donderdag 13 september 2007

LXXXVI

‘Daar kun je niet zomaar op gaan zitten, hoor,’ zei hij waarschuwend. Hij had zijn woorden nog niet koud of hij hoorde iemand in het Italiaans tekeer gaan. ‘Hey stomme toerist, dat mag niet! Oh, hopeloos.’
Thomas grinnikte. Typisch Italiaans theater. Een dik mannetje kwam aangestommeld en begon Tamar uit te foeteren. Zou hij zich ermee bemoeien? Het kon nog een hele voorstelling worden, als er nog meer mensen zich in de discussie zouden gaan mengen. Hij keek om zich heen. Verschillende groepjes mensen bleven belangstellend staan. Tamar had een verschrikte blik in haar ogen en zat nog steeds op de rand van de fontein. Een breedgeschouderde Amerikaan stond te filmen, hoe de dikke Italiaan deed alsof hij plukken haar uit zijn hoofd wilde trekken.
‘Zoals ik zei: je mag daar niet zitten.’
Toen draaide de Italiaan zich om en sloeg Thomas’ hart een slag over. Luigi?!? Hij kreeg amper tijd om na te denken, want de Italiaan drukte zich kort tegen hem aan ter begroeting en begon vervolgens tientallen vragen op hem af te vuren. Wat hij hier deed, waarom hij niet gebeld had om te zeggen dat hij in Rome zou zijn, hoe het met hem ging. Hoe meer Luigi praatte, hoe achterdochtiger Thomas werd. Was dit wel toeval? Natuurlijk wist hij wel dat Luigi parttime in het museum werkte, maar nooit in het weekend. Dan zat hij met zijn vrouw Bianca in hun huis op het platteland vlakbij Viterbo. Zeker in de snikhete Romeinse zomer. Dus waarom was hij uitgerekend nu hier? Verontrustender nog, Luigi had amper blijk gegeven van oprechte verbazing toen hij hem herkend had. Zijn enthousiaste manier van doen was niet anders dan normaal, maar het kon in dit geval ook een manier zijn om te verhullen dat Luigi hier met een reden was.

Geen opmerkingen: