woensdag 9 januari 2008

CLXX

Op enkele afgemeten beleefdheden na, bleef het stil tussen DiMatteo en hemzelf toen ze samen achter in de auto zaten, tot hij weer op een stoel op DiMatteo’s kamer zat. Het was een stuk rustiger op het bureau, zo laat op de avond. De inspecteur verstelde zijn stoel een beetje, schoof zijn toetsenbord verder van zich af en leunde met zijn armen op het bureaublad. Thomas vond het een belachelijke vertoning. De wijn in zijn hoofd maakte hem lichtelijk overmoedig, zo merkte hij. Goed, DiMatteo wilde een spel spelen. Hij speelde wel mee.
‘U ging zomaar met mij mee,’ zei de inspecteur bedachtzaam. ‘Zonder te vragen waarom.’
‘Moet u dit niet opnemen?’
De vraag leek DiMatteo even in verwarring te brengen. Misschien was het zijn Engelse woordenschat. Toen schudde hij zijn hoofd.
‘Uw uitgever houdt een mooie website voor u bij.’
‘Klopt,’ zei hij, terwijl hij dacht: waar gaat dit heen?
‘Ik heb uw laatste boek uit de bibliotheek geleend, maar nog geen tijd gehad het te lezen.’
‘Moet u doen. Het is erg goed.’
Met een grijns voegde hij eraan toe: ‘Dat zijn ze allemaal, trouwens.’
‘Interessant onderwerp, koning Henry VIII.’
Mijn hemel, dacht Thomas. Als hij zometeen gaat zeggen dat er al zoveel boeken over Henry zijn, ga ik gillen. Hij knikte beleefd terug, maar zei niets. DiMatteo plukte even aan zijn neus en leek ter zake te willen komen.
‘Ik heb mevrouw Mendel eerder deze avond telefonisch gesproken. In de auto van haar zus zijn bloedvlekken gevonden.’
Thomas keek de inspecteur geschokt aan. Hij had allerlei theorieën van DiMatteo verwacht rondom de poging tot ontvoering, maar dit?!?
‘Bloedvlekken,’ bracht hij met moeite uit.
‘Ja. Gezien de hoeveelheid bloed en het feit dat uw ex-vriendin verdwenen lijkt te zijn, wordt een misdrijf gevreesd.’
‘Is het haar bloed?’

Geen opmerkingen: