‘Ze hebben plek,’ rapporteerde hij, terug lopend naar de auto. Tamar stond naast de auto, tegen het portier aangeleund. ‘Ook voor twee personen.’
‘O nee,’ antwoordde ze meteen ferm. ‘Ik blijf niet. Ik moet naar huis. Toch?’
‘Het is al half zeven. Voordat je op het vliegveld bent… Geen idee of je nog wel een vlucht kunt krijgen.’
Tamar opende de deur en ging zijwaarts op de bestuurdersstoel zitten. Ze leunde naar voren en streek twee haarstrengen weg uit haar gezicht. ‘Ik weet het niet, hoor. Ik wil mijn zus vinden. Ik maak me echt zorgen, zeker na dat gedoe met die telefoon. Jij hebt haar ook niet eerder gevonden! Wat nu als ze nog maanden zoek blijft? Ik moet ook werken! Ik heb een baan en een huis in Nederland. Ik moet mijn huur betalen, ik kan niet onbeperkt in Rome blijven. Zometeen is mijn geld op! En dan?’
Hij hurkte voor haar neer en pakte haar handen vast. ‘Het komt wel goed. Geld is geen probleem. Ik hoef me pas over drie, vier jaar weer zorgen te gaan maken over mijn financiën.’
Ze glimlachte flauwtjes. ‘Ja, dat zal wel. Maar zoals ik net al zei: ik moet gewoon terug naar huis. Liefst vandaag nog. Maar ik wil ook Hannah vinden.’
‘Snap je nu mijn dilemma? Dat is ook waarom mijn nieuwe boek maar niet opschiet.’
‘Wil je niet vooral je hanger terug?’ vroeg ze wrang. Ze trok haar handen terug in een niet erg subtiel gebaar.
‘Ik wil Hannah niet terug als vriendin. Maar ik wil ook niet dat haar iets overkomt. En ik zal eerlijk zijn: ik wil het juweel terug. Het is niet van haar. Maar dat is niet de enige reden dat ik haar wil vinden. Ik wil ook graag weten waarom ze is weggegaan.’
dinsdag 18 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten