maandag 3 september 2007

LXXVIII

Ze vond de kerk mooi, al leek ze sceptisch te zijn over de authenticiteit van de boeien van Petrus. Maar het belangrijkste was, dat ze zijn bewondering voor het Mozes-beeld met de hoorntjes deelde. Zijn interesse was gewekt toen hij een jaar of negen was en uit de omvangrijke boekencollectie van zijn ouders een boek over Michelangelo vond. Urenlang had hij gefascineerd naar foto´s van het enorme beeld gestaard. Vooral op zoek naar het zelfportret van de kunstenaar dat naar verluid ergens in de baard verstopt zat. Hij had tot zijn 21ste moeten wachten tot hij hier voor het eerst had gestaan op een dispuutreisje. Niemand had met hem meegewild en hij had zijn vrienden met rollende ogen achtergelaten op een zonnig terras om naar San Pietro in Vincoli te gaan. Ook toen al was er een idioot systeem waarbij je geld moest betalen om de kapellen te kunnen bezichtigen. Er waren heel wat toeristen die die dag van zijn lires had geprofiteerd om ook naar het beeld te kijken. De Mozes had een verpletterende indruk op hem gemaakt, veel meer dan de gehypte David, die in verschillende uitvoeringen over heel Florence verspreid was.


Het deed hem deugd dat hij iets van zijn voorliefde op Tamar had kunnen overbrengen. Terwijl ze de kerk weer uitliepen, bedacht hij zich wrang dat hij haar gezelschap wel heel erg prettig vond. Het zou niet zo handig zijn als hij nu verliefd zou worden. Opnieuw echt verliefd. Zo kon hij Hannah nooit vergeten, als hij gevoelens voor de zus van zijn ex zou krijgen, terwijl hij met diezelfde zus zijn ex aan het zoeken was. Wat een ontzettend onmogelijke situatie. Hij kon moeilijk ontkennen dat hij zich tot haar aangetrokken voelde en volgens hem had Tamar dat ook wel door. Dat kon niet missen.

Geen opmerkingen: