Hij had geen flauw idee wat hij nu moest doen en waar hij nu heen kon gaan. Thomas wandelde met zijn rugzak om zonder doel door de Eeuwige Stad. Tamar was weggegaan. Zijn horloge vertelde hem dat haar vlucht nu zou moeten vertrekken. Voor zijn geestesoog zag hij haar het vliegtuig uitrennen om terug te komen. Maar met een wrange grijns bedacht hij zich dat dat zelfs voor een hersenspinsel erg onrealistisch was. Zou hij Luigi en Bianca op gaan zoeken? Dat zou een met drank overgoten festijn worden, waarbij Luigi hem voor de honderdduizendste keer voor zou houden dat Henry VIII een slechte keus was geweest voor een biografie. Bianca zou met haar ogen rollen en meer wijn of sambuca inschenken. Zijn telefoon begon te trillen. Enigszins verbaasd stond er ‘P&M thuis’ op de display. Waarom belden zijn ouders?
‘Met Thomas.’
‘Dag, jongen,’ hoorde hij zijn vader zeggen. ‘We hoorden dat je in Rome zit. Hoe kom je daar verzeild?’
‘Klopt. Hoezo, wie zei dat?’
‘Petra Mendel belde ons. Dat was wel een verrassing.’
Hij proefde het verwijt door de zachte Nijmeegse tongval heen.
‘Ja, ik had het moeten zeggen. Sorry.’
Zijn vader gromde iets onverstaanbaars. Petra?!? Waarom had Petra zijn ouders gebeld? Ze haatten elkaar. Fiasco’s, stuk voor stuk, de spaarzame keren dat de wederzijdse ouders in één ruimte waren gezet. Hij herinnerde zich die keer dat Hannah's moeder een losse opmerking maakte over "jezuïetenstreken". Dat escaleerde over en weer tot Hannah’s vader een sneer plaatste over belastingontduiking, waarop zijn vader riep dat hij de volgende keer een jood zijn papieren in zou laten vullen.
‘Hoe is het met mam?’
‘Goed. Het is mooi weer, dus ze is in de tuin, geloof ik.’
Geloof ik. Lieve hemel, dan ben je vijfendertig jaar getrouwd en dan gaat het zo.
maandag 24 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten