dinsdag 4 september 2007
LXXIX
Behendig had Thomas bij het zoeken naar een café de garage van gister vermeden. Tamar wist dat ze in de buurt waren, en ze wist ook dat er in dat straatje genoeg eettentjes waren. Er zat zelfs een pub. Maar Thomas had niets gezegd en was doorgelopen. Opeens, toen ze over Cavour verder richting het centrum liepen, zag ze links van zich, aan het einde van een drukke verkeersweg het Coloseum liggen. Zinderend in de avondzon en de uitlaatgassen van de avondspits. Thomas sloeg rechts een straat in en links van haar stond ineens weer en kerk. Je struikelde letterlijk over de kerken in Rome. Ze liepen wat verder. Op een klein pleintje stond een fontein er omheen lagen terrasjes van cafés en ijssalons. Thomas liep naar een terrasje toe en vroeg, ´binnen of buiten, zon of schaduw?´. Het werd ‘buiten schaduw’ en samen bestelden ze een koude karaf witte wijn. En later nog één. En toen een bord eenvoudige pasta, en nog maar een karaf. De zon was gezakt en viel nu op de plek waar Thomas en Tamar zaten. Verwarmd door het laatste beetje zon van die dag schaterden ze het samen uit toen Thomas een perfecte imitatie gaf van zijn gedrag van die middag. Daarna schetste hij nog een aantal situaties waarin zijn vasthoudendheid was doorgeslagen in obsessief vasthouden en gaf zowel zijn eigen rol als die van een verbaasde apotheker in Zuid-Spanje weer. Op dat moment viel Tamar in en gaf een levensechte weergave van hoe Hannah op Thomas zou hebben gereageerd. ´Dat is eng, dat zei ze echt!´ zei Thomas. Hij keek er beduusd bij. Tamar glimlachte ‘Ik heb ook jaren met haar samengeleefd’. Thomas knikte. Misschien kende haar zus Hannah wel beter dan hij. ‘Mis je haar?’ vroeg hij. Tamar bleef even stil.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten