Ze zaten bij haar ouders op de bank. De harde vezels van de ouderwetse groene bank prikten in Tamars’ blote benen. Haar moeder was druk in de weer in de keuken met koffie en broodjes en soep, haar vader zat naast hen in een stoel en besprak met Thomas alle mogelijke opties en scenario’s met betrekking tot Hannah’s dood. Haar ouders leken verrassend veerkrachtig. Je kon zien dat ze nauwelijks hadden geslapen en dat haar moeder veel gehuild had, maar ze leken niet overstuur of radeloos, zoals je zo vaak hoort van ouders die een kind verliezen.
Terwijl haar vader en Thomas hun complottheorieën verder uitwerkten bestudeerde Tamar de schoorsteenmantel met de vertrouwde foto’s, de boekenkast met de hangplanten uit de jaren ’70, het versleten perzische tapijt en de oude fauteuils. Haar ouders mochten dan groot wonen in een dure wijk, aan hun inrichting hadden ze al jaren niets gedaan. Ze stond op om een foto van haar en Hannah van de schoorsteenmantel af te halen. Toen pas zag ze dat naast het fotolijstje een stapeltje met foto’s lag. Ze keek het door en zag dat het allemaal foto’s waren van Hannah. ‘Papa en ik hebben ze bekeken voor een foto voor bij de kist’, haar moeder stond naast haar met een schaal broodjes. ‘Thomas en ik hadden het er ook al over gehad. Er is een hele mooie foto van haar in Barcelona.’ Haar moeder knikte en bukte om de schaal op tafel te zetten. ‘Kijk maar of je hem kunt vinden, wie weet kunnen we die gebruiken.’ Ze liep weer terug naar de keuken en Tamar nam plaats op een stoel tegenover de bank. Thomas keek haar even aan en glimlachte. Haar vader legde een hand op haar knie en zei: ‘We laten het nu rusten. Ze is dood en we krijgen haar niet meer terug.’
donderdag 14 januari 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)
