woensdag 9 juli 2008

CCXLIII

Tamar zag de ongelovige uitdrukking op het gezicht van Thomas. En toch leek hij zich in te houden. Hij werd niet boos of onrustig maar stelde wat vragen aan Fabrizzio en ging toen zitten in één van de fauteuils in de lobby. Ze was verbaasd over deze beheerste reactie.
Fabrizzio leek te willen vertrekken maar Tamar wilde nog één ding weten: ‘Hebben jullie Bianca en Luigi al gesproken?’ Fabrizzio keek ongemakkelijk ‘Nee, die hebben we niet nog kunnen vinden. Voor het afronden van het onderzoek is het wel van belang dat we Bianca nog spreken. We zijn dus nog op zoek.’
Nu leek de rechercheur er duidelijk genoeg van te hebben want hij gaf haar abrupt een hand en liep naar Thomas. Die stond op en schudde ook de hand van Fabrizzio, bedankte hem voor het bericht, en ging weer zitten.
Tamar nam plaats in de fauteuil naast Thomas.
‘Je weet dat ik er geen bal van geloof, van dat hele zelfmoord-verhaal.’ Thomas was duidelijk boos, ‘maar ik laat het rusten.’ Tamar was wederom verbaasd. ‘Omdat jij dat wilt, omdat Hannah dood is en het haar niet terug gaat brengen, omdat ik er mijn hanger niet mee terug krijg ook.’ Thomas bestudeerde het tapijt terwijl hij op zijn nagels beet. Ze wreef met haar hand over zijn rug.
‘Ik ga een vlucht regelen en jij gaat mee. Je loopt hier nu lang genoeg rond. Het is tijd om naar huis te gaan.’ Thomas knikte maar bleef naar het tapijt staren.
‘Kom op, ik bel mijn pa en vraag hem tickets te bestellen en wij gaan ergens koffie drinken.’
Thomas haalden zijn portemonnee van de hotelkamer terwijl Tamar met haar vader belde.
In het espressobarretje aan het einde van de straat belde haar vader al terug. Hij had twee tickets voor morgenochtend 11 uur naar Rotterdam. Hij zou hen oppikken.

maandag 7 juli 2008

CCXLII

‘Ze zien ons aankomen bij de politie. We hebben al geen vrienden gemaakt, maar als we nu ook nog melden dat we een privé-detective hebben ingeschakeld en dat die nu ook vermist raakt...’
Er drong een hard geluid tot Thomas’ oren door, maar pas toen hij Tamar zag wijzen, realiseerde hij zich wat het was: de telefoon in de kamer ging. Verbaasd liep hij er naartoe. Wat was dit nu weer?
Het bleek de receptie te zijn. Er stond een rechercheur van politie in de lobby die hen wilde spreken. Thomas antwoordde dat ze eraan kwamen.
‘Waarom gaan we naar beneden?’ vroeg Tamar. ‘Hij kan toch ook hier komen?’
‘Ik ben liever in een openbare ruimte,’ zei Thomas grimmig. ‘Wie weet is het wel een soort valstrik.’
Tamar keek hem sceptisch aan.
‘Ik kijk nergens meer van op. Misschien is het Paolo wel, of iemand anders. Iemand die ook op het juweel uit is.’
‘Misschien is het Craven wel!’ riep Tamar uit. ‘Dat hij wat heeft gevonden en zich niet bloot wil geven als detective.’
Thomas reageerde niet. Dat vond hij wel heel optimistisch gedacht. Het gaf hem een naar gevoel om het te moeten overwegen, maar hij had een vermoeden dat de Welshman niet zomaar verdwenen was en hij vreesde voor diens gezondheid.
Ze namen de lift.
In de hal stond Fabrizzio hen op te wachten. Zonder veel inleiding deelde hij hen mede dat zijn collega’s in Viterbo bij het huis van Luigi en Bianca waren gaan kijken. Daar was het lijk van Alessandro Grimani aangetroffen. Hij had een schotwond in zijn hoofd en de conclusie luidde dat hij waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd.
‘Waarschijnlijk uit wroeging dat hij zijn geliefde had vermoord,’ zei Fabrizzio alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Thomas geloofde er geen woord van.

zaterdag 5 juli 2008

CCXLI

Nadat ze de hele ochtend hadden besteed aan het bellen met de ambassade en de politie, belde Tamar weer met haar ouders. Ze overlegde wat het handigste zou zijn nu duidelijk was dat het lichaam van Hannah pas volgende week zou worden overgevlogen. Thomas probeerde ondertussen aan de andere kant van de kamer Leslie Craven te bereiken maar leek weinig succesvol. Tamar zag hem van de tv naar de minibar ijsberen en weer terug. Haar vader stelde voor dat Tamar morgen naar huis zou komen. De formaliteiten waren nu rond en het was slechts wachten op de extra autopsie, daarvoor hoefde Tamar niet in Rome te zijn. Het contact met de ambassade en politie kon telefonisch verlopen en als er zaken geregeld moesten worden, kon de ambassade dat doen. Volgende week zou haar vader dan naar Rome vliegen om het lichaam op te halen.
Tamar sprak af dat ze haar ouders zou bellen als ze een vlucht had geregeld en wachtte op de rand van haar bed tot Thomas klaar was met bellen en ijsberen.
Toen hij de telefoon neerlegde, keek hij niet blij.
‘Leslie Craven is nog steeds zoek. Ze hebben hem nu officieel als vermist opgegeven.’
Tamar was verbaasd, dit had ze niet verwacht. Thomas legde uit dat hij Colin had gesproken die de afgelopen dagen alleen maar bezig was geweest met het vinden van Leslie en het geruststellen van de vrouw van Leslie. Colin had vermoeid geklonken en had Thomas op het hart gedrukt dat hij en Tamar goed op zichzelf moesten passen. Het zat Thomas duidelijk niet lekker, Tamar kon aan zijn gezicht zien dat er vanalles door zijn hoofd ging.
‘Laten we Fabrizio bellen en hem vertellen van Craven. Wie weet kunnen zij er iets mee en dan hebben we nu echt open kaart gespeeld.’

vrijdag 4 juli 2008

CCXL

Thomas zuchtte diep. Waarom had ze niet op hem gewacht? Als ze haar verdriet alleen wilde verwerken, begreep hij dat wel. Maar hij zou graag willen dat ze hier echt samen met elkaar over konden praten. Het zou hen dichterbij elkaar brengen, in plaats van de stille verwijdering die hij nu aanvoelde. Hij gooide zijn kleren op de grond en negeerde Hannah’s stem in zijn hoofd die hem daar zo vaak vermanend op had aangesproken, en draaide de kranen van de douche open. Toen het water heet genoeg was geworden en er dampen in de badkamer begonnen op te komen, ging hij onder de straal staan. Hij had het gevoel half te verzuipen, leunde met zijn handpalmen tegen de muur voor hem en deed zijn ogen dicht. Ondanks de hitte kreeg hij kippenvel op zijn armen. Na zijn gevoel een eeuwigheid onder de douche te hebben staan, draaide hij alleen de warme kraan dicht. Na een paar seconden al hapte hij naar adem door de abrupte overgang. Na een paar minuten begon hij aan het ijswater te wennen en draaide hij ook de andere kraan dicht. Tijdens het afdrogen riep hij Tamars naam, maar er kwam geen reactie. Hij fronste. Blijkbaar was ze nog steeds weg. Waar was ze heengegaan? Toen hij de veters van zijn tweede bootschoen aan het strikken was, hoorde hij haar de roomkey in het slot schuiven.
‘Waar was je?’
Hij schrok zelf van de toon van zijn stem. ‘Heengegaan, bedoel ik?’
‘Een rondje lopen,’ antwoordde Tamar terughoudend.
‘Had je geen bericht kunnen achterlaten?’
‘Sorry, vergeten.’
‘Mooie boel.’ Hij wilde nog meer zeggen, haar duidelijk maken dat er al zoveel gebeurd was, dat het misschien niet veilig was als ze zomaar ’s ochtends vroeg over straat ging zwerven. Maar hij liet nu het maar achterwege.

dinsdag 1 juli 2008

CCXXXIX

Na het ontbijt besloot ze een rondje te gaan lopen. Het was pas 7 uur en om Thomas nu wakker te maken of te storen in zijn ochtendritueel leek haar geen goed idee. Ze trok haar vest strakker om zich heen en wandelde langs de receptie naar buiten. Het was fris buiten en het regende zachtjes. Ze liep naar beneden over de smalle straat van het hotel. Toen realiseerde ze zich dat ze geen idee had waar in Rome en in welk hotel ze eigenlijk verbleven. Ze draaide zich om en las de naam van het hotel op de gevel ‘Grand Hotel Olympic’. Daarna probeerde ze aan de gevels van de huizen een straatnaam te ontwaren. Via Properzio. Nog steeds had ze geen idee, maar de straat zou ze wel terug kunnen vinden.
Terwijl ze een rondje door de buurt liep, liet ze haar gedachten voor de zoveelste keer gaan over de gebeurtenissen van gister en de weken ervoor. Het was allemaal te veel om te bevatten. Haar enige zus was vermoord in Rome. Jarenlang had ze haar niet gesproken en net nu ze naar haar op zoek was gegaan ging ze dood. Ze voelde zich alleen. Aan de ene kant wilde ze dat haar ouders nu in de buurt waren, aan de andere kant kon ze hun verdriet er nu ook niet bij hebben.
Na een half uur stond ze weer voor het hotel. Ze liep naar binnen en nam de nauwe lift naar de eerste etage, waar hun kamer zat. Toen ze de kamer binnen kwam trof ze een chagrijnige Thomas aan. Hij vroeg waar ze geweest was en of ze niet even een bericht had kunnen achterlaten. Hij zat gedoucht en aangekleed op de rand van zijn bed.
‘Sorry, vergeten.’
‘Mooie boel’, bromde hij. Hij stond op en samen liepen ze naar de ontbijtzaal.