maandag 3 december 2007
CXLIV
Thomas beende weg door de hal van het vliegveld en liet Tamar achter bij de bankjes. Na een halve minuut draaide hij zich om en liep weer dezelfde weg terug omdat hij zich realiseerde dat hij nog steeds Tamar’s koffer achter zich aan sleepte. Hij zette resoluut de koffer voor Tamar’s neus, pakte zijn eigen weekendtas, keek haar even aan, draaide zich om en liep weer weg. Hij hoorde haar nog net ‘kinderachtig’ mompelen maar deed of hij het niet gehoord had. Bij de uitgang zag hij dat de twee agenten uit het zicht verdwenen waren. Om geen argwaan te wekken bij de taxichauffeurs besloot hij de bus naar Termini te nemen. Hij kocht een kaartje en stapte in de oude, muffe en veel te warme bus. Hij zou proberen erachter te komen waar Hannah kon zijn. Hij zou weer naar de garage gaan, naar San Giovanni in Laterano en misschien kon hij nog andere aanknopingspunten vinden. Hij voelde zich na vijf minuten peinzen in de stilstaande bus al wanhopig en hulpeloos. Waar nu weer te beginnen? Er tikte iemand met een ring op de ruit van de bus. Hij zag Tamar aan de andere kant van het glas staan. Ze keek hem recht aan en leek met iets heen en weer te bewegen in de hand waarmee ze op het raam had geklopt. Ze zei niks en Thomas voelde een lichte irritatie opkomen omdat ze daar maar zwijgend stond te zwaaien met iets. Met een sleutel? Wat moest ze? Ze trok haar wenkbrauwen op en wees naar rechts naar een parkeerplaatsje. Thomas stond geïrriteerd op van zijn stoel en liep naar de deur. ‘Ja?!’ sprak hij, niet al te vriendelijk. ‘Als je aardig doet mag je meerijden’. Ze wees naar een kleine rode Fiat Panda zag hij nu.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten