zaterdag 29 december 2007

CLXIII

Woensdagochtend half zeven. De wekker ging. De dagen met werk en sleur leken een eeuwigheid geleden, toch was ze vrijdag pas voor het laatst op haar werk geweest. Om half negen zat ze achter de computer op haar werk met een kop koffie alle e-mails weg te werken en om half vijf was er nog steeds niet veel gebeurd. Ze had wat zaken met haar baas doorgesproken die er nu geen enkel probleem van leek te maken dat ze zo lang was weggebleven. Druk was het niet echt. Colin smste haar dat ze om zes uur een lift kon krijgen van zijn buurman. Ze moest zich melden bij mr. Barnbeatle, aan de receptie van een kantoor in de straat. Meneer Barnbeatle bleek een degelijke kale man van in de vijftig. Hij was vriendelijk en informeerde beleefd doch niet opdringerig naar haar werk. Stipt op tijd leverde hij haar af bij Colin die met zijn schort voor en een pollepel in zijn hand voor het keukenraam stond. Hij begroette zwaaiend meneer Barnbeatle die wegreed in zijn auto en verwelkomde Tamar met veel armgebaren en kabaal bij de voordeur. Colin was duidelijk de hele middag al bezig het diner voor te bereiden. Er stond een soepje op het vuur en er zat vers brood in de oven. Er sudderde ook iets van vlees. De tafel was gedekt en er stond een goede fles rode wijn op het aanrecht. Zonder te vragen schonk Colin een glas voor haar in en wees haar een hoge kruk achter het kookeiland waar ze op kon gaan zitten. Hij zette haar een amuse van geitenkaas in spek voor en zei toen ‘Ok little girl, tell me. How was Rome and what did you guys find out? I got the feeling that the trip wasn’t that successful’

vrijdag 28 december 2007

CLXII

Het bleef even stil aan de andere kant van de telefoon. Thomas besloot de combinatie "moeder" en "tuinieren" te laten rusten als onderwerpen van gesprek.
‘Waarom heeft ze nu gebeld? Wat dat is me niet helemaal helder?’
Hij hoorde zijn vader snuiven. ‘Ze was weer half hysterisch, zoals gewoonlijk. Of dronken. En dat midden op de dag, ik zeg het je.’
Thomas kneep zijn ogen dicht en probeerde niet te reageren.
‘Het ging natuurlijk weer over Hannah,’ ging zijn vader verder. ‘Dat kind lijkt echt op haar moeder, met al die mood-swings.’
Opnieuw nam zijn vader een pauze, alsof hij rekende op een heftige ontkenning. Hij schraapte luidruchtig zijn keel in de hoorn. ‘Hannah zit blijkbaar in Rome. En nu ben jij met haar zus naar Rome toegegaan om haar te zoeken. En dat mens van Mendel dacht dat wij dit mede hadden bekokstoofd. Ergens onder haar half-beschuldigende verwardheid, leek ze zich zorgen te maken.’
Een schorre lach werd vanuit Wychen via moderne communicatietechnieken doorgeseind naar Rome.
‘Wat heb je geantwoord?’ vroeg Thomas voorzichtig.
‘Dat jullie allemaal volwassen mensen zijn, die hun eigen beslissingen nemen. En dat ik het vreemd vond dat zij zich zo overal mee bemoeit.’
‘Nou,’ begon hij voorzichtig tegen te sputteren, ‘Hannah is natuurlijk wel een tijd zoek geweest. Ik kan me voorstellen…’
‘Zal wel aan de opvoeding liggen. Zo’n kind laat ook niet voor niets zo lang niks van zich horen.’
En hoelang is het geleden dat ik thuis ben geweest, pap? dacht Thomas. Zwijgend op de bank, in beklemmende stiltes die alleen onderbroken werden door beleefde conversaties over "nog een kopje thee" of "neem een chocolaatje". Of de varianten, waarin zijn vader fulmineerde over zijn mislukte politieke carrière of zijn moeder over de tuin wauwelde.
‘Ik moet ophangen, pap.’
‘Tot snel.’
‘Tot snel, ja.’

dinsdag 25 december 2007

CLXI

Colin had aangeboden haar op te halen van het vliegveld, maar ze had het aanbod beleefd afgeslagen. Na dit lange weekend vol met de zoektocht, zoveel nieuwe mensen, drukte en een poging tot ontvoering had ze wat tijd voor zichzelf nodig. Ze had geslapen in het vliegtuig en vanaf het moment dat ze geland was, was ze in een vloeiende beweging van de gate naar de bagage naar de bus naar het centrum naar haar huis gelopen. Het was rond drie uur toen ze op haar bank zat, de wasmachine al volop rondjes draaide en ze bezig was een boodschappenlijstje samen te stellen. Ze zou nog naar het werk toe kunnen, maar ze had er helemaal geen zin in en bleef thuis en deed wat boodschappen in de buurt. Om zeven uur ’s avonds belde eerst haar moeder die wilde weten hoe het was. Na een kort gesprek, waarbij Tamar het zoveel mogelijk vaag hield en een nieuw telefoontje verzon om zo aan het kruisverhoor van haar moeder te ontkomen, belde Colin. Hij was aanzienlijk beter gehumeurd en minder overtuigd van zijn gelijk dan haar moeder. Hij luisterde naar haar verhaal, woog de verschillende mogelijkheden met betrekking tot Hannah af en dacht mee over te nemen stappen. Tamar overlegde met hem haar plan voor een goede privé detective. Colin stelde voor mee te zoeken naar een goede naam. ‘Kom anders morgenavond bij me eten. Ik kook iets lekkers, we praten verder, bellen Thomas. Een buurman van mij werkt vlakbij jouw kantoor, je kunt vast zo met hem meerijden naar Beaconsfield’. Tamar was verbaasd, maar het leek haar geen slecht idee. Ze stemde toe. Colin zou haar morgen terugbellen over de buurman. Na drie koppen thee en het strijken van de hele was kroop ze om tien uur in bed. Binnen no time was ze diep in slaap.

maandag 24 december 2007

CLX

Hij had geen flauw idee wat hij nu moest doen en waar hij nu heen kon gaan. Thomas wandelde met zijn rugzak om zonder doel door de Eeuwige Stad. Tamar was weggegaan. Zijn horloge vertelde hem dat haar vlucht nu zou moeten vertrekken. Voor zijn geestesoog zag hij haar het vliegtuig uitrennen om terug te komen. Maar met een wrange grijns bedacht hij zich dat dat zelfs voor een hersenspinsel erg onrealistisch was. Zou hij Luigi en Bianca op gaan zoeken? Dat zou een met drank overgoten festijn worden, waarbij Luigi hem voor de honderdduizendste keer voor zou houden dat Henry VIII een slechte keus was geweest voor een biografie. Bianca zou met haar ogen rollen en meer wijn of sambuca inschenken. Zijn telefoon begon te trillen. Enigszins verbaasd stond er ‘P&M thuis’ op de display. Waarom belden zijn ouders?
‘Met Thomas.’
‘Dag, jongen,’ hoorde hij zijn vader zeggen. ‘We hoorden dat je in Rome zit. Hoe kom je daar verzeild?’
‘Klopt. Hoezo, wie zei dat?’
‘Petra Mendel belde ons. Dat was wel een verrassing.’
Hij proefde het verwijt door de zachte Nijmeegse tongval heen.
‘Ja, ik had het moeten zeggen. Sorry.’
Zijn vader gromde iets onverstaanbaars. Petra?!? Waarom had Petra zijn ouders gebeld? Ze haatten elkaar. Fiasco’s, stuk voor stuk, de spaarzame keren dat de wederzijdse ouders in één ruimte waren gezet. Hij herinnerde zich die keer dat Hannah's moeder een losse opmerking maakte over "jezuïetenstreken". Dat escaleerde over en weer tot Hannah’s vader een sneer plaatste over belastingontduiking, waarop zijn vader riep dat hij de volgende keer een jood zijn papieren in zou laten vullen.
‘Hoe is het met mam?’
‘Goed. Het is mooi weer, dus ze is in de tuin, geloof ik.’
Geloof ik. Lieve hemel, dan ben je vijfendertig jaar getrouwd en dan gaat het zo.

vrijdag 21 december 2007

CLIX

Ze hadden ’s avonds nog een rondje door het buurtje gelopen. Vanaf sommige punten had je door de bomen heen prachtig uitzicht op het Palatijn en zijn ruines. Haar humeur was duidelijk verbeterd nu ze wist dat ze weer naar Londen terug ging. Hoewel het avontuur en de romantiek van de zoektocht haar aansprak vond ze het rondrennen zonder enig aanknopingspunt vervelend. Dan was het in de Da Vinci Code of het Bernini Mysterie toch beter geregeld qua plotopbouw en zeker qua aanwijzingen. Keurig volgde de gebeurtenissen en aanwijzingen elkaar daar op. Voor hen was het zoeken in een hooiberg naar een zich steeds verplaatsend object dat niet door het lezen van een eeuwenoude speurtochtformule was te traceren. Ze zou in Londen eens een proberen inlichtingen in te winnen voor een goede privé detective. Wie weet dat die wel met goede aanwijzingen kwam in plaats van de vage, dubbelzinnige dingen die Paolo of Luigi hadden losgelaten op Thomas. Terug in de B&B hadden ze in de binnentuin nog een glaasje witte wijn gedronken. Toen waren ze beiden gaan slapen. Rond 10 uur ’s ochtends reed Thomas haar naar het vliegveld. Ze namen zonder veel poespas afscheid. Ze spraken af contact te houden en Tamar liet Thomas beloven voorzichtig ze zijn en uit te kijken voor mannen met baardjes. Thomas grijnsde en knikte als antwoord. Ze zoende hem, waarbij ze zich even aan zijn arm moest vasthouden toen ze op haar tenen ging staan om zijn wang te bereiken. Daarna liep ze de hal in. Ze zwaaiden nog even. Thomas bleef wachten tot ze uit het zicht was verdwenen en stapte toen weer in de auto. Het was rustig op het vliegveld en al snel kon ze zich met een tijdschrift en een kop koffie installeren op de bankjes bij de gate.

donderdag 20 december 2007

CLVIII

Thomas acteerde of hij niet meeluisterde, toen Tamar opnieuw haar baas ging bellen om uit te leggen dat ze twee dagen later pas weer op kantoor zou zijn. Hij had nog geprobeerd haar ervan af te houden, onder andere met het argument dat er toch niemand meer aanwezig zou zijn. Ze had hem ongelovig aangekeken.
‘Ten eerste is het in Londen een uur vroeger. En mijn baas werkt tot zeker acht of negen uur door.’
Uit het gesprek werd duidelijk dat haar baas echt niet blij was. Van de leuke wandeling waar hij op gehoopt had, kwam niet al te veel terecht. Ze had een verbeten trek om haar mond en ze sprak in korte, afgemeten zinnen. Toen ze het gesprek had beëindigd, keek ze hem aan en begon ineens te grinniken.
‘Oei, dat was niet mis. Ik vraag me af hoe lang ik nog een baan heb daar.’
‘Vervelend,’ antwoordde hij zogenaamd meelevend, maar haar blik gaf aan dat ze wist dat hij dat nauwelijks meende.
‘Het is jouw schuld, hoor,’ riep ze vrolijk, ‘je hebt me meegesleept in een avontuur.’ Als een actrice in een stomme film vouwde ze haar handen voor haar borst en knipperde overdreven met haar ogen. Hij bromde maar wat, waarop ze nog harder begon te lachen. Ze haakte haar arm door de zijne en zei: ‘Ik begin de aantrekkelijkheid van jouw onbezorgde, ongebonden leven te zien.’
‘Onbezorgd? Ongebonden?’ sputterde hij tegen. ‘Ik schrijf en ik heb een kat.’
‘Ik heb mezelf altijd een druk opgelegd. Moeten presteren. Keihard werken. Rennen naar de volgende deadline. Altijd die druk. En de afgelopen weken heb je mijn hele leven op de kop gezet. We lopen door Rome, terwijl ik anders nu in Londen waarschijnlijk mijn computer had uitgezet, op weg naar een pizza en blikjes bier.’

woensdag 19 december 2007

CLVII

Ze besloot te blijven. In de romantisch ingerichte kamer pakte ze haar spullen uit. De kamer was klein en er stond alleen een eenpersoonsbed en een kast. Ze keek vanuit haar raam uit op het pleintje waar de auto stond. Thomas zat in een kamer aan de achterkant van het huis. Het was vreemd in zo’n wereldstad als Rome op zo’n vredige plek te slapen. Dit was heel anders dan hotel Aphrodite. Waarom was Thomas hier niet meteen de eerste keer heen gegaan? Er werd geklopt op de deur. Thomas kwam binnen na haar antwoord en nam plaats op het bloemetjes bed. Zij zat naast haar koffer op de grond.
‘Ik ben moe, Thomas. Ik wil naar huis. Ik heb geen verloren liefde, verloren hanger en verloren inspiratie. Ik heb alleen een niet zo aardige zus die ik al heel lang niet meer gezien heb.’
Thomas knikte.
‘Sorry’ zei Tamar.
‘Geen sorry. Ik snap het wel. We komen geen steek verder zo. Jij hebt een baan. Ik blijf hier nog een paar dagen, ok? Kan ik je bellen als er wat is?’ Thomas keek haar vragend en bijna verslagen aan.
‘Tuurlijk, tuurlijk, altijd’ zei ze.
‘Ok, bel Colin, regel dat ticket. Wil je zo nog een wandelingetje maken samen? Het is hier heel mooi.’
Ze knikte. Ze pakte haar telefoon en belde Colin. Thomas wilde opstaan en haar alleen laten maar ze gebaarde dat hij kon blijven zitten. Het gesprek duurde maar een paar minuten. Colin regelde een ticket voor een vliegtuig dat aan het einde van de ochtend zou vertrekken. Ze bedankte hem en stond toen op. ‘Ok een wandelingetje en dan slapen. Rijd jij me morgen naar het vliegveld?’ ‘Tuurlijk!’ Zei Thomas enthousiast. Ze verlieten samen het pension en liepen richting de kerk.

dinsdag 18 december 2007

CLVI

‘Ze hebben plek,’ rapporteerde hij, terug lopend naar de auto. Tamar stond naast de auto, tegen het portier aangeleund. ‘Ook voor twee personen.’
‘O nee,’ antwoordde ze meteen ferm. ‘Ik blijf niet. Ik moet naar huis. Toch?’
‘Het is al half zeven. Voordat je op het vliegveld bent… Geen idee of je nog wel een vlucht kunt krijgen.’
Tamar opende de deur en ging zijwaarts op de bestuurdersstoel zitten. Ze leunde naar voren en streek twee haarstrengen weg uit haar gezicht. ‘Ik weet het niet, hoor. Ik wil mijn zus vinden. Ik maak me echt zorgen, zeker na dat gedoe met die telefoon. Jij hebt haar ook niet eerder gevonden! Wat nu als ze nog maanden zoek blijft? Ik moet ook werken! Ik heb een baan en een huis in Nederland. Ik moet mijn huur betalen, ik kan niet onbeperkt in Rome blijven. Zometeen is mijn geld op! En dan?’
Hij hurkte voor haar neer en pakte haar handen vast. ‘Het komt wel goed. Geld is geen probleem. Ik hoef me pas over drie, vier jaar weer zorgen te gaan maken over mijn financiën.’
Ze glimlachte flauwtjes. ‘Ja, dat zal wel. Maar zoals ik net al zei: ik moet gewoon terug naar huis. Liefst vandaag nog. Maar ik wil ook Hannah vinden.’
‘Snap je nu mijn dilemma? Dat is ook waarom mijn nieuwe boek maar niet opschiet.’
‘Wil je niet vooral je hanger terug?’ vroeg ze wrang. Ze trok haar handen terug in een niet erg subtiel gebaar.
‘Ik wil Hannah niet terug als vriendin. Maar ik wil ook niet dat haar iets overkomt. En ik zal eerlijk zijn: ik wil het juweel terug. Het is niet van haar. Maar dat is niet de enige reden dat ik haar wil vinden. Ik wil ook graag weten waarom ze is weggegaan.’

maandag 17 december 2007

CLV

Na het telefoontje was de stemming om te snijden. In stilte aten ze hun bord pasta leeg. Thomas rekende zonder overleg met Tamar zwijgend af. Het was half zeven toen ze weer buiten stonden. De zon was al achter de huizen weggezakt en het werd frisser. De lucht was helder en er was geen wolk die de warmte van die dag vasthield. Tamar liep naar de auto en opende de deur. Thomas volgde haar en ging naast de bestuurdersdeur staan. ‘We rijden nog een keer langs haar huis. Daarna bel je Colin voor een ticket en zoeken we een hotel’ zei hij. ‘Jij blijft hier?’ vroeg Tamar. ‘Ik weet het nog niet. Misschien wel.’ Hij stapte in de auto en Tamar volgde zijn voorbeeld. ‘Zeg maar waar ik heen moet’ zei ze, terwijl ze de auto startte. Vrijwel zwijgend reden ze terug naar de Via Giulia. Het enige dat ze tegen elkaar zeiden had te maken met de route die ze moesten rijden. Deze keer reden ze vanaf de goede kant de straat in. Tamar minderde vaart terwijl Thomas uit het zijraampje tuurde. Voor de woning was nu geen spoor van politie meer te zien. Het was een gewone dichte deur zoals elke andere deur in de straat. Tamar reed bijna stapvoets langs het huis en gaf daarna wat meer gas. Aan het einde van de straat stuurde Thomas haar een paar keer links en rechtsaf, ze kwam langs het Colosseum, reden er een rondje omheen en sloegen toen rechtsaf een straat in. Ze reden een heuvel op toen Thomas haar rechts een parkeerpleintje op wees. Ze draaide de auto erin en zette hem stil. Ze stond op een stil verlaten plein voor weer een kerk. ‘Hier verderop zit een B&B. Ik vraag even of ze plek hebben’. Hij stapte uit.

vrijdag 14 december 2007

CLIV

‘Niet uitzetten!’ riep Tamar door het restaurant. Twee nonnen die vlakbij zaten, keken nieuwsgierig hun kant op. Thomas’ duim bleef boven het rode knopje zweven.
‘Iemand heeft jouw nummer per ongeluk gebeld. Die telefoon zit in een tas ofzo.’
‘Iemand?!? Wat dacht je van Hannah misschien?’
‘Je kunt toch terugbellen? Misschien hoort diegene dan de telefoon overgaan.’
‘Het nummer is afgeschermd. Het is vast Hannah. Geef terug!’
Ze graaide de telefoon uit zijn handen en begon hardop tegen de telefoon te praten. Thomas liet zich achterover zakken om door meer fysieke afstand de illusie te wekken dat hij niet bij haar hoorde en keek gegeneerd om zich heen. Hij grijnsde verontschuldigend naar de nonnen, wiens nieuwsgierigheid nu in ergernis leek om te slaan.
‘Hallo! Hallo! Hannah? Hoor je me? Hallo?’
‘Dat heeft geen zin.’
‘Misschien is ze ook wel ontvoerd! Dat weet je niet.’
Thomas ging met een ruk overeind zitten. Daar had hij nog niet aan gedacht. Hij hoorde zo vaak dat mensen onbedoeld het laatstgekozen nummer belden, dat hij niet aan andere mogelijkheden gedacht had. Een vriendinnetje, Anke, overkwam het zelfs heel vaak, omdat ze bij veel mensen bovenaan in hun telefoonlijstje stond. Wat als het inderdaad Hannah was?
‘Wat hoor je allemaal?’ vroeg hij ineens gespannen.
‘Ik hoor Italiaans. In een auto. Muziek. Een vrouwelijke artiest nu. Geen idee welk liedje. Ik ken het niet.’
‘Probeer nog eens wat te zeggen.’
Tamar riep heel hard de naam van haar zus. De ober keek verschrikt hun kant op, maar op Thomas’ sussende handgebaar bleef hij bij de bar staan.
Hij zag Tamar aandachtig luisteren. Haar ogen vernauwden zich tot spleetjes. Toen legde ze de telefoon neer. Ze slikte moeilijk.
‘Ik hoorde een man iets zeggen tegen iemand anders. Ik hoorde wat gerommel. Toen werd ineens de verbinding verbroken.’

donderdag 13 december 2007

CLIII

Ze was het echt hartstikke zat. Maar haar scheldkanonnade leek weinig los te maken in Thomas. Zou het helpen om een potje te gaan huilen? Nee, waarschijnlijk niet. Als je jaren met Hannah was geweest maakte huilen en hysterie niet veel indruk meer. ‘Ok’ zei ze. We doen nog één laatste poging en dan bel ik Colin voor in ieder geval een ticket voor mijzelf.’ Thomas knikte. Ze liepen samen terug naar de auto en zochten in Vaticaanstad een restaurant waar ze rustig konden praten. Het was inmiddels bijna vijf uur en ze hadden, na een dag me alleen een ontbijt allebei flinke honger. In een straat vlakbij de hoge muren om het Vaticaan konden ze de auto kwijt en vonden een restaurantje. Aan een rustig tafeltje bestelden ze soep en twee grote glazen cola. Toen de serveerster weg was zei Tamar: ‘We kunnen nog een paar dingen doen. We kunnen DiMatteo bellen met een smoes. We kunnen Bianca bellen en om hulp vragen. We kunnen wéér langs de garage en vragen of zij iets weten. Posten voor haar huis heeft geen zin, ik denk niet dat ze daar nog terugkomt’. Thomas staarde zwijgend over haar schouder naar de uitgang van het restaurant. Hij wist het duidelijk ook niet. Toen ging Tamar’s telefoon over. Hij lag op tafel voor haar en bewoog door de trilfunctie wild heen en weer op het papieren tafelkleed. Ze werd gebeld door een nummer zonder nummerherkenning. Toen ze opnam hoorde ze alleen ruis. Ruis en het lawaai van een rijdende auto. Toen hoorde ze Italiaans gepraat op de achtergrond, net boven het geluid van de motor uit. De verbinding werd niet verbroken maar er werd ook door niemand iets gezegd. Minutenlang hoorde Tamar geruis, het geluid van een motor, twee mannenstemmen rustig pratend, op de achtergrond een radio met Umberto Tozzi.

woensdag 12 december 2007

CLII

Ze praatten elkaar snel bij over hetgeen er gebeurd was. Thomas was snel klaar, maar Tamar’s verhaal riep veel vragen op. Vooral omdat ze de man met het baardje al vaker had gezien. En waarom Hannah ineens haar ouders had gebeld.
‘Weet je,’ zei Tamar na een korte stilte. ‘Ik ben het helemaal zat.’ Haar stem klonk verslagen en vermoeid. ‘Zullen we niet gewoon terug naar huis gaan? Colin raadde dat ook aan. Wat kunnen we nu nog doen? Mijn moeder heeft Hannah mijn mobiele nummer gegeven. Misschien belt ze me wel. Tenslotte heeft ze me op kantoor ook al een keer gebeld. We vinden haar hier toch niet.’
‘Ik heb het gevoel dat we nu net ergens beginnen te komen.’
‘O ja?’ sprak ze en hij verbaasde zich over de honende toon in haar stem. ‘Waar komen we dan?’
‘We hebben haar gezien!’
‘Ja, voor jou is het misschien veel, dat je haar gezien hebt, omdat je haar al tijden aan het zoeken bent. Vergeet je niet dat dat ook voor mij geldt? Jij hebt een mooi leventje, beetje schrijven, beetje lezingen geven. Nergens aan gebonden zijn. Voor jou maakt het niet uit dat je een week in Rome zit!’
Haar stem werd steeds schriller en harder. ‘Maar ik heb een fulltime baan! In Londen! Mijn baas denkt nu al dat ik gek ben geworden, of dat mijn hele familie op sterven ligt! Ik ben het zat! Ik wil niet door Rome rennen als in een boek van Dan Brown! Ik wil niet ontvoerd worden door mensen die ik niet ken! Om één of andere stomme hanger!’
Even dacht hij dat ze zou gaan huilen, maar in plaats daarvan keek ze hem rustig aan.
‘Thomas, ik heb me nu lang genoeg mee laten slepen. Ik wil terug naar huis.’

dinsdag 11 december 2007

CLI

Ze had bijna twintig minuten met Colin getelefoneerd en was er niet veel wijzer van geworden. Colin had geen idee waar Hannah kon zijn en durfde na het busjesdebacle ook niemand meer in vertrouwen te nemen. Ze hadden eigenlijk gewoon terug moeten gaan. Zij naar Londen en Thomas naar Nederland. Hannah was niet te vinden en liet zich niet vinden. Dit was een zinloze excursie geworden. Colin had aangeboden tickets voor haar en thomas te zoeken voor morgenmiddag. Als er over een uur nog geen vooruitgang zou zitten in dit slepende verhaal zou ze het aan Thomas voorstellen. Ze smeet haar aantekeningen in het handschoenenkastje, stopte haar Blackberry in haar zak en stapte uit de auto. Ze liep naar de brede straat die voor het kerkplein langsliep en sloeg die rechtsaf in. Ze besloot zichzelf te trakteren op een ijsje. Toen daarna Thomas nog steeds niet bij de auto was aangekomen besloot ze nog maar een blokje om te lopen. Toen ging haar telefoon. Ze dacht dat het thomas zou zijn met nieuws, of Colin. Maar het was haar moeder zag ze op het display. Verbaast dat zij haar belde nam ze meteen de telefoon op.
‘Tamar, ben je in Rome? Hannah heeft ons gebeld.’
‘Wat? Wat.. Wat zei ze?’.
‘Ze klonk niet best. Ze leek gehaast en vroeg of wij wisten of jij in Rome was. Ze werd daarna onderbroken. Eerst hoorde we geruis en verkeer op de achtergrond, daarna niets meer. Heb je haar gezien?’
Tamar was sprakeloos. Of nou ja, bijna sprakeloos: ‘Ja, ik heb haar gezien, vanochtend. Maar ik weet niet of ze mij heeft gezien. Zei ze niet meer?’
‘Nee, de verbinding werd verbroken’. Ze stond verbaasd voor zich uit te kijken toen ze Hannah’s gehavende Mercedes langs zag rijden. Met achter het stuur een lange magere man met een baardje.

maandag 10 december 2007

CL - BONUS -

Hij wilde haar eigenlijk niet alleen laten. Waarschijnlijk hadden Paolo en diens handlangers nu ze op de vlucht waren voor de politie, vast geen tijd of zin om opnieuw proberen hen te overvallen. Toch had hij haar gevraagd om goed uit te kijken en bij onraad heel hard te gaan gillen. Ergens was hij wel blij dat hij even zijn benen kon strekken en een wandeling kon maken. Misschien kon hij dingen proberen op een rijtje te zetten. Het appartement van Hannah lag aan de overkant van de straat, ongeveer zeventig meter van hem vandaan aan zijn rechterhand. Hij probeerde zo nonchalant mogelijk te doen, maar hij voelde de inmiddels zo vertrouwde spanning in zijn lichaam. De afgelopen weken waren geen doorsnee weken geweest. Er kwam zoveel op hem af, dat hij snakte naar tijd en rust om hierover na te denken. Vanochtend had hij Hannah weer gezien, een moment waar hij lang naar uit had gekeken, maar wat heel anders was gelopen dan hij voorzien had. Het was echt te bizar voor woorden wat er allemaal gebeurd was. En er was geen tijd om alles te plaatsen, de patronen te zoeken en alles grondig te analyseren. Hij bleef zijn hoofd breken over de ontvoeringspoging. Waarom? Waarom hen? Zij hadden het juweel niet. Ze wisten niets wat waardevol was voor die criminelen. En wat had het voor zin om hen te ontvoeren, bijvoorbeeld om Hannah onder druk te zetten het juweel op te geven? Dat sloeg nergens op. Waarom dan niet Hannah zelf ontvoeren?
Hij wilde niet denken aan de mogelijkheid dat ze haar toch te pakken hadden gekregen en misschien zouden mishandelen om het juweel in handen te krijgen. Wijnand hield er maar rare vrienden op na.
Ineens bleef hij stokstijf staan. Een politieauto arriveerde en DiMatteo stapte uit.

CXLIX

Ze besloten de auto dichtbij te parkeren. Thomas zou dan nog een keer door de straat lopen en proberen te zien bij welk huisnummer de deur nu open stond. Ze zouden dan later terugkomen om zelf inlichtingen in te winnen. Tamar zou ondertussen op Thomas wachten en ze zou Colin bellen om de door hen zonet in de auto gemaakte aantekeningen door te spreken. Ze vonden een paar honderd meter verder al een parkeerplek. Tamar kon in een vloeiende beweging de auto in een parkeerhaven voor een kerk draaien. Thomas stapte uit en liep een stuk terug de straat in waar ze zojuist uitkwamen en sloeg linksaf de Via Giulia in. Tamar bleef eerst in de auto zitten om haar aantekeningen te ordenen en stapte toen uit de auto. Ze sloot hem goed af en liep naar de trappen van de kerk. Ze vroeg zich af of ze daarop zou mogen zitten, bedacht zich dat dat vast niet de bedoeling was en liep naar binnen. Binnen was het fris. Ze sloeg de sjaal die ze uit de auto had meegenomen om haar schouders. Her en der verspreid door de kerk liepen toeristen die de kerk bekeken. Er liep een pastoor rond die, na enige bestudering van Tamar vanaf de achterste kerkbanken, een ingewikkelde wisseltruc met kaarsen en kandelaars uitvoerde. Hij blies her en der brandende kaarsen uit, nam die mee en zette ze weer in een andere standaard voor een andere heilige. Tamar bleef een tijdje in de kerk zitten en keek naar haar aantekeningen. Toen stond ze op en liep naar buiten. Ze nam bij gebrek aan een betere zitplaats weer plaats in de auto en zocht in haar Blackberry het nummer van Colin op. Ze hoorde de telefoon over gaan en bedacht zich dat het in Engeland vast een druilerige dag zou zijn.

vrijdag 7 december 2007

CXLVIII

‘Wat doen we nu?’ zei Tamar. Ze trommelde met haar vingers op het stuur van de Panda. ‘Nog een keer door de straat rijden?’
‘Laten we dat maar niet doen. Het wordt zelfs voor de stomste agent een beetje te opvallend als er tien keer dezelfe auto langs komt rijden.’
‘Je overdrijft.’
‘Misschien wel,’ sprak hij. ‘Maar wat wil je nog meer te weten komen? Er staat een politiebus en een agent voor de deur. In een busje zitten meerdere agenten. De rest is dus binnen. Misschien is DiMatteo er ook, of komt hij nog. Ik denk niet dat hij blij zal zijn om ons te zien.’
‘Ik ben geen kleuter, weet je. Dat belerende toontje bewaar je maar voor je lezingen.’
Toen hij niet meteen antwoord gaf, maakte ze een gebaar dat in Italië als zeer beledigend beschouwd werd. Hij lachte daar hartelijk om en ze lachte kort met hem mee. Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar, elk verzonken in hun eigen gedachten.
‘We moeten nu echt één en ander op een rijtje gaan zetten,’ zei Tamar ineens. ‘Er gebeurt zoveel, dat we alles op moeten schrijven.’
‘Ja, je hebt gelijk. En niet alleen de feiten, maar ook wat we denken te weten.’
Tamar was het daar mee eens. ‘Weet je wat ik me net zat te bedenken? Zou inspecteur DiMatteo meer weten dan wij denken? Hij heeft ons nauwelijks aan de tand gevoeld. En ik vond zijn vragen niet echt diep gaan. Alsof hij van ons geen antwoorden wilde hebben.’
‘Je leek het wel nogal met hem te kunnen vinden.’
‘Nou, ik vond het wel een leuke vent,’ zei ze guitig. ‘Hij is interessant en hij ziet er best goed uit.’
‘Die vent is halverwege de veertig!’
‘Hmmm,’ antwoordde Tamar. ‘Trouwens, heb jij Hannah’s auto zien staan?’

donderdag 6 december 2007

CXLVII

Ze zette de auto stil. Het had haar verbaasd hoe makkelijk ze op aanwijzing van Thomas hierheen was gereden. Zonder al te vaak fout te rijden hadden ze vrij eenvoudig de straat, in het hart van Rome, gevonden. De Via Giulia was lang. Ze stonden nu aan de zuidpunt van de straat. Een huizenblok naar links liep de Tiber. Aan de noordkant van de straat, aan de overkant van de rivier lag het Vaticaan. Aangezien ze geen nummer van het huis van Hannah hadden zouden ze de hele straat door moeten lopen op zoek naar aanwijzingen. Of zou rijden beter zijn? Ze startte zonder met Thomas te overleggen de auto weer. Thomas keek op van zijn telefoon. ‘We rijden er doorheen. Als er wat is zijn we makkelijker weg’. Stapvoets reed ze de straat door. Ergens zou de auto van Hannah moeten staan. Na 5 minuten zagen ze en politiebusje staan. Een agent stond ernaast. De deur van het huis waarvoor het busje stond, stond open. ‘Doorrijden’ zei Thomas. Pas halverwege de straat kwam ze erachter dat de straat een éénrichtingsweg was en ze tegen het verkeer in door de straat heen was gereden. Een auto kwam luid toeterend en veel te hard rijdend hun richting uit. Tamar sloeg snel de eerste de beste straat links in. Na een paar honderd meter moest ze rechtsaf slaan een brede weg langs de rivier op. Ze reed een stuk over de weg tot ze de eerste de beste straat weer rechtsaf kon nemen om zo terug te komen op de Via Giulia. Voordat ze die straat weer insloeg zette ze de auto stil op een lege plek. Via Acciaioli. Wat een belachelijke naam. ‘Zijn we makkelijk weg?’ Thomas trok zijn wenkbrauwen op. ’Je mag blij zijn dat die agent ons niet aanhield’.

woensdag 5 december 2007

CXLVI

Dat had ze wel heel snel geregeld, die auto, dacht hij. Welk modern verhuurbedrijf had nog een Fiat Panda in de aanbieding?!? Of had ze gewoon de goedkoopste genomen? Het was een oud beestje, ooit rood gespoten, maar nu op vele plekken gebutst en gedeukt. Tja, dat kreeg je hier alleen al van parkeren, laat staan dat je je ook daadwerkelijk in het chaotische verkeer stortte. Tamar reed goed, dat moest hij haar nageven, en hij hield braaf zijn mond, zodat zij zich kon concentreren op de weg en de links en rechts invoegende Romeinen.
De autorit gaf hem wel wat tijd om na te denken – en het hielp ook om de aandacht van het verkeer af te leiden. Op het vliegveld was hij weggelopen, omdat hij niet meer wist wat hij moest doen. Alle aanknopingspunten leken in rook te zijn opgegaan, maar hij had zich er niet toe kunnen zetten om het vliegtuig terug naar huis te nemen. Het liefste had hij gezien dat Tamar wel terug was gegaan. Dan had hij rustig de dingen op een rijtje kunnen zetten. Nog steeds was het een raadsel waarom Paolo en zijn handlangers uitgerekend hen zouden willen ontvoeren. Het was om gek van te worden. Hij mijmerde wat over DiMatteo en merkte verrast op dat Tamar stopte en begon in te parkeren. Ze waren bij de Via Giulia aangekomen.
‘Je rijdt goed. En je parkeert die auto hier ook in één keer in.’ Tamar grinnikte. ‘Je bent verbaasd omdat ik een vrouw ben?’ ‘Nee…’ begon hij, maar ze wuifde zijn antwoord weg. ‘Als je in Amsterdam kan inparkeren, kun je het overal.’ Ze bleven zitten. Tamar belde haar baas om haar afwezigheid met “familieomstandigheden” te verklaren. Hij belde zijn buurvrouw Wil met de vraag of ze Rover eten wilde blijven geven.

dinsdag 4 december 2007

CXLV

Hij leek nogal gepikeerd. Of hij deed alsof. Tamar moest altijd inwendig grinniken als Thomas boos was, of boos speelde, ze wist nooit precies zeker wat het nu was. Hij kwam met een gezicht op onweer de bus uit. Hij keek kwaad over haar schouder toen ze naar de auto wees en begon toen met veel misbaar zijn tas uit de bus te sjorren. Waarschijnlijk had de jarenlange relatie met haar zus ervoor gezorgd dat hij overduidelijk boos moest doen om te zorgen dat het indruk maakte op haar. Vanaf het moment dat hij pissig van haar was weggelopen, met eerst de verkeerde koffer, was hij bezig geweest zijn boosheid aan haar te demonstreren. Ondanks dat ze erg moest lachen om zijn houding vond ze het niet helemaal terecht.
Hij liep met zijn tas richting de Panda. ‘En waar heb je die vandaan?’ Vroeg hij nors.
‘In westerse landen hebben ze op vliegvelden bedrijven die auto’s verhuren. Als je dan geld betaalt krijg je een auto mee die je dan een tijdje mag lenen’.
‘Jij bent echt irritant‘. Hij zei het nog steeds bozig, rukte de achterportier open en gooide zijn tas op de achterbank. Daarna ging hij demonstratief met zijn armen over elkaar op de bijrijder stoel zitten. Tamar stapte op de bestuurdersplek en gooide een kaart van Rome op Thomas’ schoot. ‘Via Giulia’ zei ze terwijl ze de auto startte. Thomas zei niks maar begon wel de kaart uit te vouwen. ‘Daar woont ze’ zei Tamar. ‘Of woonde ze, dat weten we nu niet meer zeker’. Thomas keek haar aan, voor de zoveelste keer die dag met een blik alsof hij haar niet begreep. ‘Ik heb het DiMatteo gevraagd, toen we richting de auto liepen vanuit de San Giovanni. Hij gaf geen nummer, alleen deze straatnaam’.

maandag 3 december 2007

CXLIV

Thomas beende weg door de hal van het vliegveld en liet Tamar achter bij de bankjes. Na een halve minuut draaide hij zich om en liep weer dezelfde weg terug omdat hij zich realiseerde dat hij nog steeds Tamar’s koffer achter zich aan sleepte. Hij zette resoluut de koffer voor Tamar’s neus, pakte zijn eigen weekendtas, keek haar even aan, draaide zich om en liep weer weg. Hij hoorde haar nog net ‘kinderachtig’ mompelen maar deed of hij het niet gehoord had. Bij de uitgang zag hij dat de twee agenten uit het zicht verdwenen waren. Om geen argwaan te wekken bij de taxichauffeurs besloot hij de bus naar Termini te nemen. Hij kocht een kaartje en stapte in de oude, muffe en veel te warme bus. Hij zou proberen erachter te komen waar Hannah kon zijn. Hij zou weer naar de garage gaan, naar San Giovanni in Laterano en misschien kon hij nog andere aanknopingspunten vinden. Hij voelde zich na vijf minuten peinzen in de stilstaande bus al wanhopig en hulpeloos. Waar nu weer te beginnen? Er tikte iemand met een ring op de ruit van de bus. Hij zag Tamar aan de andere kant van het glas staan. Ze keek hem recht aan en leek met iets heen en weer te bewegen in de hand waarmee ze op het raam had geklopt. Ze zei niks en Thomas voelde een lichte irritatie opkomen omdat ze daar maar zwijgend stond te zwaaien met iets. Met een sleutel? Wat moest ze? Ze trok haar wenkbrauwen op en wees naar rechts naar een parkeerplaatsje. Thomas stond geïrriteerd op van zijn stoel en liep naar de deur. ‘Ja?!’ sprak hij, niet al te vriendelijk. ‘Als je aardig doet mag je meerijden’. Ze wees naar een kleine rode Fiat Panda zag hij nu.