donderdag 24 april 2008

CCXXXV

Omdat de man aan de andere kant van de lijn geen woord Engels leek te spreken moest ze de telefoon overgeven aan Thomas. Binnen twee seconden had hij de bestelling rond. Ze voelde zich dom en onhandig maar Thomas leek zich niet aan haar te storen. Hij gaf de telefoon aan haar terug en verdween in de badkamer. Ze hoorde een kraan lopen. Ze kon ook wel wat deo en tandpasta gebruiken en dus zocht ze in haar tas naar een schoon hemdje terwijl ze wachtte tot Thomas klaar was. Hij kwam zonder t-shirt de badkamer uit lopen en begon gedachteloos in zijn koffer te zoeken naar een schoon t-shirt. Tamar glipte de badkamer in friste zich op. Ze haalde de make-up van haar gezicht en deed schoon ondergoed, een schoon hemd en een een schone spijker broek aan. Toen er op de deur geklopt werd, was ze net klaar. Thomas installeerde zich met een dienblad vol drank en zoutjes midden op het bed. Hij had de kamer opgeruimd en de tv zachtjes aangezet.
‘Kom zitten meid, ik schenk in.’
Ze ging bij hem op bed zitten. Hij had de kussens zo neergelegd dat ze allebei met hun rug tegen het hoofdeinde konden zitten. De tv stond zachtjes aan met reportage over het Vaticaan en Thomas was in de weer met zoute crackertjes en flesjes bier. Het was eigenlijk best gezellig zo. Hij gaf haar een bierflesje en stak er zelf eentje omhoog.
‘Op het leven en de liefde’ , zei hij. Tamar glimlachte. Hij had wel gelijk, het leven ging door. Ze proosten en namen allebei een slok. ‘Hoe was mijn moeder?’ vroeg Tamar. Thomas keek haar aan terwijl hij met zijn handen aan het beddengoed plukte. ‘Ze is ok. Ik had vroeger problemen met haar maar ze was heel aardig net.’

woensdag 23 april 2008

CCXXXIV

In het hotel belde Tamar nog een keer met haar moeder. Tot zijn verbazing vroeg ze hem ook aan de lijn en praatten ze wat. De juiste woorden over en weer, beleefd uitgesproken condoleances en de even zo beleefde reacties. Achteraf schaamde hij zich dat hij er zelf niet aan gedacht had om haar te spreken te vragen. Haar ouders hadden ook wel wat anders aan hun hoofd dan zich druk maken over de stukgelopen relatie met Hannah en de manier waarop zijn ouders met hen gebotst hadden. Hij zuchtte. Haar stem had verrassend meelevend geklonken, alsof ze meer begaan was met hoe hij zich voelde. Toen hij had gezegd dat hij het vreselijk vond wat Hannah was overkomen, sprak ze rustig: ‘het is het ergste wat je kan overkomen, om je kind te verliezen.’ Juist de eenvoudige en neutrale manier waarop ze sprak, had hem geraakt.
De flesjes bier in de minibar konden zijn dorst ook niet lessen. ‘Zal ik wat bestellen?’ vroeg Tamar, nadat ze de inhoud van het koelkastje had geïnspecteerd. ‘Ik ben wel toe aan een fles wijn, of twee.’
Hij knikte. ‘Doe mij maar bier,’ riep hij naar haar rug, terwijl ze naar de telefoon naast het bed toeliep. Thomas wreef over zijn keel en voelde de ruwe stoppels. Hij wilde weg uit dit land, deze ellende vergeten. Wat was hij nu wijzer geworden? Hannah was dood, vrienden bleken niet te vertrouwen te zijn en het juweel was nog steeds zoek. Als de politie Grimani arresteerde, had hij het ding vast allang verstopt of verkocht. Eigenlijk kon het hem niet eens meer zoveel schelen op het moment. Erger was dat Hannah dood was. De zoektocht naar Hannah was altijd vervlochten geweest met het juweel. Het was ergens toch een soort spel geweest. Nu niet meer.

dinsdag 22 april 2008

CCXXXIII

Ze zaten samen in de taxi terug naar het hotel. Tamar was blij dat Thomas Fabrizzio had gebeld, dit zou ze een hoop ellende kunnen besparen. Ze konden nu niet verdacht worden van het achterhouden van informatie en ze konden nu ook niet op eigen houtje achter Bianca aan gaan, mocht Thomas dat idee in zijn hoofd halen. Thomas zat naast haar en keek naar buiten, in gedachten verzonken. Ze snapte wel dat hij geïntrigeerd was door de hele toestand. Hij kende Luigi en Bianca al langer en maakte zich daarom waarschijnlijk meer druk om hun dubbelrol dan zij. Hij was ook al jaren bezig met Hannah en kende haar grillen als geen ander. Voor Tamar was deze Romeinse wereld met verraad, intriges en overspel zo ver van haar verwijderd dat ze zich er weinig van voor kon stellen. Hannah had altijd al meer gevoel voor drama gehad, was altijd bezig geweest met complotten, had er nooit voor teruggedeinsd vriendjes voor elkaar in te ruilen, vriendschappen te verstoren en haar minnaars voor alles te laten betalen. Omdat dit alles zo ver van Tamar’s belevingswereld was verwijderd kon ze er ook weinig mee. Ze kon de rollen van alle personen die de afgelopen weken de revue hadden gepasseerd niet duiden en kon hun motieven niet verklaren of voorspellen. Voor haar stond vast dat haar zus was vermoord door Grimani en meer hoefde ze er eigenlijk ook niet van te weten.
Ze keek naar Thomas terwijl hij gebiologeerd uit het raam keek. Hij leek met intense precisie de gevelreclames te bestuderen.
‘Denk je dat Bianca er mee te maken heeft? Met Hannah’s dood dan? Of denk je dat zij juist Grimani erbij heft gelapt? En waarom wilden ze ons zo graag zien die dag in de Capitolijnse musea dat ze er voor terug kwamen naar Rome?’

maandag 21 april 2008

CCXXXII

Bianca. Het was zo verwarrend en ongelofelijk dat Thomas niet eens kon zeggen of er nu puzzelstukjes op hun plek vielen. Zou Luigi het weten? Het moest haast wel. Zeker als Grimani en Bianca samen in het openbaar waren verschenen op feesten. Dan moesten ze ook weten van Hannah. En van het juweel. Wat hadden ze dan hypocriet gedaan toen Tamar en hij op bezoek waren! Was de ontmoeting met Luigi dan inderdaad vooropgezet? Zat hij ook in één van of ander complot waarvan hij de reikwijdte niet kon overzien? Wat een toneelspel van die twee, zeg. Tamar en hij waren echt voor de gek gehouden. Hij bleef in zijn stoel zitten. Tamar praatte tegen hem en hij probeerde echt te luisteren, maar zijn gedachten over hoe hij bedonderd was waar hij bij stond, bleven overheersen.

Haar aandringen, maakte hem wrevelig, maar hij zag wel in dat ze gelijk had dat hij de politie hierover moest vertellen. Ze kwamen er toch achter en het was misschien beter dat ze het van hem hoorden. Hij stond op en terwijl ze naar de taxi toe liepen, belde hij Fabrizzio. Hij vertelde over de connectie. Fabrizzio zat blijkbaar in de buurt van DiMatteo, want hij hoorde diens stem op de achtergrond reageren op de samenvatting die hij van Fabrizzio kreeg. De politiemannen leken te overleggen. Thomas hoorde hun verbazing, totdat Fabrizzio zijn hand over het ontvangstgedeelte schoof, waardoor er alleen nog wat gedempte geluiden doorkwamen.
‘Bedankt voor deze informatie,’ zei de Italiaan, toen hij het gesprek heropende.
‘Jullie dachten zeker dat het niet zo belangrijk was, dat hij nog een minnares had?’
Fabrizzio gaf een nietszeggend antwoord.
‘O ja. Bianca en Luigi hebben ook nog een huis vlakbij Viterbo.’
Die mededeling zorgde voor enige consternatie. Hij hoorde Fabrizzio gehaast om een pen vragen.

woensdag 16 april 2008

CCXXXI

Ze was moe, leeg. Het was een enorm zware dag geweest. De vlucht vanuit Londen, het nieuws over Hannah, het heen en weer geren tussen politiebureau, hotel en ambassade. Ze kon geen ‘pap’ meer zeggen.
Thomas stond erop die Fabrizzio te bellen en dus bleef ze nog even zitten. Terwijl hij belde keek ze wat om zich heen en wachtte verveeld tot hij klaar was. Ze vroeg de ober een taxi te bellen en luisterde niet echt naar het gesprek dat Thomas aan het voeren was. Toen hij oplegde zag ze weer die blik in zijn ogen. Ze kon een zucht van ergenis bijna niet onderdrukken. Ze wilde naar het hotel, naar bed, slapen. Ze wilde naar haar ouders en de begrafenis regelen.
Thomas leek haar ergenis niet op te merken. Verhit begon hij zijn verhaal te doen over Fabrizzio en een minnares en Bianca en Mantegna. Het verhaal ging half langs haar heen. Ze begreep dat het vast belangrijk was, maar ze was moe. Ze knikte wat, bromde soms iets wat zijn verhaal moest beamen.
‘Thomas, wat gaan we nu doen?’ Ze vroeg het voordat ze er erg in had. ‘Gaan we nu weer het werk van de politie overnemen?’ Thomas bleef stil, hij keek naar de stoep onder het tafeltje. ‘Ik denk dat het het beste is als je Fabrizzio nu belt en zegt dat jij Bianca en Luigi kent zodat we niet overmorgen wéér op het matje worden geroepen bij DiMatteo.‘ De taxi reed voor en Tamar stond op. Thomas zei niets en bleef zitten in zijn stoel.
‘Als jij het niet doet, doe ik het.’ Ze zei het niet dreigend, het kwam er uit als een mededeling. Toen stond Thomas op, pakte zijn telefoon en belde Fabrizzio. Terwijl hij dat deed stapten ze samen in de taxi.

vrijdag 11 april 2008

CCXXX

Anders dan hij gedacht had, bleek Fabrizzo weinig spraakzaam. Hij leek niet over de zaak te willen praten en weerstond alle pogingen van Thomas om openingen te vinden. De politieman wilde alleen kwijt dat ze Grimani op het spoor waren na wat anonieme tips, maar dat hij in het belang van het onderzoek niets meer kon zeggen. Van een meningsverschil met DiMatteo leek geen sprake. Had Thomas het dan toch verkeerd begrepen, de lichaamstaal die Fabrizzio leek uit te stralen? Gek genoeg maakte Fabrizzo geen aanstalten om het gesprek zelf te beëindigen, maar leek hij te wachten tot Thomas het zelf op zou geven. Dat moment kwam snel daarna, omdat Thomas domweg door zijn vragen heen was en er geen antwoorden kwamen van de Italiaan. Op de valreep schoot Thomas te binnen dat hij misschien naar Leslie Craven zou kunnen vragen, maar zou hij wel slapende honden wakker moeten maken? De politie zou niet zo blij zijn met een rondneuzende privédetective, zeker niet als die ook verdwenen leek te zijn. Terwijl hij nadacht, probeerde hij Fabrizzio aan de praat te houden over Grimani.
‘Zijn de tips over Grimani betrouwbaar?’
Aan de andere kant van de lijn hoorde hij Fabrizzio grinniken. ‘Dat zou ik wel denken.’
‘Hoezo dan?’ vroeg Thomas, die een kansje rook om meer te weten te komen.
‘Een wraakzuchtige vrouw is erger dan de hel, of zoiets is toch een uitdrukking?’
Thomas luisterde maar half, hij hoorde alleen het eerste deel. ‘Een wraakzuchtige vrouw?’
Fabrizzio schraapte zijn keel. ‘Een ex-minnares. Getrouwd nota bene.’
Thomas herinnerde zich DiMatteo’s opmerkingen hierover.
‘Woont ze hier in Rome? Waar kent ze Grimani van?’ drong Thomas aan.
Fabrizzio aarzelde hoorbaar. ‘Ik heb al te veel gezegd. Ze kennen elkaar uit de kunstwereld. Ze schijnt alles te weten over Mantegna.’
Thomas verstijfde. Bianca?!?

donderdag 10 april 2008

CCXXIX

Ze vond dat hij maar liep door te zeuren over die Fabrizzio en Leslie Craven. Thomas was echt een leuke vent, maar als hij zo’n treurige complotdenker was zou dat echt zonde zijn. Zo’n jongen die achter elk ongeluk een moordcomplot ziet, heel vermoeiend. Met tegenzin pakte ze haar telefoon en belde Colin op. De ober van het restaurant kwam ondertussen de tafel afruimen en keek enigszins afkeurend naar de maar half leeggegeten borden. Colin nam vrijwel meteen op. Ze praatte wat over Hannah en wat er nu ging gebeuren en toen begon Colin uit zichzelf over Leslie Craven. Leslie was al de hele dag onbereikbaar. Eerst werd zijn telefoon steeds niet opgenomen en nu leek hij uit te staan. De vrouw van Leslie had gebeld naar Colin toen Leslie niet was thuisgekomen voor het avondeten. Het bleek dat zij en Leslie de afspraak hadden dat hij altijd rond lunch en diner liet weten of hij er zou zijn of niet. Hij had zowel met de lunch als het diner niet gebeld. En dat was heel erg ongewoon, zei Colin, aangezien Leslie zeer op zijn vrouw en zeer op haar eten gesteld was en de laatste tien jaar niet van hun afgesproken protocol was afgeweken. Nu begon Tamar toch wel een onbehagelijk gevoel in haar buik te krijgen. Misschien zat de complotdenker aan haar rechterzijde er toch niet zo heel ver naast. Ze spraken nog wat dingen door en toen legde Tamar de telefoon neer. Ze vatte het gesprek samen voor Thomas die vervolgens zíjn telefoon pakte en Fabrizzio belde. De ober stond ondertussen al een tijdje ongeduldig naast hen. Aangezien haar maag espresso echt niet kon verdragen op dit moment bestelde ze zowel voor haarzelf als Thomas een kop thee. Thomas was zo diep in gesprek met Fabrizzio dat hij het niet eens merkte.

dinsdag 8 april 2008

CCXXVIII

‘Zal ik anders Fabrizzio eens bellen?’ opperde Thomas.
‘Kun je doen.’
‘Dat klinkt niet bepaald alsof je vindt dat ik het echt niet doen.’
Tamar haalde haar schouders op. ‘Wat wil je ermee bereiken? We hebben van DiMatteo gehoord wat er gebeurd is. Geloof je hem echt niet?’
Hij zuchtte. ‘Ik weet het niet. Het klinkt allemaal zo plausibel, maar ik had echt het idee dat Fabrizzio het er niet mee eens was.’
‘DiMatteo is zijn chef. Hij zal echt tegen jou geen ander verhaal vertellen.’
Ze prikten zwijgend nog wat in het eten.
‘Bel anders Leslie Craven nog een keer. We hebben al een paar dagen niks meer van hem gehoord en hij is wel voortvarend te werk gegaan en is een hoop te weten gekomen.’
‘Hmmm,’ antwoordde Tamar neutraal. Ze leek er niet veel zin in te hebben. Hij verbaasde zich over haar lethargie. Waarom deed ze geen moeite om meer te weten te komen over Hannah’s dood en de rol van Grimani? Was het allemaal te veel voor haar om te verwerken?

Of was hij het zelf, die niet wilde nadenken over de logische uitvloeisels van Hannah’s dood, over de muziek die uitgekozen moest worden, over kleding en hoe haar begrafenis eruit moest komen te zien? Zouden haar ouders al bezig zijn om rouwkaarten uit te zoeken? Of zaten ze nog te dubben of ze naar Rome moesten vliegen, ook al konden ze niks doen? Thomas had steeds meer het gevoel dat de gebeurtenissen te veel waren voor hem om te bevatten. Tegelijkertijd had hij ook het idee dat hij iets cruciaals miste. Een aanwijzing, een puzzelstukje. Iets klopte er niet, maar het ontglipte hem keer op keer wat dat was. Tenzij hij zich heel erg vergiste. En waarom liet die privédetective niets meer van zich horen?

maandag 7 april 2008

CCXVII

Ze zaten nog wat in hun eten te roeren maar leken allebei hun bord niet leeg te krijgen. Tamar at wat droog brood en staarde ondertussen voor zich uit over het pleintje.
‘Wanneer denk je dat ze begraven kan worden?’ Terwijl ze het vroeg, bleef ze in de verte staren.
‘Ik weet het niet.’ Zei Thomas. Hij bleef even stil maar ging toen toch verder: ‘Ze zullen haar nog wel even hier willen houden. En misschien wil de ambassade nog een autopsie doen. Het kan zo twee weken duren vrees ik.’
‘Ik weet helemaal niet hoe ze zou willen dat haar begrafenis eruit zal zien.’ Ze zei het bijna toonloos. ‘Hebben jullie het daar wel eens over gehad?’ Terwijl ze het vroeg draaide ze haar hoofd om en keek hem aan.
‘Nee. Nee. We hadden het nooit over dat soort dingen.‘
Toen bleven ze weer een tijd stil. Ongemerkt at Tamar nog wat ciabatta en Thomas besefte dat het spreekwoord ‘zien eten, doet eten’ toch echt opging want hij kreeg ook zowaar enige trek. Hij at wat van de sla van Tamar en een stuk brood.
‘We kunnen een nummer van haarzelf draaien’ stelde Thomas voor. Tamar knikte, dat was wel een goed idee ja.
‘En die ene foto die jij van haar hebt gemaakt in Barcelona bovenop die kerk, die kunnen we neerzetten bij de kist. Ze is daar heel mooi en volgens mij ook echt gelukkig.’
Thomas zweeg. Waarschijnlijk had ze er met haar opmerking voor gezorgd dat hij nu met zijn hoofd in Barcelona was met haar dode zus. Stom. Ze wist ook niet goed wat ze moest doen en zeggen. Het was allemaal zo onwerkelijk. Ze zou willen dat ze hier met Thomas zat terwijl ze op vakantie waren en verder niets.

vrijdag 4 april 2008

CCXXVI

Toen het eten eenmaal op tafel stond, bleek Thomas’ hongergevoel verdwenen. Ook Tamar leek niet veel zin meer te hebben na de eerste paar happen. De ober keek inmiddels af en toe bezorgd hun kant op, bang wellicht dat ze de antipasta en de salade niet lekker vonden. Thomas prikte lusteloos in wat knapperige slablaadjes, de pasta was nu lauw en wat hij ervan gegeten had, voelde als een deegklomp in zijn maag. Tamar had als bijgerecht een salade met rucola en hardgekookt ei, maar had het schaaltje nauwelijks aangeroerd. Misschien hadden ze niet naar het restaurant moeten gaan waar ze al eerder hadden gezeten. Toen ze nog op zoek waren geweest naar Hannah en alles anders was geweest. Gelukkig zaten ze niet op dezelfde plek, dat zou het helemaal onverdraaglijk hebben gemaakt.

Ze legde haar vork neer en veegde gedachteloos met haar vingertoppen een drupje dressing van de rand van haar bord en bracht het naar haar mond. Ze leek niet te merken dat hij naar haar keek. Hij voelde zich machteloos. De afstand tussen hen werd met elke zwijgende minuut groter, zo voelde hij. Alsof ze bij hem weg dreef. Zijn relatie met Hannah had de speelsheid en het flirten met Tamar weliswaar niet in de weg gestaan en hij had het idee gehad dat ze zich ook tot hem aangetrokken had gevoeld, maar juist ook vanwege Hannah was er voor hem altijd een drempel geweest. Misschien dat die in de loop van de tijd was verdwenen: hij had meermalen gedacht dat hij haar zou gaan zoenen. Nu Hannah er niet meer was, stond ze meer dan levensgroot tussen hen in.

Tamar keek hem onderzoekend aan. ‘Gaat het wel een beetje?’ vroeg ze met een frons. Hij maakt een nietszeggend handgebaar. Wat moest hij nu tegen haar zeggen?

donderdag 3 april 2008

CCXXV

Het was nog warm buiten maar af en toe woei er een koude wind door de straten. Het voelde onwerkelijk weer door Rome te lopen, nu niet met het verwachtingsvolle gevoel van avontuur van eerst maar met een bijna onwerkelijk donkere wolk boven hun hoofd. Thomas en zij waren allebei stil toen ze door de straatjes parallel aan de Via Cavour liepen. Eerder liepen ze hier ook samen, op weg naar de San Pietro in Vincoli.
Tamar sloeg haar sjaal steviger om haar blote schouders, het werd kouder en de zon begon al weg te zakken achter de gevels van de smalle straatjes. Ze had geen idee hoe laat het was. Vanaf het moment dat ze die ochtend de ontvangshal van het vliegveld in was gelopen, was ze elk besef van tijd kwijt geraakt. Ze had sinds die ochtend niets meer gegeten en ze wist niet zeker of het weeë gevoel in haar knieën werd veroorzaakt door de honger of door het besef dat ze voor altijd haar enige zus was kwijtgeraakt. Thomas sloeg zonder iets te zeggen rechtsaf en liep de stijle trappen af richting de Via Cavour. Die straat stak hij vrijwel meteen over waarna hij zich een weg zocht in de steegjes van de oude Subburra. Binnen tien minute zaten ze weer op het terras van het restaurant waar ze eerder hadden gezeten. Onwillekeurig keek Tamar naar de muur waar ze toen de man had gezien die hen bestudeerde. Er stond nu niemand. Het terras was vrijwel leeg. Samen bestudeerden ze de kaart. Nu pas voelde ze hoe hongerig ze was en meteen voelde ze zich schuldig dat zij nog kon eten terwijl ze net wist dat haar zus dood was. ‘Ik heb ook honger hoor’ zei Thomas. Hij wreef over haar knie terwijl hij het zei.

woensdag 2 april 2008

CCXXIV

‘Moet ik me omdraaien?’ vroeg Tamar plagerig, terwijl hij zijn shirt begon los te knopen om het schone overhemd aan te kunnen trekken. Hij schonk haar een vermoeide grijns. ‘Drink jij nu maar gewoon je biertje op.’
Was dit mogelijk? Waren ze nu echt aan het flirten, terwijl ze de formulieren over haar vermoorde zus aan het invullen waren? Hij walgde van zichzelf, maar tegelijkertijd kon hij niet ontkennen dat hij zich tot Tamar aangetrokken voelde. Opnieuw bedacht hij zich dat ze vroeger altijd het ‘zusje van’ was geweest en zijn gevoelens voor Hannah hadden nooit een andere blik toegelaten. Maar hij kon toch niet ontkennen dat ook voor Hannah’s dood hij merkte dat hij een zwak voor haar had. “Een zwak, Thomas?” vroeg hij zichzelf.

En hoe dacht Tamar over hem? Misschien had ze door alle emotionele gebeurtenissen behoefte aan een ontsnappingsmechanisme. Normaal doen, praten, ouwehoeren, zelfs flirten, om maar niet bezig te hoeven zijn met de acceptatie van Hannah’s dood en de verwerking van haar verdriet. Gold dat ook niet voor hemzelf? En zou hij met Tamar kunnen zoenen, haar aanraken? In deze situatie? Juist met Tamar? Uitgerekend met Hannah’s zus? Hij kon het zich nauwelijks voorstellen. Onwillekeurig dacht hij aan het onderwerp van zijn biografie: Henry VIII. Die was met de vrouw van zijn overleden broer Arthur getrouwd, al waren de meningen destijds en nu heftig verdeeld of Arthur en Katherine hun huwelijk hadden geconsumeerd. Henry had er in elk geval niet voor teruggeschrokken om zowel Mary als Anne Boleyn in zijn bed toe te laten. Wat op zichzelf, dacht hij met een grijns, Henry’s hele latere punt over de onreinheid van zijn verbintenis met Katherine onderuit haalde.
‘Waarom lach je?’ vroeg Tamar in reactie.
Hij wuifde het weg. Dit kreeg hij haar toch niet fatsoenlijk uitgelegd.

dinsdag 1 april 2008

CCXXIII

Het telefoongesprek met Colin was kort geweest. Toen hij had neergelegd was ze op haar knieën op het bed gaan zitten op zoek naar een flesopener. Thomas probeerde al liggend in de richting van de minibar te graaien maar viel daardoor bijna van het bed af. Hij ging tenslotte naast de minibar zitten om achter het ding zelf en onder het bed naar de flesopener te zoeken. Toen het hem te lang duurde stond hij geïrriteerd op en zocht zijn sleutelbos.
‘Had Colin nog iets te melden? Belt hij Leslie Craven?’ vroeg Thomas terwijl hij de twee bierflesjes opende met zijn sleutelbos.
‘Nee niet echt. Hij wenste ons sterkte. Hij had Leslie niet gesproken vandaag. Kreeg hem niet te pakken en ook zijn secretaresse niet.’
‘Mooie boel is dat, wat kost die man?’ bromde Thomas.
Hij gaf Tamar het flesje bier en ging op de rand van het bed zitten.
‘Zullen we zo maar die stapel formulieren van de ambassade invullen? Dan brengen we het langs die dame met een taxi en proberen dan wat te eten. Je hebt nog niks gehad vandaag en zit nu al aan het bier.’ Tamar knikte. Hij had gelijk. Ze vulden samen zittend op het bed alles in, wat ze zo snel niet wisten lieten ze open. Zo hadden ze bijvoorbeeld geen paspoortnummer van Hannah. Als adres voor de kist vulde Tamar het adres van haar ouders in. Nadat Thomas alle papieren geordend had en in de envelop had teruggedaan, belde hij nog één keer DiMatteo. Die leek duidelijk geïrriteerd over zijn telefoontje, hij lag waarschijnlijk te slapen want hij klonk hees en bromde iets van ‘zaak opgelost. Geen feiten meer. Bel anders Fabrizzio,’ en legde toen meteen neer. Thomas stond op, rekte zich uit en pakte een schoon overhemd uit zijn koffer.