‘Niet uitzetten!’ riep Tamar door het restaurant. Twee nonnen die vlakbij zaten, keken nieuwsgierig hun kant op. Thomas’ duim bleef boven het rode knopje zweven.
‘Iemand heeft jouw nummer per ongeluk gebeld. Die telefoon zit in een tas ofzo.’
‘Iemand?!? Wat dacht je van Hannah misschien?’
‘Je kunt toch terugbellen? Misschien hoort diegene dan de telefoon overgaan.’
‘Het nummer is afgeschermd. Het is vast Hannah. Geef terug!’
Ze graaide de telefoon uit zijn handen en begon hardop tegen de telefoon te praten. Thomas liet zich achterover zakken om door meer fysieke afstand de illusie te wekken dat hij niet bij haar hoorde en keek gegeneerd om zich heen. Hij grijnsde verontschuldigend naar de nonnen, wiens nieuwsgierigheid nu in ergernis leek om te slaan.
‘Hallo! Hallo! Hannah? Hoor je me? Hallo?’
‘Dat heeft geen zin.’
‘Misschien is ze ook wel ontvoerd! Dat weet je niet.’
Thomas ging met een ruk overeind zitten. Daar had hij nog niet aan gedacht. Hij hoorde zo vaak dat mensen onbedoeld het laatstgekozen nummer belden, dat hij niet aan andere mogelijkheden gedacht had. Een vriendinnetje, Anke, overkwam het zelfs heel vaak, omdat ze bij veel mensen bovenaan in hun telefoonlijstje stond. Wat als het inderdaad Hannah was?
‘Wat hoor je allemaal?’ vroeg hij ineens gespannen.
‘Ik hoor Italiaans. In een auto. Muziek. Een vrouwelijke artiest nu. Geen idee welk liedje. Ik ken het niet.’
‘Probeer nog eens wat te zeggen.’
Tamar riep heel hard de naam van haar zus. De ober keek verschrikt hun kant op, maar op Thomas’ sussende handgebaar bleef hij bij de bar staan.
Hij zag Tamar aandachtig luisteren. Haar ogen vernauwden zich tot spleetjes. Toen legde ze de telefoon neer. Ze slikte moeilijk.
‘Ik hoorde een man iets zeggen tegen iemand anders. Ik hoorde wat gerommel. Toen werd ineens de verbinding verbroken.’
vrijdag 14 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten