Kans om over de toestand waarin hun lichamen zich bevonden na te denken, kreeg hij niet, want precies op het goede (of verkeerde) moment nam Colin de telefoon op. Hij rolde voorzichtig opzij zonder Tamar pijn te doen. Hij wilde verder weg van haar draaien, maar ze schoof met haar rug tegen hem aan. Ze tastte met haar hand naar zijn arm en beduidde hem te blijven liggen. De telefoon was dicht genoeg bij zijn oor om de bezorgde Britse klanken op te kunnen vangen. Er was één moment waarop hij dacht dat ze zou gaan huilen, maar dat deed ze niet. Uiteraard was ze wel emotioneel toen ze nogmaals het treurige lot van haar zus beschreef. Thomas huiverde, maar niet van de kou. Hij voelde de druk van haar warme lichaam, de vorm van haar heupen en billen toen ze tegen hem aanlag. Het beeld van Hannah’s gezicht drong zich op. Zoals ze naar hem had gelachen op het strand, de strakke trekken als ze weer eens kwaad op hem was, de manier waarop ze zijn gezicht tussen haar handen nam als ze de liefde bedreven. Zoals haar gezicht eruit had gezien op die onderzoekstafel. De geur van Tamars haren drong in zijn neusgaten. Ze rook heerlijk. Waardoor hij weer huiverde. Colin stelde een aantal vragen, betuigde zijn medeleven, maar leek nauwelijks geschokt. Hijzelf eigenlijk ook niet achteraf. Hij geloofde er geen barst van dat Grimani haar in een vlaag van verstandsverbijstering had vermoord. Hij had het vast gedaan om het juweel in zijn smerige klauwen te krijgen. Dezelfde handen…
Tamar voelde zijn onrust, want ze aaide een paar keer over zijn onderarm en duwde haar lichaam verder tegen zijn heup. Hij tilde voorzichtig zijn arm op en streek wat haren weg van haar voorhoofd. Ze reageerde met een warme glimlach.
maandag 31 maart 2008
CCXXI
Ze wist zichzelf met behulp van Thomas weer enigszins kalm te krijgen. Haar ademhaling werd weer rustig en ze was weer in staat na te denken. Thomas aaide haar enigszins ruw over haar rug. Ze vertelde Thomas hoe het gesprek met haar ouders was gegaan. Ze hadden geschokt gereageerd, uiteraard. Haar moeder had opgenomen maar ze had meteen naar haar vader gevraagd. In dit soort situaties was het beter eerst hem alles te vertellen. Hij reageerde emotioneel maar toch rustig. Gelaten bijna. Nadat hij zo’n vijf minuten met Tamar had gepraat had hij alles aan haar moeder uitgelegd. Hij had de telefoon wel in zijn hand gehouden en zo kon Tamar min of meer horen wat hij haar moeder vertelde. Na zo’n vijf minuten kwam hij weer terug aan de telefoon en praatte nog even met Tamar. Ze spraken af dat Tamar over een paar uur nog eens zou bellen als er meer nieuws was. Haar ouders konden dan beslissen of zij misschien ook naar Rome moesten komen. Op de rand van het bed besprak ze met Thomas of ze ook Colin en Leslie Craven moesten bellen. Thomas leek afwezig. ‘Heb je niks geks aan Fabrizzio gemerkt?’ vroeg hij. Tamar was verbaasd, zelfs enigszins geïrriteerd. Ze had wel wat anders aan haar hoofd nu. Thomas ging er niet op door en vond inderdaad dat ze in ieder geval Colin moesten bellen.Hij pakte zijn mobiel al. Tamar strekte zich uit over het bed en probeerde met één hand de minibar naast het bed open te maken. Het lukte haar niet en Thomas die haar gehannes gadesloeg, boog over haar heen om te helpen. Ze lagen in een raar soort verstrengeling terwijl ze beiden met hun handen in de minibar graaiden toen Colin de telefoon opnam.
CCXX
Het relaas van DiMatteo, af en toe aangevuld door Carlo, was eigenlijk heel eenvoudig. Na een tip van een buurtbewoner, die had geklaagd over een gek met een Mercedes die hem bijna overhoop had gereden op een onverhard weggetje, was de politie gaan kijken bij een landhuis een half uur buiten Rome. In het huis was het lichaam van Hannah gevonden. Het huis bleek op naam te staan van één van de bedrijven van Grimani. Het leed geen twijfel dat Grimani haar had gewurgd. Het DNA onder Hannah’s vingernagels matchte met het bloed dat ze in de auto hadden gevonden. Zijn duimafdrukken stonden in haar keel.
‘Een crime passionel,’ had DiMatteo gezegd. ‘De ultieme daad van een jaloerse en afgewezen minnaar.’
Eén van Grimani’s medewerkers, officieel een chauffeur, maar volgens DiMatteo een lijfwacht, had onder ede verklaard dat hij en Hannah in het geniep rotzooiden en dat Grimani daar achter was gekomen.
‘Waarom heeft hij haar dan eerst ontvoerd?’ had Tamar met hese stem willen weten.
DiMatteo had zijn schouders opgehaald. ‘Dat weet ik niet. Ik vermoed dat hij haar met haar bedrog wilde confronteren, nadat ze hem had verlaten.’ De moordenaar Grimani was nog altijd voortvluchtig. Volgens de inspecteur was het echter een kwestie van tijd voordat de politie hem in zou rekenen. Daarmee konden ze het doen. Een medewerkster van de Nederlandse ambassade ving hen op en bracht hen naar Thomas’ hotel. Daar aangekomen ging Tamar haar ouders bellen en stelde de vrouw van de ambassade aan hem discrete vragen over de repatriëring naar Nederland, zodra de politie het lichaam van Hannah zou vrijgeven. Ze vertrok haastig, toen Tamar aangeslagen terug kwam en zich snikkend oprolde op het bed. Thomas probeerde haar te troosten. Ineens verstijfde hij. Hij realiseerde zich dat Fabrizzio de hele tijd oogcontact had vermeden.
‘Een crime passionel,’ had DiMatteo gezegd. ‘De ultieme daad van een jaloerse en afgewezen minnaar.’
Eén van Grimani’s medewerkers, officieel een chauffeur, maar volgens DiMatteo een lijfwacht, had onder ede verklaard dat hij en Hannah in het geniep rotzooiden en dat Grimani daar achter was gekomen.
‘Waarom heeft hij haar dan eerst ontvoerd?’ had Tamar met hese stem willen weten.
DiMatteo had zijn schouders opgehaald. ‘Dat weet ik niet. Ik vermoed dat hij haar met haar bedrog wilde confronteren, nadat ze hem had verlaten.’ De moordenaar Grimani was nog altijd voortvluchtig. Volgens de inspecteur was het echter een kwestie van tijd voordat de politie hem in zou rekenen. Daarmee konden ze het doen. Een medewerkster van de Nederlandse ambassade ving hen op en bracht hen naar Thomas’ hotel. Daar aangekomen ging Tamar haar ouders bellen en stelde de vrouw van de ambassade aan hem discrete vragen over de repatriëring naar Nederland, zodra de politie het lichaam van Hannah zou vrijgeven. Ze vertrok haastig, toen Tamar aangeslagen terug kwam en zich snikkend oprolde op het bed. Thomas probeerde haar te troosten. Ineens verstijfde hij. Hij realiseerde zich dat Fabrizzio de hele tijd oogcontact had vermeden.
dinsdag 25 maart 2008
CCXIX
Ze had het gevoel uren te hebben rondgelopen in haar hotelkamer. Thomas had zwijgend op het bed gezeten en haar in de gaten gehouden terwijl ze ijsbeerde door de kamer. Hij probeerde haar te sussen als ze kwaad werd en te troosten als ze ging huilen. Hij praatte het idee uit haar hoofd dat ze Hannah wilde zien want ‘geloof me, dat wíl je niet zien.’ Toen hij dat zei rilde ze.
DiMatteo was achter haar en Thomas aangereden vanaf het vliegveld en zat nu beneden in de lobby te wachten tot zij en Thomas zo ver waren om weer mee te gaan naar het bureau. Hij wilde een laatste verklaring van hen opnemen maar was vol begrip en maakte absoluut geen haast om hen op het bureau te krijgen. Hij had gezegd te wachten tot ze zover waren.
Ze zweette zich een ongeluk terwijl het helemaal geen warme dag was. Haar mascara zat over haar hele gezicht, haar haar plakte tegen haar voorhoofd. Thomas zag er niet veel beter uit. De mascaravegen ontbraken bij hem, maar zijn ogen waren rood en zijn kleren zagen eruit alsof hij er dagen in had hardgelopen. Ze probeerde een plan voor de dag te maken, dingen op een rijtje te zetten. Ze ging naast Thomas op bed zitten en pakte zijn hand. ‘Sorry ik stink en ik zie er niet uit.’ Thomas grinnikte, ‘voor deze keer vergeef ik je’. Hij sloeg zijn arm om haar heen en zij legde haar hoofd op zijn borst. Even bleven ze zo zitten. Thomas plukte voorzichtig de natte haren van haar voorhoofd en streek ze naar achter bij haar andere haar. Tamar keek hem aan en zei: ‘Misschien moeten we ons wassen, schone kleren aan doen en met DiMatteo meegaan?‘ ‘Is goed, ga jij maar eerst’.
DiMatteo was achter haar en Thomas aangereden vanaf het vliegveld en zat nu beneden in de lobby te wachten tot zij en Thomas zo ver waren om weer mee te gaan naar het bureau. Hij wilde een laatste verklaring van hen opnemen maar was vol begrip en maakte absoluut geen haast om hen op het bureau te krijgen. Hij had gezegd te wachten tot ze zover waren.
Ze zweette zich een ongeluk terwijl het helemaal geen warme dag was. Haar mascara zat over haar hele gezicht, haar haar plakte tegen haar voorhoofd. Thomas zag er niet veel beter uit. De mascaravegen ontbraken bij hem, maar zijn ogen waren rood en zijn kleren zagen eruit alsof hij er dagen in had hardgelopen. Ze probeerde een plan voor de dag te maken, dingen op een rijtje te zetten. Ze ging naast Thomas op bed zitten en pakte zijn hand. ‘Sorry ik stink en ik zie er niet uit.’ Thomas grinnikte, ‘voor deze keer vergeef ik je’. Hij sloeg zijn arm om haar heen en zij legde haar hoofd op zijn borst. Even bleven ze zo zitten. Thomas plukte voorzichtig de natte haren van haar voorhoofd en streek ze naar achter bij haar andere haar. Tamar keek hem aan en zei: ‘Misschien moeten we ons wassen, schone kleren aan doen en met DiMatteo meegaan?‘ ‘Is goed, ga jij maar eerst’.
donderdag 20 maart 2008
CCXVIII
Het was moeilijk geweest om het haar te vertellen. Ze bleef maar herhalen dat ze er met haar verstand niet bij kon. Na een tijdje kalmeerde ze wat, veegde ze de tranen van haar wangen en begon ze vragen te stellen over wat er precies gebeurd was. Thomas probeerde haar de details te besparen, maar vertelde wel wat hij van de politiemensen had gehoord: Hannah was gewurgd. Toen hij het zei, sloot Tamar haar ogen en bleef ze even stil. Af en toe bewogen haar lippen, zonder dat hij een geluid kon opvangen. Zelf wilde hij zijn verhaal ook kwijt, maar hij kon Tamar er onmogelijk mee opzadelen.
Hij moest zelf telkens terug denken aan het moment dat het gezicht van Hannah was blootgelegd. DiMatteo had uitgelegd waarom het laken maar tot haar kin kon worden teruggevouwen. Thomas vond dat Hannah er verschrikkelijk uit zag. De dood kon nooit duidelijker definitiever gedefinieerd worden dan door de aanblik van een dode. Haar gezicht was vlekkerig blauw verkleurd en opgezwollen. Het was onmiskenbaar Hannah. Haar rechte neus leek scherper en haar oogkassen lagen dieper, maar ze had nog steeds het moedervlekje in de boog van haar wenkbrauw. Toen Carlo om de bevestiging vroeg of het inderdaad Hannah was, kon hij alleen maar stom knikken. Daarna begon hij zachtjes te huilen. Hoe vaak had hij niet naar haar gezicht liggen kijken als ze lag te slapen? Nu zag hij haar hier met haar hoofd in een vreemde hoek achterover, met een doek onder haar kin om te voorkomen dat haar kaak open viel. Nadat hij zich wat meer onder controle had, had hij even met de rug van zijn hand over haar wang gestreken. Koud. Zo koud, dat zelfs toen hij na afloop de benodigde fomulieren tekende, hij de kou nog voelde branden.
Hij moest zelf telkens terug denken aan het moment dat het gezicht van Hannah was blootgelegd. DiMatteo had uitgelegd waarom het laken maar tot haar kin kon worden teruggevouwen. Thomas vond dat Hannah er verschrikkelijk uit zag. De dood kon nooit duidelijker definitiever gedefinieerd worden dan door de aanblik van een dode. Haar gezicht was vlekkerig blauw verkleurd en opgezwollen. Het was onmiskenbaar Hannah. Haar rechte neus leek scherper en haar oogkassen lagen dieper, maar ze had nog steeds het moedervlekje in de boog van haar wenkbrauw. Toen Carlo om de bevestiging vroeg of het inderdaad Hannah was, kon hij alleen maar stom knikken. Daarna begon hij zachtjes te huilen. Hoe vaak had hij niet naar haar gezicht liggen kijken als ze lag te slapen? Nu zag hij haar hier met haar hoofd in een vreemde hoek achterover, met een doek onder haar kin om te voorkomen dat haar kaak open viel. Nadat hij zich wat meer onder controle had, had hij even met de rug van zijn hand over haar wang gestreken. Koud. Zo koud, dat zelfs toen hij na afloop de benodigde fomulieren tekende, hij de kou nog voelde branden.
dinsdag 18 maart 2008
CCXVII
Het duurde even voordat haar koffer op de bagageband verscheen. De meest passagiers waren al naar de uitgang gespoed op zoek naar een bus of een taxi om hen naar het centrum van Rome te brengen. Toen ze naar de schuifdeuren van de aankomsthal liep zag ze, toen de deuren open en dicht gingen voor de mensen voor haar, Thomas al staan. Hij stond tien meter van de deuren, recht voor de uitgang. Hij keek met een schuin gebogen hoofd gebiologeerd naar de schuifdeuren. Ze wilde zwaaien toen de deuren weer een keer opengingen, maar iets hield haar tegen. Toen ze zelf door de deur heen liep zag hij haar pas. Hij wipte van zijn ene been op zijn andere been en rechtte zijn rug. Hij zag er slecht uit. Zijn ogen waren rood doorlopen en zijn huid leek wel grijs. Hij had zich niet geschoren en het leek alsof hij in zijn kleren had geslapen. Toen ze bij hem stond wilde ze hem zoen op zijn wang geven maar hij weerde haar af.
‘Tamar. Loop even mee’.Toen hij haar elleboog pakte en haar naar de linkerkant van de hal duwde zag ze DiMatteo even verderop staan. ‘Thomas wat is er? Wat is er aan de hand? Waarom is DiMatteo hier?’ Ze voelde de angst als een deken op haar neerdalen. Haar maag draaide om en haar handen begonnen te trillen. Thomas pakte haar beide armen beet en keek haar recht in haar ogen. ‘Tamar. Het spijt me.’ Zijn ogen liepen vol tranen. Ze had het gevoel dat haar benen onder haar weg zakte. ‘Tamar, Hannah, ze hebben haar gevonden.’ Ze keek over Thomas’ schouder naar DiMatteo. Ze keek terug naar het gezicht van Thomas. ‘Gevonden? Hoe bedoel je?’. Maar ze wist het al. Hannah was dood. Haar zus was dood.
‘Tamar. Loop even mee’.Toen hij haar elleboog pakte en haar naar de linkerkant van de hal duwde zag ze DiMatteo even verderop staan. ‘Thomas wat is er? Wat is er aan de hand? Waarom is DiMatteo hier?’ Ze voelde de angst als een deken op haar neerdalen. Haar maag draaide om en haar handen begonnen te trillen. Thomas pakte haar beide armen beet en keek haar recht in haar ogen. ‘Tamar. Het spijt me.’ Zijn ogen liepen vol tranen. Ze had het gevoel dat haar benen onder haar weg zakte. ‘Tamar, Hannah, ze hebben haar gevonden.’ Ze keek over Thomas’ schouder naar DiMatteo. Ze keek terug naar het gezicht van Thomas. ‘Gevonden? Hoe bedoel je?’. Maar ze wist het al. Hannah was dood. Haar zus was dood.
maandag 17 maart 2008
CCXVI
Met nietsziende ogen staarde hij uit het raam van de politieauto. Waar ze nu precies heen reden wist hij niet. De Engelse woorden hadden de Italianen niet paraat gehad. Iets met forensisch, gerechtelijk onderzoek. Hij had het maar half begrepen wat de bestemming was. Duidelijker was het uiteindelijke doel op die bestemming. Met veel omhaal van woorden had Carlo hem uitgelegd dat ze iemand nodig hadden om het lichaam van Hannah te identificeren. Zijn sputterende tegenwerpingen dat hij haar al lang niet meer gezien had, leken niets uit te halen. De politie twijfelde er niet aan dat hij Hannah zou herkennen. Moest hij Tamar nu bellen? Of wachten tot ze morgen in Rome zou zijn? Kon hij het maken om langer te wachten? Hij moest eerst zeker zijn dat het lichaam ook echt van Hannah was. Hij had geen idee waarom hij hieraan twijfelde. Misschien teveel films gezien. In het echt zou het waarschijnlijk nooit voorkomen dat lijken (hij huiverde bij het woord) verwisseld werden.
Wat later zat hij op een lange, kille gang te wachten tegenover een zware schuifdeur. De politieagenten waren binnen. De stoel waarop hij zat, wiebelde als hij verschoof. De neuzen van zijn schoenen vertoonden kale plekken. Een vrouw van middelbare leeftijd in een doktersjas passeerde hem alsof hij er niet was. Het nare gevoel bovenin zijn maag was enigszins gezakt. Ergens klapte een deur dicht. Het was DiMatteo die de deur openschoof en hem naar binnen wenkte. De Italianen hadden een soort halve kring gevormd om een hoge tafel. Een vaalgroen laken lag over de contouren van een menselijk lichaam heen. Sneller dan hij wilde, stond hij bij de tafel. Een somber kijkende man (lijkschouwer?) kwam naar voren en schoof langzaam het laken van het hoofd terug. Thomas keek en keek weg en keek weer.
Wat later zat hij op een lange, kille gang te wachten tegenover een zware schuifdeur. De politieagenten waren binnen. De stoel waarop hij zat, wiebelde als hij verschoof. De neuzen van zijn schoenen vertoonden kale plekken. Een vrouw van middelbare leeftijd in een doktersjas passeerde hem alsof hij er niet was. Het nare gevoel bovenin zijn maag was enigszins gezakt. Ergens klapte een deur dicht. Het was DiMatteo die de deur openschoof en hem naar binnen wenkte. De Italianen hadden een soort halve kring gevormd om een hoge tafel. Een vaalgroen laken lag over de contouren van een menselijk lichaam heen. Sneller dan hij wilde, stond hij bij de tafel. Een somber kijkende man (lijkschouwer?) kwam naar voren en schoof langzaam het laken van het hoofd terug. Thomas keek en keek weg en keek weer.
vrijdag 14 maart 2008
CCXV
Het was koud toen ze naar de bus liep. De straten waren nog nat en het was uitgestorven. Zaterdagochtend, iedereen lag natuurlijk nog in bed. Gelukkig stond de al te wachten zodat ze niet buiten kou hoefde te vatten. Ze vroeg zich af of het in Rome beter zou zijn. Vast wel.
In de bus haalde ze haar boek tevoorschijn en begon te lezen. De hele reis naar het vliegtuig, de tocht van de incheckbalie naar de rij bij de controle naar de rij bij de gate naar de rij het vliegtuig in las ze door in het bijzonder hilarische boek. In het vliegtuig was het een gedrang van jewelste van kinderen en vakantiegangers. Er hing een uitgelaten stemming. Dit was duidelijk geen zakelijke vlucht. Tamar nestelde zich in haar stoel en las onverstoord door. Een jongetje in de stoel voor haar probeerde steeds haar aandacht te trekken door boven zijn eigen stoel of tussen de stoelen door naar haar te staren en dan ineens uit te halen en een tik tegen haar boek te geven. Ze negeerde het eerst maar toen hij bleef doorgaan greep ze ineens zijn hand toen hij het weer probeerde. Ze keek hem streng aan en trok haar voorhoofd in een rimpel om haar blik extra kracht bij te zetten. Het jochie leek goed geschrokken en toen ze hem losliet draaide hij zich meteen om. Pas toen de landing werd ingezet legde ze haar boek weg. Ze wachtte geduldige toen de horde toeristen zich richting de uitgang van het vliegtuig duwden. Daarna stond met dezelfde mensen die zo’n haast hadden gehad het vliegtuig uit te komen nog zeker toen minuten bij een lege bagageband te wachten. Het vervelende jongetje probeerde steeds met zijn handen op de ronddraaiende band te steunen en dan mee te lopen, daarbij steeds wachtende passagiers omver lopend.
In de bus haalde ze haar boek tevoorschijn en begon te lezen. De hele reis naar het vliegtuig, de tocht van de incheckbalie naar de rij bij de controle naar de rij bij de gate naar de rij het vliegtuig in las ze door in het bijzonder hilarische boek. In het vliegtuig was het een gedrang van jewelste van kinderen en vakantiegangers. Er hing een uitgelaten stemming. Dit was duidelijk geen zakelijke vlucht. Tamar nestelde zich in haar stoel en las onverstoord door. Een jongetje in de stoel voor haar probeerde steeds haar aandacht te trekken door boven zijn eigen stoel of tussen de stoelen door naar haar te staren en dan ineens uit te halen en een tik tegen haar boek te geven. Ze negeerde het eerst maar toen hij bleef doorgaan greep ze ineens zijn hand toen hij het weer probeerde. Ze keek hem streng aan en trok haar voorhoofd in een rimpel om haar blik extra kracht bij te zetten. Het jochie leek goed geschrokken en toen ze hem losliet draaide hij zich meteen om. Pas toen de landing werd ingezet legde ze haar boek weg. Ze wachtte geduldige toen de horde toeristen zich richting de uitgang van het vliegtuig duwden. Daarna stond met dezelfde mensen die zo’n haast hadden gehad het vliegtuig uit te komen nog zeker toen minuten bij een lege bagageband te wachten. Het vervelende jongetje probeerde steeds met zijn handen op de ronddraaiende band te steunen en dan mee te lopen, daarbij steeds wachtende passagiers omver lopend.
donderdag 13 maart 2008
CCXIV
Met een angstig voorgevoel bleef Thomas voor de inspecteur staan. Hij slikte toen hij in de ogen van DiMatteo keek. De Italiaan leek even naar een formulering te moeten zoeken.
‘Ik vrees dat ik slecht nieuws heb,’ hoorde Thomas hem zeggen. ‘We hebben een lichaam gevonden buiten Rome. Vermoedelijk is het uw ex-vriendin.’
Thomas voelde zich spontaan misselijk worden. Zijn hart bonkte zwaar achter zijn ribben. Zijn rechterhand trilde, toen hij probeerde het haar van zijn voorhoofd te vegen. Ineens stond Carlo naast hem, die een snelle verwensing naar DiMatteo siste en Thomas bij zijn schouder beetpakte.
‘Gaat het?’ vroeg hij bezorgd.
Thomas wist het niet. Hij boog door zijn knieën met zijn bovenlichaam naar voren en zijn handen tussen zijn benen geklemd. Zou hij gaan overgeven?
Carlo praatte nog door, maar hij ving alleen flarden op. Hannah’s naam schoot heen en weer door zijn hoofd. Ze was dood. Dood. Was het echt mogelijk?
Thomas keek op. ‘Wat is er gebeurd?’
Hij herkende amper zijn eigen stem in de woorden die hij uit zijn keel wist te wringen.
‘Toe,’ zei Carlo sussend. ‘Laten we ergens rustig verder praten. Dit kan echt niet zomaar op straat.’
De twee politiemannen wisselen priemende blikken uit, die Thomas weliswaar registreerde, maar op dat moment nauwelijks bevatte. Willoos liet hij zich in de inmiddels vertrouwde politieauto zetten, met Fabrizzio aan het stuur, die hem medelijdend aankeek. Zijn lichaam voelde slap aan en hij kon amper de kracht opbrengen om rechtop te blijven zitten. Carlo schoof dit keer naast hem en DiMatteo ging voorin zitten.
‘Wat is er gebeurd?’ herhaalde hij toonloos.
‘Zullen we dit op het bureau bespreken?’ zei Carlo voorzichtig.
‘Nee,’ antwoordde hij beslist, ‘ik wil het weten. Is ze vermoord?’
‘Er is geen eenvoudige manier om dit te zeggen. We denken van wel.’
‘Ik vrees dat ik slecht nieuws heb,’ hoorde Thomas hem zeggen. ‘We hebben een lichaam gevonden buiten Rome. Vermoedelijk is het uw ex-vriendin.’
Thomas voelde zich spontaan misselijk worden. Zijn hart bonkte zwaar achter zijn ribben. Zijn rechterhand trilde, toen hij probeerde het haar van zijn voorhoofd te vegen. Ineens stond Carlo naast hem, die een snelle verwensing naar DiMatteo siste en Thomas bij zijn schouder beetpakte.
‘Gaat het?’ vroeg hij bezorgd.
Thomas wist het niet. Hij boog door zijn knieën met zijn bovenlichaam naar voren en zijn handen tussen zijn benen geklemd. Zou hij gaan overgeven?
Carlo praatte nog door, maar hij ving alleen flarden op. Hannah’s naam schoot heen en weer door zijn hoofd. Ze was dood. Dood. Was het echt mogelijk?
Thomas keek op. ‘Wat is er gebeurd?’
Hij herkende amper zijn eigen stem in de woorden die hij uit zijn keel wist te wringen.
‘Toe,’ zei Carlo sussend. ‘Laten we ergens rustig verder praten. Dit kan echt niet zomaar op straat.’
De twee politiemannen wisselen priemende blikken uit, die Thomas weliswaar registreerde, maar op dat moment nauwelijks bevatte. Willoos liet hij zich in de inmiddels vertrouwde politieauto zetten, met Fabrizzio aan het stuur, die hem medelijdend aankeek. Zijn lichaam voelde slap aan en hij kon amper de kracht opbrengen om rechtop te blijven zitten. Carlo schoof dit keer naast hem en DiMatteo ging voorin zitten.
‘Wat is er gebeurd?’ herhaalde hij toonloos.
‘Zullen we dit op het bureau bespreken?’ zei Carlo voorzichtig.
‘Nee,’ antwoordde hij beslist, ‘ik wil het weten. Is ze vermoord?’
‘Er is geen eenvoudige manier om dit te zeggen. We denken van wel.’
woensdag 12 maart 2008
CCXIII
Om half tien zat ze op de rand van haar bed. De afhaalmaaltijd drukte zwaar op haar maag. Zoals altijd had ze teveel besteld en teveel daarvan opgegeten. Na de afwas te hebben opgeruimd en de koffers klaar te hebben gezet, zaten haar taken voor die dag er eigenlijk op. Ze overwoog nog te stofzuigen. Niet dat ze er veel plezier van zou hebben als ze weg was de komende weken, maar meer omdat ze haar huis dan netjes zou achterlaten. Als ze dan zou verongelukken zouden haar ouders in ieder geval zien dat ze netjes was op haar huis. Of de politieagenten zouden in het politierapport op kunnen merken dat het huis ‘schoon en opgeruimd’ was en dat ‘geen andere bijzonderheden’ waren aangetroffen. Ze vroeg zich af wat haar ouders zouden bewaren van haar spullen en wat ze weg zouden gooien. Omdat ze toch nog niet kon slapen trok ze een fles wijn open. Ze zapte doelloos langs de kanalen en besloot toen Sam te bellen. Na een gesprek van ruim drie kwartier en een halve fles wijn was Tamar nog steeds niet moe genoeg om naar bed te gaan. Ze computerde wat, bleef doelloos zappen langs de BBC en CNN en stofzuigde toen toch maar het hele huis. Ze lakte haar teennagels in een opvallende kleur rood en besloot om half 2 toch maar te gaan slapen. Het werd een onrustige slaap vol dromen, politieachtervolgingen, haar baas die vergat het raam van zijn kamer te sluiten en haar dossiers liet wegwaaien, Pat en Sam die samen in Rome gingen wonen en Bianca die ineens opdook in een pub in Londen. Toen om half 6 de wekker ging was Tamar uitgeput. Ze douchte, at een appel en spoedde zich met haar koffers naar de bus.
dinsdag 11 maart 2008
CCXII
Waarom deed hij nu kortaf tegen haar? Was hij te verbouwereerd geweest om echt enthousiast te reageren? Eigenlijk was hij dolblij om haar weer te zien. Thomas zat op de rand van zijn bed in het hotel en had zijn schoenen uitgetrapt. Hij liet zich langzaam achterover zakken op zijn rug en vouwde zijn handen achter zijn hoofd. Tamar. Hij zuchtte. Tamar. Er was zoveel op hem afgekomen, dat hij nauwelijks aan haar had kunnen denken. Hij had haar gemist. Even zag hij de contouren van haar naakte lichaam bij Colin’s zwembad voor zich. Een verhaal zo oud als de weg naar Rome, dacht hij zuur. Hannah en Tamar. Hij had van Hannah gehouden: intens, argeloos en volledig, zoals je je aan je eerste liefde overgeeft met onbevangenheid en onwetendheid. En had zij niet hetzelfde gedaan? Ze hadden elkaar daarna gekwetst, het weer goedgemaakt en elkaar weer losgelaten. Sommige van zijn meest heftige gevoelens en emoties waren onlosmakelijk met Hannah verbonden. En Tamar? Hij had een zwak voor haar en misschien wel meer dan dat. Omdat ze juist een anti-Hannah was? En met heftige gebeurtenissen dicht bij hem in de buurt? Was Tamar uiteindelijk hetgeen…
De telefoon op het nachtkastje ging over. Met verbaasd opgetrokken wenkbrauwen (zo zag hij in de spiegel) zei hij: ‘Pronto!’ in de hoorn.
‘Meneer Brevers, ik sta buiten op straat.’ Het was DiMatteo. ‘Kunt u naar beneden komen?’
Thomas trok een scheef gezicht naar zijn spiegelbeeld, die hetzelfde terug deed. Wat wilde de inspecteur nu weer? Hij was weggelopen, alsof hij Thomas niet meer wilde spreken. Maar hij had kunnen weten dat de Italiaanse politie hem niet met rust zou laten. Toen hij buiten kwam, stond DiMatteo recht voor de ingang. Aan zijn gezicht zag Thomas meteen dat er iets ernstig aan de hand was.
De telefoon op het nachtkastje ging over. Met verbaasd opgetrokken wenkbrauwen (zo zag hij in de spiegel) zei hij: ‘Pronto!’ in de hoorn.
‘Meneer Brevers, ik sta buiten op straat.’ Het was DiMatteo. ‘Kunt u naar beneden komen?’
Thomas trok een scheef gezicht naar zijn spiegelbeeld, die hetzelfde terug deed. Wat wilde de inspecteur nu weer? Hij was weggelopen, alsof hij Thomas niet meer wilde spreken. Maar hij had kunnen weten dat de Italiaanse politie hem niet met rust zou laten. Toen hij buiten kwam, stond DiMatteo recht voor de ingang. Aan zijn gezicht zag Thomas meteen dat er iets ernstig aan de hand was.
maandag 10 maart 2008
CCXI
Toen er even een stilte viel in het gesprek zei ze: ‘Ik vlieg morgen naar je toe.’
Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Ze kon Thomas bijna horen ademen.
‘Ik heb vakantie en een weekend de tijd om de boel op te lossen. We lopen alles nog eens na. Ik krijg van Craven nog informatie. We nemen contact op met DiMatteo desnoods en we vinden Hannah.’ Nog steeds zei Thomas niets.
‘Waarschijnlijk eindigt dit hele avontuur in een anticlimax. We vinden die zus van mij en ze wordt om een of andere reden boos op ons, gaat enorme stampij maken en het einde van het liedje is dat we dusdanige ruzie hebben dat we weer jaren niet met elkaar praten’.
‘Heb je al een hotel?’ Het was het eerste dat Thomas kon uitbrengen.
‘Uh nee. Ik heb nog geen drie uur geleden een vliegtuig geboekt. Dus dat is er nog niet van gekomen.’ Het kwam er enigszins gepikeerd uit.
‘Ik moet toch nog een hotel zoeken, dan boek ik er voor jou een kamer bij.’
‘Maar Thomas, hoeveel hotels heb je de afgelopen week nu gehad? Is het niet heel paranoïde om steeds te wisselen?’
‘Het lijkt me gewoon beter.’ Hij zei het nogal kortaf en ging daarna meteen over op een ander onderwerp. ‘Ik pik je op op het vliegveld. Dan rijden we daarna naar het hotel en droppen jouw spullen. Als jij nog inlichtingen van Craven krijgt maken we daarna een plan voor de dag.’
‘Ja, is goed’ zei Tamar.
‘Oh ik heb een wissel. Ik spreek je later op de avond nog wel even.’
Hij hing meteen op. Tamar legde zuchtend haar telefoon neer. Ze stond op om een foldertje van een afhaal Thai of Pakistaan te zoeken en eten te bestellen.
Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Ze kon Thomas bijna horen ademen.
‘Ik heb vakantie en een weekend de tijd om de boel op te lossen. We lopen alles nog eens na. Ik krijg van Craven nog informatie. We nemen contact op met DiMatteo desnoods en we vinden Hannah.’ Nog steeds zei Thomas niets.
‘Waarschijnlijk eindigt dit hele avontuur in een anticlimax. We vinden die zus van mij en ze wordt om een of andere reden boos op ons, gaat enorme stampij maken en het einde van het liedje is dat we dusdanige ruzie hebben dat we weer jaren niet met elkaar praten’.
‘Heb je al een hotel?’ Het was het eerste dat Thomas kon uitbrengen.
‘Uh nee. Ik heb nog geen drie uur geleden een vliegtuig geboekt. Dus dat is er nog niet van gekomen.’ Het kwam er enigszins gepikeerd uit.
‘Ik moet toch nog een hotel zoeken, dan boek ik er voor jou een kamer bij.’
‘Maar Thomas, hoeveel hotels heb je de afgelopen week nu gehad? Is het niet heel paranoïde om steeds te wisselen?’
‘Het lijkt me gewoon beter.’ Hij zei het nogal kortaf en ging daarna meteen over op een ander onderwerp. ‘Ik pik je op op het vliegveld. Dan rijden we daarna naar het hotel en droppen jouw spullen. Als jij nog inlichtingen van Craven krijgt maken we daarna een plan voor de dag.’
‘Ja, is goed’ zei Tamar.
‘Oh ik heb een wissel. Ik spreek je later op de avond nog wel even.’
Hij hing meteen op. Tamar legde zuchtend haar telefoon neer. Ze stond op om een foldertje van een afhaal Thai of Pakistaan te zoeken en eten te bestellen.
vrijdag 7 maart 2008
CCX
Tamar was niet blij om zijn verhaal te horen, zo bleek wel. Eerst kreeg hij een halve scheldkannonade over zich heen over waarom hij niet eerder wat van zich had laten horen, maar daarna sloeg het over in bezorgdheid toen hij vertelde over het verhoor en wat DiMatteo allemaal gezegd had. Zij deed op haar beurt verslag van wat de privédetective uit Wales allemaal te weten wat gekomen. Ze kwamen beiden tot de conclusie dat de versies op elkaar aansloten.
‘Weet je,’ zei Tamar peinzend, ‘ik vind het wel raar dat die Craven in korte tijd zo veel te weten komt en de politie in Rome er maar een beetje achteraan hobbelt. Zijn ze wel te vertrouwen? Of zouden ze zich inhouden vanwege die Grimani? Blijkbaar was het een grote crimineel. Wat moest Hannah toch met hem?’
‘Geld. Status,’ antwoordde hij wrang. ‘Geloof me, ik was echt een uitzondering in haar liefdesleven. En je weet hoe ik dat gevolgd heb,’ voegde hij er aan toe. Hij proefde de zure toon op zijn tong.
‘Mag ik je iets vragen?’ zei Tamar behoedzaam. ‘Uhmm… Craven denkt dat Hannah misschien bij Grimani is weggegaan vanwege een ander. Wat denk jij?’
Thomas haalde de telefoon van zijn oor en zuchtte diep. Nu had hij pas echt behoefte aan een borrel. Liefst onder de douche.
Hij hoorde zwakjes haar stem zijn naam zeggen. Hij bracht de telefoon naar zijn gezicht en hield hem voor zijn mond.
‘Ik ben er.’
‘Had ik die vraag niet moeten stellen?’
‘Het geeft niet,’ zei hij langzaam. ‘Laat ik het zo zeggen: ik hou het niet voor onwaarschijnlijk. Maar het zou wel dom zijn, als die Grimani echt een crimineel is.’
‘Zo gevaarlijk zag hij er niet uit. En hij heeft haar zelf ontvoerd, niet een stel bodyguards of zo.’
‘Weet je,’ zei Tamar peinzend, ‘ik vind het wel raar dat die Craven in korte tijd zo veel te weten komt en de politie in Rome er maar een beetje achteraan hobbelt. Zijn ze wel te vertrouwen? Of zouden ze zich inhouden vanwege die Grimani? Blijkbaar was het een grote crimineel. Wat moest Hannah toch met hem?’
‘Geld. Status,’ antwoordde hij wrang. ‘Geloof me, ik was echt een uitzondering in haar liefdesleven. En je weet hoe ik dat gevolgd heb,’ voegde hij er aan toe. Hij proefde de zure toon op zijn tong.
‘Mag ik je iets vragen?’ zei Tamar behoedzaam. ‘Uhmm… Craven denkt dat Hannah misschien bij Grimani is weggegaan vanwege een ander. Wat denk jij?’
Thomas haalde de telefoon van zijn oor en zuchtte diep. Nu had hij pas echt behoefte aan een borrel. Liefst onder de douche.
Hij hoorde zwakjes haar stem zijn naam zeggen. Hij bracht de telefoon naar zijn gezicht en hield hem voor zijn mond.
‘Ik ben er.’
‘Had ik die vraag niet moeten stellen?’
‘Het geeft niet,’ zei hij langzaam. ‘Laat ik het zo zeggen: ik hou het niet voor onwaarschijnlijk. Maar het zou wel dom zijn, als die Grimani echt een crimineel is.’
‘Zo gevaarlijk zag hij er niet uit. En hij heeft haar zelf ontvoerd, niet een stel bodyguards of zo.’
donderdag 6 maart 2008
CCIX
Ze opende de elektronische agenda en zette er voor zichzelf drie weken ‘VRIJ’ in. Vanaf maandag, had haar baas gezegd. Dat betekende met de huidge werkdruk dat ze alleen vandaag, vrijdag, nog moest werken. Ze liep de stapels op haar bureau door en werkte weg wat ze weg kon werken. De dossiers die te veel werk waren legde ze apart. Ze schreef op post-itjes wat er mee moest gebeuren en bracht die dossiers naar haar baas. Rond lunchtijd zocht ze op internet de vluchtmogelijkheden af. Ze twijfelde tussen Amsterdam en Rome. Ze zou eerst naar Thomas toe kunnen gaan en dan naar haar ouders. Ze zou ook eerst langs haar ouders kunnen gaan en dan naar Thomas. Of helemaal niet naar Thomas maar bij haar ouders haar autootje ophalen en naar Zuid-Frankrijk rijden met een kofferbak vol boeken en eten.
De vluchtmogelijkheden gaven geen doorslag. Eigenlijk kon ze vanuit Londen dit weekend nog overal heen vliegen. Ze probeerde Thomas te bereiken maar die nam weer eens niet op. Het werd een eentonig verhaal met die jongen en zijn bereikbaarheid.
Om half vier besloot ze de vlucht naar Rome te boeken van zaterdagochtend. Ze smste Thomas dat ze eraan kwam en of hij haar op kon halen. Daarna maakte ze en lijstje van spullen die mee moesten. Om half 6 verliet ze het kantoor. Op weg naar huis haalde ze bij Tesco de nodige voorrad voor de vlucht van morgen; flesjes water, appels en mueslirepen.
Thuis aangekomen zette ze eerst de wasmachine aan en begon toen haar koffer te pakken. Er moest veel mee want vanaf Rome wilde ze naar Nederland vliegen. Haar Blackberry ging over. Aan het display zag ze dat het Thomas was.
De vluchtmogelijkheden gaven geen doorslag. Eigenlijk kon ze vanuit Londen dit weekend nog overal heen vliegen. Ze probeerde Thomas te bereiken maar die nam weer eens niet op. Het werd een eentonig verhaal met die jongen en zijn bereikbaarheid.
Om half vier besloot ze de vlucht naar Rome te boeken van zaterdagochtend. Ze smste Thomas dat ze eraan kwam en of hij haar op kon halen. Daarna maakte ze en lijstje van spullen die mee moesten. Om half 6 verliet ze het kantoor. Op weg naar huis haalde ze bij Tesco de nodige voorrad voor de vlucht van morgen; flesjes water, appels en mueslirepen.
Thuis aangekomen zette ze eerst de wasmachine aan en begon toen haar koffer te pakken. Er moest veel mee want vanaf Rome wilde ze naar Nederland vliegen. Haar Blackberry ging over. Aan het display zag ze dat het Thomas was.
woensdag 5 maart 2008
CCVIII
‘Terug gaan naar Nederland? Mijn ex-vriendin is ontvoerd! Ik maak me zorgen om haar.’
DiMatteo haalde zijn schouders op. ‘Ik zie haar zus niet aan uw zijde hier in Rome. Zij is wèl naar huis gegaan en de mogelijke ontvoering van haar zus heeft haar niet terug doen komen.’
‘Ik neem deze ontvoering erg serieus,’ zei hij verbeten. ‘Misschien zou de politie dat ook kunnen doen.’
Hij zag even een woedende flits in de ogen van de inspecteur. ‘U verdoet uw tijd,’ zo ging hij verder, ‘met mij verhoren, terwijl ik hier niets mee te maken heb. Ik ben toch een pion? Waarom bemoeit u zich dan zo uitvoerig met mij en niet met degenen die echt achter deze ontvoering zitten?’
Zonder nog een woord te zeggen, draaide de politieman zich om en beende bij Thomas weg. O,o,o, dacht Thomas. Italianen en hun trots.Waarom hield hij zijn mond nu niet? Dit kon alleen maar tegen hem werken.
Hij liep de tegenovergestelde richting uit over straat en liet de zon op zijn gezicht schijnen. Toen hij zijn telefoon weer aanzette, kreeg hij meteen meerdere berichten binnen. Een smsje van Tamar en twee gemiste oproepen. Eén van zijn buurvrouw en één van Colin. Thomas snoof. Wijnand liet ook niks van zich horen en die had hem nog wel met Paolo opgezadeld. Hij besloot eerst Wil te bellen, dan had hij dat maar gehad. Zijn buurvrouw begon een heel verhaal af te steken over de post en een pakketje die ze voor hem bewaarde, maar Thomas kapte haar enigszins ongeïnteresseerd af en vroeg in plaats daarvan naar het welzijn van Rover. Toen hij had vernomen dat zijn kat het goed maakte, maakte hij beleefd een einde aan het gesprek en belde Colin. Die maakte hem vooral duidelijk dat hij dringend Tamar moest bellen.
DiMatteo haalde zijn schouders op. ‘Ik zie haar zus niet aan uw zijde hier in Rome. Zij is wèl naar huis gegaan en de mogelijke ontvoering van haar zus heeft haar niet terug doen komen.’
‘Ik neem deze ontvoering erg serieus,’ zei hij verbeten. ‘Misschien zou de politie dat ook kunnen doen.’
Hij zag even een woedende flits in de ogen van de inspecteur. ‘U verdoet uw tijd,’ zo ging hij verder, ‘met mij verhoren, terwijl ik hier niets mee te maken heb. Ik ben toch een pion? Waarom bemoeit u zich dan zo uitvoerig met mij en niet met degenen die echt achter deze ontvoering zitten?’
Zonder nog een woord te zeggen, draaide de politieman zich om en beende bij Thomas weg. O,o,o, dacht Thomas. Italianen en hun trots.Waarom hield hij zijn mond nu niet? Dit kon alleen maar tegen hem werken.
Hij liep de tegenovergestelde richting uit over straat en liet de zon op zijn gezicht schijnen. Toen hij zijn telefoon weer aanzette, kreeg hij meteen meerdere berichten binnen. Een smsje van Tamar en twee gemiste oproepen. Eén van zijn buurvrouw en één van Colin. Thomas snoof. Wijnand liet ook niks van zich horen en die had hem nog wel met Paolo opgezadeld. Hij besloot eerst Wil te bellen, dan had hij dat maar gehad. Zijn buurvrouw begon een heel verhaal af te steken over de post en een pakketje die ze voor hem bewaarde, maar Thomas kapte haar enigszins ongeïnteresseerd af en vroeg in plaats daarvan naar het welzijn van Rover. Toen hij had vernomen dat zijn kat het goed maakte, maakte hij beleefd een einde aan het gesprek en belde Colin. Die maakte hem vooral duidelijk dat hij dringend Tamar moest bellen.
CCVII
Het was heerlijk weer buiten. Het was droog en warm maar de regen hing in de lucht. Ze besloot naar de Thames te lopen. Daar aangekomen zocht ze een bankje op. Ze ging zitten en keek naar het water. Naar de enkele boot die op de rivier voer en naar de gebouwen aan de overkant. Het was tijd om een beslissing te nemen. Londen was leuk maar de advocatuur, nee, ze wilde iets anders. De komende weken zou ze moeten gebruiken om uit te zoeken wat ze wel wilde. Ze zou de tijd optimaal moeten benutten. Misschien moest ze vakantie opnemen om alle tijd te hebben om na te denken. Misschien moest ze een weekend naar Nederland en met Sam en Pat praten of met haar ouders. Na een half uur wandelde ze terug naar kantoor. Ze kocht een grote beker cappuccino bij de Starbucks en nam die mee naar binnen het kantoor in. Binnengekomen liep ze regelrecht naar het kantoor van haar baas. Hij was er nu wel en zat aan de telefoon toen hij haar naar binnen wenkte. Na een paar zinnen legde hij de telefoon neer.
‘Zou ik een paar weken vakantie op kunnen nemen?’ Het was eruit voordat ze erg in had.
Haar baas keek enigszins verbaasd. ‘Ja, uh, vakantie kan altijd. Maar wanneer, dat is de vraag.’
‘Ik zat te denken aan volgende week. Het is rustig nu. Het zou goed uitkomen.’
‘Wil je weer naar Rome? Heb je daar een vriendje? Ach wat, dat gaat me ook niets aan.’
Hij opende de elektronische agenda op zijn computer. ‘Ja, het is niet druk. Je hebt gelijk. Vanaf maandag kan ik je drie weken geven.’ Hij keek haar aan.
‘Dat is perfect. Ik zet het in de agenda.’ Ze draaide zich meteen om en liep weg.
‘Zou ik een paar weken vakantie op kunnen nemen?’ Het was eruit voordat ze erg in had.
Haar baas keek enigszins verbaasd. ‘Ja, uh, vakantie kan altijd. Maar wanneer, dat is de vraag.’
‘Ik zat te denken aan volgende week. Het is rustig nu. Het zou goed uitkomen.’
‘Wil je weer naar Rome? Heb je daar een vriendje? Ach wat, dat gaat me ook niets aan.’
Hij opende de elektronische agenda op zijn computer. ‘Ja, het is niet druk. Je hebt gelijk. Vanaf maandag kan ik je drie weken geven.’ Hij keek haar aan.
‘Dat is perfect. Ik zet het in de agenda.’ Ze draaide zich meteen om en liep weg.
dinsdag 4 maart 2008
CCVI
Het duizelde Thomas toen hij enigszins uitgeput naar buiten liep. Het bemoedigende schouderklopje van DiMatteo voelde hij amper en deed hem nauwelijks goed. Hij was blij dat het spervuur van vragen, geopperde ideeën en veronderstellingen voorbij was. Ze waren slim, die Romeinse politiemannen. DiMatteo die afstand hield en boven de partijen bleef; Fabrizzo, met zijn uitweidingen - en Carlo. Carlo, die na lang zwijgen ineens had toesloegen en hem als een verbale boksbal had gebruikt. Hij vroeg zich af hoe echte verdachten door dit drietal werden verhoord, want hij was niet bepaald zachtzinnig ondervraagd. Hij voelde zich smerig en snakte naar een douche en een borrel. In die volgorde. DiMatteo liep hem mee over de gang en leidde hem naar buiten. Daar hield de inspecteur hem staande.
‘Mijn excuses voor mijn collega’s,’ sprak hij minzaam. ‘Ze kunnen soms wat fel zijn.’
‘Gelul,’ antwoordde Thomas op ijzige toon. ‘Als leidinggevende had u in kunnen grijpen wanneer het u uitkwam. Denkt u nu echt dat ik dit spel niet door heb?’
DiMatteo wendde zijn ogen van hem af en leek even na te denken.
‘Ik koester geen verdenking tegen u,’ zei hij toen. ‘U bent hier in Rome in iets verzeild geraakt wat niets met u te maken heeft.’
‘Wat?’
‘Uw ex-vriendin heeft dit alles in gang gezet. Zij heeft Grimani verlaten en heeft geprobeerd het juweel te verkopen…’
‘Mijn juweel.’
‘Ik denk niet dat het eigendom zo definitief vastgesteld kan worden,’ sprak DiMatteo minzaam. ‘Maar haar amateuristische pogingen heeft niet alleen in uw land de aandacht getrokken, zoals u zult begrijpen.’
‘En waar wat dit verhoor dan voor?’
‘Verbanden leggen, uitpluizen wat uw rol was. Gelukkig voor u bent u maar een pion in dit hele gebeuren.’
Thomas liep rood aan. ‘Een pion?!?’ bracht hij verstikt uit.
‘Ga terug naar Nederland.’
‘Mijn excuses voor mijn collega’s,’ sprak hij minzaam. ‘Ze kunnen soms wat fel zijn.’
‘Gelul,’ antwoordde Thomas op ijzige toon. ‘Als leidinggevende had u in kunnen grijpen wanneer het u uitkwam. Denkt u nu echt dat ik dit spel niet door heb?’
DiMatteo wendde zijn ogen van hem af en leek even na te denken.
‘Ik koester geen verdenking tegen u,’ zei hij toen. ‘U bent hier in Rome in iets verzeild geraakt wat niets met u te maken heeft.’
‘Wat?’
‘Uw ex-vriendin heeft dit alles in gang gezet. Zij heeft Grimani verlaten en heeft geprobeerd het juweel te verkopen…’
‘Mijn juweel.’
‘Ik denk niet dat het eigendom zo definitief vastgesteld kan worden,’ sprak DiMatteo minzaam. ‘Maar haar amateuristische pogingen heeft niet alleen in uw land de aandacht getrokken, zoals u zult begrijpen.’
‘En waar wat dit verhoor dan voor?’
‘Verbanden leggen, uitpluizen wat uw rol was. Gelukkig voor u bent u maar een pion in dit hele gebeuren.’
Thomas liep rood aan. ‘Een pion?!?’ bracht hij verstikt uit.
‘Ga terug naar Nederland.’
Abonneren op:
Posts (Atom)
