donderdag 13 december 2007

CLIII

Ze was het echt hartstikke zat. Maar haar scheldkanonnade leek weinig los te maken in Thomas. Zou het helpen om een potje te gaan huilen? Nee, waarschijnlijk niet. Als je jaren met Hannah was geweest maakte huilen en hysterie niet veel indruk meer. ‘Ok’ zei ze. We doen nog één laatste poging en dan bel ik Colin voor in ieder geval een ticket voor mijzelf.’ Thomas knikte. Ze liepen samen terug naar de auto en zochten in Vaticaanstad een restaurant waar ze rustig konden praten. Het was inmiddels bijna vijf uur en ze hadden, na een dag me alleen een ontbijt allebei flinke honger. In een straat vlakbij de hoge muren om het Vaticaan konden ze de auto kwijt en vonden een restaurantje. Aan een rustig tafeltje bestelden ze soep en twee grote glazen cola. Toen de serveerster weg was zei Tamar: ‘We kunnen nog een paar dingen doen. We kunnen DiMatteo bellen met een smoes. We kunnen Bianca bellen en om hulp vragen. We kunnen wéér langs de garage en vragen of zij iets weten. Posten voor haar huis heeft geen zin, ik denk niet dat ze daar nog terugkomt’. Thomas staarde zwijgend over haar schouder naar de uitgang van het restaurant. Hij wist het duidelijk ook niet. Toen ging Tamar’s telefoon over. Hij lag op tafel voor haar en bewoog door de trilfunctie wild heen en weer op het papieren tafelkleed. Ze werd gebeld door een nummer zonder nummerherkenning. Toen ze opnam hoorde ze alleen ruis. Ruis en het lawaai van een rijdende auto. Toen hoorde ze Italiaans gepraat op de achtergrond, net boven het geluid van de motor uit. De verbinding werd niet verbroken maar er werd ook door niemand iets gezegd. Minutenlang hoorde Tamar geruis, het geluid van een motor, twee mannenstemmen rustig pratend, op de achtergrond een radio met Umberto Tozzi.

Geen opmerkingen: