dinsdag 1 januari 2008

CLXIV

Het B&B beviel hem goed. De uitbaters waren erg vriendelijk en na Tamar’s vertrek was hij zonder problemen naar haar kamer verhuisd. Extra dagen bijboeken was ook geen punt. En ze hadden klandizie genoeg. Thomas lag uitgestrekt op het bed met zijn handen achter zijn hoofd gevouwen. In de kamer naast hem waren twee kinderen ruzie aan het maken. Ze spraken Italiaans met een accent dat hij niet kon plaatsen. Zijn voeten deden zeer. Hij had de afgelopen dagen nog meer gelopen in zijn eentje dan met Tamar erbij. Wel tien keer was hij langs Hannah’s huis gelopen, maar er was niets bijzonders te zien geweest. Paolo of mannen met baardjes waren niet opgedoken. Zonder concrete aanwijzingen was hij maar de toerist uit gaan hangen. De stad had hij kriskras doorkruist, niet naar iets specifieks op zoek, maar om de sfeer, het ritme en de taal in te kunnen ademen. Voor de tweede keer was hij zelfs door EUR gelopen, om de wijk een nieuwe kans te geven. Het was hem meegevallen, sommige gebouwen waren echt mooi en het Museo della Civiltà Romana bleek een aanrader te zijn.
Tamar had laten weten naar Colin te gaan. Ze zouden nog bellen. Hij voelde de beet van het groenogige monster, zoals Shakespeare zou zeggen. Een situatie zo oud als de weg naar Rome, bedacht hij met een zure grimas. Hij keek op zijn telefoon om te zien hoe laat het was. Hij had Tamar niet verteld dat hij naar Luigi en Bianca zou gaan. Hij wilde wel eens weten wat zijn miniscule vriend bij de garage te zoeken had gehad. Ook van Bianca’s opmerkingen over Luigi en diens gedrag wilde hij het fijne weten. En tenslotte sloeg hij een goed maal natuurlijk ook niet af. Hij had besloten vrijdag terug te vliegen.

Geen opmerkingen: