donderdag 3 januari 2008

CLXVI

‘Ik was gewoon nieuwsgierig. Echt, als ik had geweten dat jullie er al waren, had ik zeker wel rondgekeken. Toen ik aan kwam lopen, zag ik niemand.’
Luigi keek oprecht gekweld na de hamerende vragen die Thomas hem gesteld had. Hulpeloos keek hij naar zijn vrouw, die met half dichtgeknepen ogen ondoorgrondelijk in de verte staarde. Sigarettenrook kringelde om haar hoofd.
‘En in de garage dan?’
De dikke Italiaan rolde met zijn ogen. ‘Dat zei ik al! Ik vroeg aan die vent die er werkte van wie die Mercedes was. Ik was gewoon nieuwsgierig.’
Nog niet helemaal overtuigd leunde Thomas achterover op de bank. Of Luigi de waarheid sprak, wist hij niet, wel was duidelijk dat hij niet meer informatie uit hem zou krijgen dan hij tot nu toe gekregen had. Zijn ogen gleden in Bianca’s richting, die daarop een geruststellend gebaartje maakte. Thomas voelde zijn telefoon opnieuw trillen en opnieuw negeerde hij het. De eerste keer had hij gezien dat het Tamar was, maar hij had geen zin om op te nemen. Dat vereiste weer een hoop uitleg over en weer over elkaars bezigheden en hij wilde haar later op de avond nog spreken. Als hij in elk geval zeker wist dat ze niet in Beaconsfield zou blijven.
Het was half elf toen hij, licht aangeschoten, uit de taxi stapte. Hij had de chauffeur vijftig euro gegeven. Hij had er nu al spijt van. Vlak voor de deur van de B&B zwaaide ineens een autoportier open. Een man in een lange zwarte jas stapte uit. Thomas’ hart sloeg over. Hadden ze hem gevonden? Paolo en zijn vrienden? Het warme licht vanachter de deur van de B&B gleed over het grimmige gezicht van de man. Het was inspecteur DiMatteo.
‘Mijn agenten hadden u wat beter in de gaten moeten houden.’

Geen opmerkingen: