maandag 17 december 2007
CLV
Na het telefoontje was de stemming om te snijden. In stilte aten ze hun bord pasta leeg. Thomas rekende zonder overleg met Tamar zwijgend af. Het was half zeven toen ze weer buiten stonden. De zon was al achter de huizen weggezakt en het werd frisser. De lucht was helder en er was geen wolk die de warmte van die dag vasthield. Tamar liep naar de auto en opende de deur. Thomas volgde haar en ging naast de bestuurdersdeur staan. ‘We rijden nog een keer langs haar huis. Daarna bel je Colin voor een ticket en zoeken we een hotel’ zei hij. ‘Jij blijft hier?’ vroeg Tamar. ‘Ik weet het nog niet. Misschien wel.’ Hij stapte in de auto en Tamar volgde zijn voorbeeld. ‘Zeg maar waar ik heen moet’ zei ze, terwijl ze de auto startte. Vrijwel zwijgend reden ze terug naar de Via Giulia. Het enige dat ze tegen elkaar zeiden had te maken met de route die ze moesten rijden. Deze keer reden ze vanaf de goede kant de straat in. Tamar minderde vaart terwijl Thomas uit het zijraampje tuurde. Voor de woning was nu geen spoor van politie meer te zien. Het was een gewone dichte deur zoals elke andere deur in de straat. Tamar reed bijna stapvoets langs het huis en gaf daarna wat meer gas. Aan het einde van de straat stuurde Thomas haar een paar keer links en rechtsaf, ze kwam langs het Colosseum, reden er een rondje omheen en sloegen toen rechtsaf een straat in. Ze reden een heuvel op toen Thomas haar rechts een parkeerpleintje op wees. Ze draaide de auto erin en zette hem stil. Ze stond op een stil verlaten plein voor weer een kerk. ‘Hier verderop zit een B&B. Ik vraag even of ze plek hebben’. Hij stapte uit.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten