met haar ouders. Ze overlegde wat het handigste zou zijn nu duidelijk was dat het lichaam van Hannah pas volgende week zou worden overgevlogen. Thomas probeerde ondertussen aan de andere kant van de kamer Leslie Craven te bereiken maar leek weinig succesvol. Tamar zag hem van de tv naar de minibar ijsberen en weer terug. Haar vader stelde voor dat Tamar morgen naar huis zou komen. De formaliteiten waren nu rond en het was slechts wachten op de extra autopsie, daarvoor hoefde Tamar niet in Rome te zijn. Het contact met de ambassade en politie kon telefonisch verlopen en als er zaken geregeld moesten worden, kon de ambassade dat doen. Volgende week zou haar vader dan naar Rome vliegen om het lichaam op te halen.
Tamar sprak af dat ze haar ouders zou bellen als ze een vlucht had geregeld en wachtte op de rand van haar bed tot Thomas klaar was met bellen en ijsberen.
Toen hij de telefoon neerlegde, keek hij niet blij.
‘Leslie Craven is nog steeds zoek. Ze hebben hem nu officieel als vermist opgegeven.’
Tamar was verbaasd, dit had ze niet verwacht. Thomas legde uit dat hij Colin had gesproken die de afgelopen dagen alleen maar bezig was geweest met het vinden van Leslie en het geruststellen van de vrouw van Leslie. Colin had vermoeid geklonken en had Thomas op het hart gedrukt dat hij en Tamar goed op zichzelf moesten passen. Het zat Thomas duidelijk niet lekker, Tamar kon aan zijn gezicht zien dat er vanalles door zijn hoofd ging.
‘Laten we Fabrizio bellen en hem vertellen van Craven. Wie weet kunnen zij er iets mee en dan hebben we nu echt open kaart gespeeld.’

vrijdag 4 juli 2008

CCXL

Thomas zuchtte diep. Waarom had ze niet op hem gewacht? Als ze haar verdriet alleen wilde verwerken, begreep hij dat wel. Maar hij zou graag willen dat ze hier echt samen met elkaar over konden praten. Het zou hen dichterbij elkaar brengen, in plaats van de stille verwijdering die hij nu aanvoelde. Hij gooide zijn kleren op de grond en negeerde Hannah’s stem in zijn hoofd die hem daar zo vaak vermanend op had aangesproken, en draaide de kranen van de douche open. Toen het water heet genoeg was geworden en er dampen in de badkamer begonnen op te komen, ging hij onder de straal staan. Hij had het gevoel half te verzuipen, leunde met zijn handpalmen tegen de muur voor hem en deed zijn ogen dicht. Ondanks de hitte kreeg hij kippenvel op zijn armen. Na zijn gevoel een eeuwigheid onder de douche te hebben staan, draaide hij alleen de warme kraan dicht. Na een paar seconden al hapte hij naar adem door de abrupte overgang. Na een paar minuten begon hij aan het ijswater te wennen en draaide hij ook de andere kraan dicht. Tijdens het afdrogen riep hij Tamars naam, maar er kwam geen reactie. Hij fronste. Blijkbaar was ze nog steeds weg. Waar was ze heengegaan? Toen hij de veters van zijn tweede bootschoen aan het strikken was, hoorde hij haar de roomkey in het slot schuiven.
‘Waar was je?’
Hij schrok zelf van de toon van zijn stem. ‘Heengegaan, bedoel ik?’
‘Een rondje lopen,’ antwoordde Tamar terughoudend.
‘Had je geen bericht kunnen achterlaten?’
‘Sorry, vergeten.’
‘Mooie boel.’ Hij wilde nog meer zeggen, haar duidelijk maken dat er al zoveel gebeurd was, dat het misschien niet veilig was als ze zomaar ’s ochtends vroeg over straat ging zwerven. Maar hij liet nu het maar achterwege.

dinsdag 1 juli 2008

CCXXXIX

Na het ontbijt besloot ze een rondje te gaan lopen. Het was pas 7 uur en om Thomas nu wakker te maken of te storen in zijn ochtendritueel leek haar geen goed idee. Ze trok haar vest strakker om zich heen en wandelde langs de receptie naar buiten. Het was fris buiten en het regende zachtjes. Ze liep naar beneden over de smalle straat van het hotel. Toen realiseerde ze zich dat ze geen idee had waar in Rome en in welk hotel ze eigenlijk verbleven. Ze draaide zich om en las de naam van het hotel op de gevel ‘Grand Hotel Olympic’. Daarna probeerde ze aan de gevels van de huizen een straatnaam te ontwaren. Via Properzio. Nog steeds had ze geen idee, maar de straat zou ze wel terug kunnen vinden.
Terwijl ze een rondje door de buurt liep, liet ze haar gedachten voor de zoveelste keer gaan over de gebeurtenissen van gister en de weken ervoor. Het was allemaal te veel om te bevatten. Haar enige zus was vermoord in Rome. Jarenlang had ze haar niet gesproken en net nu ze naar haar op zoek was gegaan ging ze dood. Ze voelde zich alleen. Aan de ene kant wilde ze dat haar ouders nu in de buurt waren, aan de andere kant kon ze hun verdriet er nu ook niet bij hebben.
Na een half uur stond ze weer voor het hotel. Ze liep naar binnen en nam de nauwe lift naar de eerste etage, waar hun kamer zat. Toen ze de kamer binnen kwam trof ze een chagrijnige Thomas aan. Hij vroeg waar ze geweest was en of ze niet even een bericht had kunnen achterlaten. Hij zat gedoucht en aangekleed op de rand van zijn bed.
‘Sorry, vergeten.’
‘Mooie boel’, bromde hij. Hij stond op en samen liepen ze naar de ontbijtzaal.

vrijdag 23 mei 2008

CCXXXVIII

Ze had zijn teleurgestelde gezicht wel gezien, dacht hij, maar ze ging gewoon door met het opruimen van de spullen. ‘Ruim jij het dienblad op?’ vroeg ze, terwijl ze met de bierflesjes wegliep en deze in het kleine prullenbakje naast de schrijftafel kieperde. Thomas knikte stom. Hij was pijnlijk getroffen door haar abrupte afbreking van hun avond. Kwam het door Hannah? Ongetwijfeld. Hij voelde zich heel nauw met haar verbonden, maar ze zouden elkaar nooit dichter kunnen naderen. In elk geval niet in deze situatie. Voor hij er erg in had, was ze haar eigen kamer in gegaan. Zonder hem fatsoenlijk welterusten te wensen. Het had de schijn van een soort vlucht. Met een diepe frons tussen zijn wenkbrauwen zette hij het dienblad op de tafel. Thomas deed het licht uit en begon zich in het donker uit te kleden. Hij liet zich naakt voorover op het bed vallen en trok het kussen onder zijn hoofd. Zou hij kunnen slapen? Onwillekeurig snoof hij Tamar’s geur op. Hij had het kussen gepakt dat zij vanavond gebruikt had. Hoe vaak had hij zich na Hannah’s vertrek niet op bed neergegooid en precies hetzelfde gedaan? Ineens verkrampte zijn gezicht en voelde hij zijn ogen branden. Hij wilde zich eraan over geven, flink janken om de spanning uit zijn lichaam te krijgen, maar er kwam niets. Zijn ogen bleven droog. Machteloos en gefrustreerd beukte hij met zijn vuist in op het matras. Zachtjes uiteraard, want hij wilde Tamar niet storen. Uiteindelijk viel hij een rusteloze slaap, waaruit hij twee keer wakker schrok met opduikende beelden van Hannah. ’s Ochtends voelde hij zich gebroken. Hij schuifelde naar de badkamer en zag dat Tamar al gedoucht had. Hij riep haar naam, maar er kwam geen reactie. Was ze al gaan ontbijten? Zonder op hem te wachten?

donderdag 15 mei 2008

CCXXXVII

Ze sloeg haar biertje achterover en drukte de tv uit. ‘Ik denk dat we beter kunnen gaan slapen’. Thomas keek haar verbaasd en teleurgesteld aan. ‘We zijn allebei moe en morgen wordt het weer een lange dag. Ik zoek mijn bed op.’ Ze stond op en liep naar de enigszins afgeschermde ruimte waar een eenpersoonsbed stond. Ze inspecteerde het bed op spinnen en ander ongedierte en kroop toen onder de koele lakens. In de andere ruimte hoorde ze Thomas het dienblad wegzetten en het licht uitdoen. De ramen stonden open en er woei een koele wind door de kamer. Op de achtergrond hoorde ze verkeerslawaai. Ze had gedacht dat ze nog uren zou liggen malen maar verrassend snel viel ze in een diepe droomloze slaap.
Om half zes werd ze wakker van de kou. De wind bolde de gordijnen op en buiten leek het te regenen. Ze stond op en trok het raam dicht. Buiten was het al licht maar het regende flink en was waterkoud. Ze zat op de rand van haar bed en overdacht wat er gister allemaal gebeurd was, als een zware deken overviel het verdriet haar. Ze had pijn in haar buik en voelde zich ondanks haar slaap moeier dan ooit. Voorzichtig liep ze naar de badkamer en douchte zich met zo min mogelijk geluid. In haar slaapgedeelte trok ze een spijkerbroek, laarzen en een wit t-shirt en een dik vest aan. Zachtjes trok ze deur achter zich dicht en liep naar beneden naar de ontbijtruimte. Het personeel was nog bezig het ontbijt klaar te zetten maar wees haar toch een plek aan één van de tafels. Een dame van middelbare leeftijd bracht haar koffie en thee. Ze had honger. Verschrikkelijke honger. Ze at een bord vol broodjes en een kom yoghurt.

dinsdag 13 mei 2008

CCXXXVI

Thomas grinnikte en legde één hand achter zijn hoofd. ‘Soms kon ze wel een beetje typisch zijn, ja. Overigens is ze nooit onverdeeld positief over mij geweest.’
‘Was het zo erg? Nou ja, je was ook het eerste vriendje van Hannah dat over de vloer kwam.’
‘Misschien wilde je moeder me wel afschrikken omdat ze dacht dat ik beter verdiende dan Hannah,’ zei hij met een grimas.
‘Mij bijvoorbeeld?’ antwoordde Tamar plagerig.
Hij probeerde haar niet aan te kijken. Een wee gevoel trok door zijn buik. Het voelde haast wel alsof hij nog op de middelbare school zat. Als Hannah tussen de lessen door iets tegen hem zei, al was het maar ´hallo`, dan had hij hetzelfde gevoel gehad. Blijdschap vermengd met onvervalste misselijkheid. Dat gevoel dat ze bij hem op had geroepen, die magie en die macht waren verdwenen, voor altijd. Hij voelde Tamar naar hem kijken en hij kon haar niet langer negeren. Hij las iets peinzends in haar blik. Ze beet op haar onderlip, onzeker over de situatie. De donkere wolk gleed weer tussen hen in. Hannah’s aanwezigheid.
Hij zuchtte, verschoof wat op het bed en nam een slokje van zijn bier.
‘Wat is dit nou?’ hoorde hij haar zacht zeggen. Haar stem was hees.
‘Wat is wat?’ bromde hij terug, terwijl hij krampachtig naar het televisiescherm bleef staren. De documentaire over het Vaticaan was afgelopen. Er was nu een soort van discussieprogramma op. De presentator had een spiekkaart in zijn handen en was op heftige toon (ook al stond het geluid uit) een monoloog aan het afsteken tegen een oudere man. Geluidloos vormde zijn mond watervallen aan zinnen, waarbij hij zo ver naar voren leunde dat hij bijna voorover uit zijn stoel kukelde. Thomas vond dit tafereel ineens zo grappig, dat hij hardop begon te lachen.

donderdag 24 april 2008

CCXXXV

Omdat de man aan de andere kant van de lijn geen woord Engels leek te spreken moest ze de telefoon overgeven aan Thomas. Binnen twee seconden had hij de bestelling rond. Ze voelde zich dom en onhandig maar Thomas leek zich niet aan haar te storen. Hij gaf de telefoon aan haar terug en verdween in de badkamer. Ze hoorde een kraan lopen. Ze kon ook wel wat deo en tandpasta gebruiken en dus zocht ze in haar tas naar een schoon hemdje terwijl ze wachtte tot Thomas klaar was. Hij kwam zonder t-shirt de badkamer uit lopen en begon gedachteloos in zijn koffer te zoeken naar een schoon t-shirt. Tamar glipte de badkamer in friste zich op. Ze haalde de make-up van haar gezicht en deed schoon ondergoed, een schoon hemd en een een schone spijker broek aan. Toen er op de deur geklopt werd, was ze net klaar. Thomas installeerde zich met een dienblad vol drank en zoutjes midden op het bed. Hij had de kamer opgeruimd en de tv zachtjes aangezet.
‘Kom zitten meid, ik schenk in.’
Ze ging bij hem op bed zitten. Hij had de kussens zo neergelegd dat ze allebei met hun rug tegen het hoofdeinde konden zitten. De tv stond zachtjes aan met reportage over het Vaticaan en Thomas was in de weer met zoute crackertjes en flesjes bier. Het was eigenlijk best gezellig zo. Hij gaf haar een bierflesje en stak er zelf eentje omhoog.
‘Op het leven en de liefde’ , zei hij. Tamar glimlachte. Hij had wel gelijk, het leven ging door. Ze proosten en namen allebei een slok. ‘Hoe was mijn moeder?’ vroeg Tamar. Thomas keek haar aan terwijl hij met zijn handen aan het beddengoed plukte. ‘Ze is ok. Ik had vroeger problemen met haar maar ze was heel aardig net.’

woensdag 23 april 2008

CCXXXIV

In het hotel belde Tamar nog een keer met haar moeder. Tot zijn verbazing vroeg ze hem ook aan de lijn en praatten ze wat. De juiste woorden over en weer, beleefd uitgesproken condoleances en de even zo beleefde reacties. Achteraf schaamde hij zich dat hij er zelf niet aan gedacht had om haar te spreken te vragen. Haar ouders hadden ook wel wat anders aan hun hoofd dan zich druk maken over de stukgelopen relatie met Hannah en de manier waarop zijn ouders met hen gebotst hadden. Hij zuchtte. Haar stem had verrassend meelevend geklonken, alsof ze meer begaan was met hoe hij zich voelde. Toen hij had gezegd dat hij het vreselijk vond wat Hannah was overkomen, sprak ze rustig: ‘het is het ergste wat je kan overkomen, om je kind te verliezen.’ Juist de eenvoudige en neutrale manier waarop ze sprak, had hem geraakt.
De flesjes bier in de minibar konden zijn dorst ook niet lessen. ‘Zal ik wat bestellen?’ vroeg Tamar, nadat ze de inhoud van het koelkastje had geïnspecteerd. ‘Ik ben wel toe aan een fles wijn, of twee.’
Hij knikte. ‘Doe mij maar bier,’ riep hij naar haar rug, terwijl ze naar de telefoon naast het bed toeliep. Thomas wreef over zijn keel en voelde de ruwe stoppels. Hij wilde weg uit dit land, deze ellende vergeten. Wat was hij nu wijzer geworden? Hannah was dood, vrienden bleken niet te vertrouwen te zijn en het juweel was nog steeds zoek. Als de politie Grimani arresteerde, had hij het ding vast allang verstopt of verkocht. Eigenlijk kon het hem niet eens meer zoveel schelen op het moment. Erger was dat Hannah dood was. De zoektocht naar Hannah was altijd vervlochten geweest met het juweel. Het was ergens toch een soort spel geweest. Nu niet meer.

dinsdag 22 april 2008

CCXXXIII

Ze zaten samen in de taxi terug naar het hotel. Tamar was blij dat Thomas Fabrizzio had gebeld, dit zou ze een hoop ellende kunnen besparen. Ze konden nu niet verdacht worden van het achterhouden van informatie en ze konden nu ook niet op eigen houtje achter Bianca aan gaan, mocht Thomas dat idee in zijn hoofd halen. Thomas zat naast haar en keek naar buiten, in gedachten verzonken. Ze snapte wel dat hij geïntrigeerd was door de hele toestand. Hij kende Luigi en Bianca al langer en maakte zich daarom waarschijnlijk meer druk om hun dubbelrol dan zij. Hij was ook al jaren bezig met Hannah en kende haar grillen als geen ander. Voor Tamar was deze Romeinse wereld met verraad, intriges en overspel zo ver van haar verwijderd dat ze zich er weinig van voor kon stellen. Hannah had altijd al meer gevoel voor drama gehad, was altijd bezig geweest met complotten, had er nooit voor teruggedeinsd vriendjes voor elkaar in te ruilen, vriendschappen te verstoren en haar minnaars voor alles te laten betalen. Omdat dit alles zo ver van Tamar’s belevingswereld was verwijderd kon ze er ook weinig mee. Ze kon de rollen van alle personen die de afgelopen weken de revue hadden gepasseerd niet duiden en kon hun motieven niet verklaren of voorspellen. Voor haar stond vast dat haar zus was vermoord door Grimani en meer hoefde ze er eigenlijk ook niet van te weten.
Ze keek naar Thomas terwijl hij gebiologeerd uit het raam keek. Hij leek met intense precisie de gevelreclames te bestuderen.
‘Denk je dat Bianca er mee te maken heeft? Met Hannah’s dood dan? Of denk je dat zij juist Grimani erbij heft gelapt? En waarom wilden ze ons zo graag zien die dag in de Capitolijnse musea dat ze er voor terug kwamen naar Rome?’

maandag 21 april 2008

CCXXXII

Bianca. Het was zo verwarrend en ongelofelijk dat Thomas niet eens kon zeggen of er nu puzzelstukjes op hun plek vielen. Zou Luigi het weten? Het moest haast wel. Zeker als Grimani en Bianca samen in het openbaar waren verschenen op feesten. Dan moesten ze ook weten van Hannah. En van het juweel. Wat hadden ze dan hypocriet gedaan toen Tamar en hij op bezoek waren! Was de ontmoeting met Luigi dan inderdaad vooropgezet? Zat hij ook in één van of ander complot waarvan hij de reikwijdte niet kon overzien? Wat een toneelspel van die twee, zeg. Tamar en hij waren echt voor de gek gehouden. Hij bleef in zijn stoel zitten. Tamar praatte tegen hem en hij probeerde echt te luisteren, maar zijn gedachten over hoe hij bedonderd was waar hij bij stond, bleven overheersen.

Haar aandringen, maakte hem wrevelig, maar hij zag wel in dat ze gelijk had dat hij de politie hierover moest vertellen. Ze kwamen er toch achter en het was misschien beter dat ze het van hem hoorden. Hij stond op en terwijl ze naar de taxi toe liepen, belde hij Fabrizzio. Hij vertelde over de connectie. Fabrizzio zat blijkbaar in de buurt van DiMatteo, want hij hoorde diens stem op de achtergrond reageren op de samenvatting die hij van Fabrizzio kreeg. De politiemannen leken te overleggen. Thomas hoorde hun verbazing, totdat Fabrizzio zijn hand over het ontvangstgedeelte schoof, waardoor er alleen nog wat gedempte geluiden doorkwamen.
‘Bedankt voor deze informatie,’ zei de Italiaan, toen hij het gesprek heropende.
‘Jullie dachten zeker dat het niet zo belangrijk was, dat hij nog een minnares had?’
Fabrizzio gaf een nietszeggend antwoord.
‘O ja. Bianca en Luigi hebben ook nog een huis vlakbij Viterbo.’
Die mededeling zorgde voor enige consternatie. Hij hoorde Fabrizzio gehaast om een pen vragen.

woensdag 16 april 2008

CCXXXI

Ze was moe, leeg. Het was een enorm zware dag geweest. De vlucht vanuit Londen, het nieuws over Hannah, het heen en weer geren tussen politiebureau, hotel en ambassade. Ze kon geen ‘pap’ meer zeggen.
Thomas stond erop die Fabrizzio te bellen en dus bleef ze nog even zitten. Terwijl hij belde keek ze wat om zich heen en wachtte verveeld tot hij klaar was. Ze vroeg de ober een taxi te bellen en luisterde niet echt naar het gesprek dat Thomas aan het voeren was. Toen hij oplegde zag ze weer die blik in zijn ogen. Ze kon een zucht van ergenis bijna niet onderdrukken. Ze wilde naar het hotel, naar bed, slapen. Ze wilde naar haar ouders en de begrafenis regelen.
Thomas leek haar ergenis niet op te merken. Verhit begon hij zijn verhaal te doen over Fabrizzio en een minnares en Bianca en Mantegna. Het verhaal ging half langs haar heen. Ze begreep dat het vast belangrijk was, maar ze was moe. Ze knikte wat, bromde soms iets wat zijn verhaal moest beamen.
‘Thomas, wat gaan we nu doen?’ Ze vroeg het voordat ze er erg in had. ‘Gaan we nu weer het werk van de politie overnemen?’ Thomas bleef stil, hij keek naar de stoep onder het tafeltje. ‘Ik denk dat het het beste is als je Fabrizzio nu belt en zegt dat jij Bianca en Luigi kent zodat we niet overmorgen wéér op het matje worden geroepen bij DiMatteo.‘ De taxi reed voor en Tamar stond op. Thomas zei niets en bleef zitten in zijn stoel.
‘Als jij het niet doet, doe ik het.’ Ze zei het niet dreigend, het kwam er uit als een mededeling. Toen stond Thomas op, pakte zijn telefoon en belde Fabrizzio. Terwijl hij dat deed stapten ze samen in de taxi.

vrijdag 11 april 2008

CCXXX

Anders dan hij gedacht had, bleek Fabrizzo weinig spraakzaam. Hij leek niet over de zaak te willen praten en weerstond alle pogingen van Thomas om openingen te vinden. De politieman wilde alleen kwijt dat ze Grimani op het spoor waren na wat anonieme tips, maar dat hij in het belang van het onderzoek niets meer kon zeggen. Van een meningsverschil met DiMatteo leek geen sprake. Had Thomas het dan toch verkeerd begrepen, de lichaamstaal die Fabrizzio leek uit te stralen? Gek genoeg maakte Fabrizzo geen aanstalten om het gesprek zelf te beëindigen, maar leek hij te wachten tot Thomas het zelf op zou geven. Dat moment kwam snel daarna, omdat Thomas domweg door zijn vragen heen was en er geen antwoorden kwamen van de Italiaan. Op de valreep schoot Thomas te binnen dat hij misschien naar Leslie Craven zou kunnen vragen, maar zou hij wel slapende honden wakker moeten maken? De politie zou niet zo blij zijn met een rondneuzende privédetective, zeker niet als die ook verdwenen leek te zijn. Terwijl hij nadacht, probeerde hij Fabrizzio aan de praat te houden over Grimani.
‘Zijn de tips over Grimani betrouwbaar?’
Aan de andere kant van de lijn hoorde hij Fabrizzio grinniken. ‘Dat zou ik wel denken.’
‘Hoezo dan?’ vroeg Thomas, die een kansje rook om meer te weten te komen.
‘Een wraakzuchtige vrouw is erger dan de hel, of zoiets is toch een uitdrukking?’
Thomas luisterde maar half, hij hoorde alleen het eerste deel. ‘Een wraakzuchtige vrouw?’
Fabrizzio schraapte zijn keel. ‘Een ex-minnares. Getrouwd nota bene.’
Thomas herinnerde zich DiMatteo’s opmerkingen hierover.
‘Woont ze hier in Rome? Waar kent ze Grimani van?’ drong Thomas aan.
Fabrizzio aarzelde hoorbaar. ‘Ik heb al te veel gezegd. Ze kennen elkaar uit de kunstwereld. Ze schijnt alles te weten over Mantegna.’
Thomas verstijfde. Bianca?!?

donderdag 10 april 2008

CCXXIX

Ze vond dat hij maar liep door te zeuren over die Fabrizzio en Leslie Craven. Thomas was echt een leuke vent, maar als hij zo’n treurige complotdenker was zou dat echt zonde zijn. Zo’n jongen die achter elk ongeluk een moordcomplot ziet, heel vermoeiend. Met tegenzin pakte ze haar telefoon en belde Colin op. De ober van het restaurant kwam ondertussen de tafel afruimen en keek enigszins afkeurend naar de maar half leeggegeten borden. Colin nam vrijwel meteen op. Ze praatte wat over Hannah en wat er nu ging gebeuren en toen begon Colin uit zichzelf over Leslie Craven. Leslie was al de hele dag onbereikbaar. Eerst werd zijn telefoon steeds niet opgenomen en nu leek hij uit te staan. De vrouw van Leslie had gebeld naar Colin toen Leslie niet was thuisgekomen voor het avondeten. Het bleek dat zij en Leslie de afspraak hadden dat hij altijd rond lunch en diner liet weten of hij er zou zijn of niet. Hij had zowel met de lunch als het diner niet gebeld. En dat was heel erg ongewoon, zei Colin, aangezien Leslie zeer op zijn vrouw en zeer op haar eten gesteld was en de laatste tien jaar niet van hun afgesproken protocol was afgeweken. Nu begon Tamar toch wel een onbehagelijk gevoel in haar buik te krijgen. Misschien zat de complotdenker aan haar rechterzijde er toch niet zo heel ver naast. Ze spraken nog wat dingen door en toen legde Tamar de telefoon neer. Ze vatte het gesprek samen voor Thomas die vervolgens zíjn telefoon pakte en Fabrizzio belde. De ober stond ondertussen al een tijdje ongeduldig naast hen. Aangezien haar maag espresso echt niet kon verdragen op dit moment bestelde ze zowel voor haarzelf als Thomas een kop thee. Thomas was zo diep in gesprek met Fabrizzio dat hij het niet eens merkte.

dinsdag 8 april 2008

CCXXVIII

‘Zal ik anders Fabrizzio eens bellen?’ opperde Thomas.
‘Kun je doen.’
‘Dat klinkt niet bepaald alsof je vindt dat ik het echt niet doen.’
Tamar haalde haar schouders op. ‘Wat wil je ermee bereiken? We hebben van DiMatteo gehoord wat er gebeurd is. Geloof je hem echt niet?’
Hij zuchtte. ‘Ik weet het niet. Het klinkt allemaal zo plausibel, maar ik had echt het idee dat Fabrizzio het er niet mee eens was.’
‘DiMatteo is zijn chef. Hij zal echt tegen jou geen ander verhaal vertellen.’
Ze prikten zwijgend nog wat in het eten.
‘Bel anders Leslie Craven nog een keer. We hebben al een paar dagen niks meer van hem gehoord en hij is wel voortvarend te werk gegaan en is een hoop te weten gekomen.’
‘Hmmm,’ antwoordde Tamar neutraal. Ze leek er niet veel zin in te hebben. Hij verbaasde zich over haar lethargie. Waarom deed ze geen moeite om meer te weten te komen over Hannah’s dood en de rol van Grimani? Was het allemaal te veel voor haar om te verwerken?

Of was hij het zelf, die niet wilde nadenken over de logische uitvloeisels van Hannah’s dood, over de muziek die uitgekozen moest worden, over kleding en hoe haar begrafenis eruit moest komen te zien? Zouden haar ouders al bezig zijn om rouwkaarten uit te zoeken? Of zaten ze nog te dubben of ze naar Rome moesten vliegen, ook al konden ze niks doen? Thomas had steeds meer het gevoel dat de gebeurtenissen te veel waren voor hem om te bevatten. Tegelijkertijd had hij ook het idee dat hij iets cruciaals miste. Een aanwijzing, een puzzelstukje. Iets klopte er niet, maar het ontglipte hem keer op keer wat dat was. Tenzij hij zich heel erg vergiste. En waarom liet die privédetective niets meer van zich horen?

maandag 7 april 2008

CCXVII

Ze zaten nog wat in hun eten te roeren maar leken allebei hun bord niet leeg te krijgen. Tamar at wat droog brood en staarde ondertussen voor zich uit over het pleintje.
‘Wanneer denk je dat ze begraven kan worden?’ Terwijl ze het vroeg, bleef ze in de verte staren.
‘Ik weet het niet.’ Zei Thomas. Hij bleef even stil maar ging toen toch verder: ‘Ze zullen haar nog wel even hier willen houden. En misschien wil de ambassade nog een autopsie doen. Het kan zo twee weken duren vrees ik.’
‘Ik weet helemaal niet hoe ze zou willen dat haar begrafenis eruit zal zien.’ Ze zei het bijna toonloos. ‘Hebben jullie het daar wel eens over gehad?’ Terwijl ze het vroeg draaide ze haar hoofd om en keek hem aan.
‘Nee. Nee. We hadden het nooit over dat soort dingen.‘
Toen bleven ze weer een tijd stil. Ongemerkt at Tamar nog wat ciabatta en Thomas besefte dat het spreekwoord ‘zien eten, doet eten’ toch echt opging want hij kreeg ook zowaar enige trek. Hij at wat van de sla van Tamar en een stuk brood.
‘We kunnen een nummer van haarzelf draaien’ stelde Thomas voor. Tamar knikte, dat was wel een goed idee ja.
‘En die ene foto die jij van haar hebt gemaakt in Barcelona bovenop die kerk, die kunnen we neerzetten bij de kist. Ze is daar heel mooi en volgens mij ook echt gelukkig.’
Thomas zweeg. Waarschijnlijk had ze er met haar opmerking voor gezorgd dat hij nu met zijn hoofd in Barcelona was met haar dode zus. Stom. Ze wist ook niet goed wat ze moest doen en zeggen. Het was allemaal zo onwerkelijk. Ze zou willen dat ze hier met Thomas zat terwijl ze op vakantie waren en verder niets.

vrijdag 4 april 2008

CCXXVI

Toen het eten eenmaal op tafel stond, bleek Thomas’ hongergevoel verdwenen. Ook Tamar leek niet veel zin meer te hebben na de eerste paar happen. De ober keek inmiddels af en toe bezorgd hun kant op, bang wellicht dat ze de antipasta en de salade niet lekker vonden. Thomas prikte lusteloos in wat knapperige slablaadjes, de pasta was nu lauw en wat hij ervan gegeten had, voelde als een deegklomp in zijn maag. Tamar had als bijgerecht een salade met rucola en hardgekookt ei, maar had het schaaltje nauwelijks aangeroerd. Misschien hadden ze niet naar het restaurant moeten gaan waar ze al eerder hadden gezeten. Toen ze nog op zoek waren geweest naar Hannah en alles anders was geweest. Gelukkig zaten ze niet op dezelfde plek, dat zou het helemaal onverdraaglijk hebben gemaakt.

Ze legde haar vork neer en veegde gedachteloos met haar vingertoppen een drupje dressing van de rand van haar bord en bracht het naar haar mond. Ze leek niet te merken dat hij naar haar keek. Hij voelde zich machteloos. De afstand tussen hen werd met elke zwijgende minuut groter, zo voelde hij. Alsof ze bij hem weg dreef. Zijn relatie met Hannah had de speelsheid en het flirten met Tamar weliswaar niet in de weg gestaan en hij had het idee gehad dat ze zich ook tot hem aangetrokken had gevoeld, maar juist ook vanwege Hannah was er voor hem altijd een drempel geweest. Misschien dat die in de loop van de tijd was verdwenen: hij had meermalen gedacht dat hij haar zou gaan zoenen. Nu Hannah er niet meer was, stond ze meer dan levensgroot tussen hen in.

Tamar keek hem onderzoekend aan. ‘Gaat het wel een beetje?’ vroeg ze met een frons. Hij maakt een nietszeggend handgebaar. Wat moest hij nu tegen haar zeggen?

donderdag 3 april 2008

CCXXV

Het was nog warm buiten maar af en toe woei er een koude wind door de straten. Het voelde onwerkelijk weer door Rome te lopen, nu niet met het verwachtingsvolle gevoel van avontuur van eerst maar met een bijna onwerkelijk donkere wolk boven hun hoofd. Thomas en zij waren allebei stil toen ze door de straatjes parallel aan de Via Cavour liepen. Eerder liepen ze hier ook samen, op weg naar de San Pietro in Vincoli.
Tamar sloeg haar sjaal steviger om haar blote schouders, het werd kouder en de zon begon al weg te zakken achter de gevels van de smalle straatjes. Ze had geen idee hoe laat het was. Vanaf het moment dat ze die ochtend de ontvangshal van het vliegveld in was gelopen, was ze elk besef van tijd kwijt geraakt. Ze had sinds die ochtend niets meer gegeten en ze wist niet zeker of het weeë gevoel in haar knieën werd veroorzaakt door de honger of door het besef dat ze voor altijd haar enige zus was kwijtgeraakt. Thomas sloeg zonder iets te zeggen rechtsaf en liep de stijle trappen af richting de Via Cavour. Die straat stak hij vrijwel meteen over waarna hij zich een weg zocht in de steegjes van de oude Subburra. Binnen tien minute zaten ze weer op het terras van het restaurant waar ze eerder hadden gezeten. Onwillekeurig keek Tamar naar de muur waar ze toen de man had gezien die hen bestudeerde. Er stond nu niemand. Het terras was vrijwel leeg. Samen bestudeerden ze de kaart. Nu pas voelde ze hoe hongerig ze was en meteen voelde ze zich schuldig dat zij nog kon eten terwijl ze net wist dat haar zus dood was. ‘Ik heb ook honger hoor’ zei Thomas. Hij wreef over haar knie terwijl hij het zei.