Thomas acteerde of hij niet meeluisterde, toen Tamar opnieuw haar baas ging bellen om uit te leggen dat ze twee dagen later pas weer op kantoor zou zijn. Hij had nog geprobeerd haar ervan af te houden, onder andere met het argument dat er toch niemand meer aanwezig zou zijn. Ze had hem ongelovig aangekeken.
‘Ten eerste is het in Londen een uur vroeger. En mijn baas werkt tot zeker acht of negen uur door.’
Uit het gesprek werd duidelijk dat haar baas echt niet blij was. Van de leuke wandeling waar hij op gehoopt had, kwam niet al te veel terecht. Ze had een verbeten trek om haar mond en ze sprak in korte, afgemeten zinnen. Toen ze het gesprek had beƫindigd, keek ze hem aan en begon ineens te grinniken.
‘Oei, dat was niet mis. Ik vraag me af hoe lang ik nog een baan heb daar.’
‘Vervelend,’ antwoordde hij zogenaamd meelevend, maar haar blik gaf aan dat ze wist dat hij dat nauwelijks meende.
‘Het is jouw schuld, hoor,’ riep ze vrolijk, ‘je hebt me meegesleept in een avontuur.’ Als een actrice in een stomme film vouwde ze haar handen voor haar borst en knipperde overdreven met haar ogen. Hij bromde maar wat, waarop ze nog harder begon te lachen. Ze haakte haar arm door de zijne en zei: ‘Ik begin de aantrekkelijkheid van jouw onbezorgde, ongebonden leven te zien.’
‘Onbezorgd? Ongebonden?’ sputterde hij tegen. ‘Ik schrijf en ik heb een kat.’
‘Ik heb mezelf altijd een druk opgelegd. Moeten presteren. Keihard werken. Rennen naar de volgende deadline. Altijd die druk. En de afgelopen weken heb je mijn hele leven op de kop gezet. We lopen door Rome, terwijl ik anders nu in Londen waarschijnlijk mijn computer had uitgezet, op weg naar een pizza en blikjes bier.’
donderdag 20 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten