vrijdag 14 september 2007

LXXXVIII

De dag verliep bepaald niet zoals hij verwacht en gehoopt had, bedacht Thomas zich, terwijl Luigi hen voorging naar een café. Thomas blikte even over zijn schouder naar Tamar. Hij had een paar keer zijn pas ingehouden om te zorgen dat hij naast haar liep, maar door de drukte op straat raakte ze steeds weer achterop. Luigi denderde maar voort. Hij had geroepen dat ze wat moesten gaan drinken met zijn drieën en was spoorslags op weg gegaan. Thomas vertrouwde het nog steeds niet. Waar zouden ze heengaan? Zouden daar meer bekenden op hem wachten?

Hij begon een hekel te krijgen aan die brede rug onder het smoezelige overhemd. Luigi had de onmiskenbaar sjokkende gang van een te dik lijf boven te smalle beentjes. Thomas vond dat hij er maar onverzorgd uitzag. Reden te meer om te vermoeden dat de Italiaan niet officieel aan het werk was geweest in het museum, maar er onverwacht en gehaast naartoe was gegaan. Waarom? Was hij getipt over hun aanwezigheid. Zo ja, door wie? Ineens draaide Luigi zich om, zodat hij bijna tegen hem aan liep.
‘Zullen we hier gaan zitten?’ zei hij. Zijn koffieadem walmde in Thomas’ gezicht, die om zich heen keek. Een heel gewoon terras met wat groepjes mensen, toeristen en Romeinen en een aantal lege plekken. Thomas koos een strategische plek uit, waardoor hij met zijn rug tegen de pui van het café zat en de straat goed in de gaten kon houden. Tamar ging zwijgend zitten en staarde demonstratief de andere kant op. Luigi boog zich naar hem voorover en zijn oogjes glommen vanachter zijn zweterige bril. ‘Mooi meisje. Ik dacht eerst dat ze Hannah was.’
‘Nee, dat is voorbij. Dit is Tamar. Haar zus.’
‘Ik zie de gelijkenis,’ zei Luigi. En met een veelbetekenende grijns. ‘Voer voor psychologen.’

Geen opmerkingen: