donderdag 27 september 2007

XCVII

Bianca was een kettingrookster. Iets anders kon Tamar er niet van maken. Die stomme vent van haar had Thomas meegenomen naar een ander deel van het huis en ze was achtergebleven met een wildvreemde vrouw in een rode ochtendjas die twee koppen boven haar uitstak. Ondanks haar lengte had Bianca een mediterraanse gratie en ze voelde zich lomp en onhandig in de ruime keuken. Met een slanke polsbeweging had Bianca haar uitgenodigd om aan de eettafel te gaan zitten en nu, een half uur en drie glazen heerlijke rode wijn later, praatten ze als oude vriendinnen. Bianca had een lage stem en ze sprak Engels met een onmiskenbaar Italiaans accent. Ze was ook een paar keer in Londen geweest en somde achteloos wat restaurants op, die Tamar wel kende en waarvan ze wist dat ze reteduur waren Ze zei het niet om indruk te maken, maar leek wel te willen benadrukken dat ze een vrouw van de wereld was. Tussen de grijze dampen van haar sigaretten door, bleek ze een gezellige praatster en een shopaholic te zijn. Tamar wist instinctief dat Pat en Sam haar geweldig zouden vinden. Bianca was… anders. Ze was een perfecte combinatie van stijl en vrouwelijkheid aan de ene kant en een soort stoermannelijke nonchalance aan de andere kant. Tamar was in haar leven –met name in de advocatuur - heel wat vrouwen met een sterk karakter en een uitgesproken mening tegengekomen, maar geen standaardtypering leek op Bianca vat te hebben. Wat zag ze toch in die kleine dikzak met zijn vieze voorkomen? Ze snapte er niets van. Misschien lag het aan de interesses die ze deelden, want ze kon zich niets bij enige romantische gevoelens tussen die twee voorstellen. Zeker niet met de manier waarop ze straks langs elkaar heen in de keuken hadden gebanjerd.

Geen opmerkingen: