Ze had bijna twintig minuten met Colin getelefoneerd en was er niet veel wijzer van geworden. Colin had geen idee waar Hannah kon zijn en durfde na het busjesdebacle ook niemand meer in vertrouwen te nemen. Ze hadden eigenlijk gewoon terug moeten gaan. Zij naar Londen en Thomas naar Nederland. Hannah was niet te vinden en liet zich niet vinden. Dit was een zinloze excursie geworden. Colin had aangeboden tickets voor haar en thomas te zoeken voor morgenmiddag. Als er over een uur nog geen vooruitgang zou zitten in dit slepende verhaal zou ze het aan Thomas voorstellen. Ze smeet haar aantekeningen in het handschoenenkastje, stopte haar Blackberry in haar zak en stapte uit de auto. Ze liep naar de brede straat die voor het kerkplein langsliep en sloeg die rechtsaf in. Ze besloot zichzelf te trakteren op een ijsje. Toen daarna Thomas nog steeds niet bij de auto was aangekomen besloot ze nog maar een blokje om te lopen. Toen ging haar telefoon. Ze dacht dat het thomas zou zijn met nieuws, of Colin. Maar het was haar moeder zag ze op het display. Verbaast dat zij haar belde nam ze meteen de telefoon op.
‘Tamar, ben je in Rome? Hannah heeft ons gebeld.’
‘Wat? Wat.. Wat zei ze?’.
‘Ze klonk niet best. Ze leek gehaast en vroeg of wij wisten of jij in Rome was. Ze werd daarna onderbroken. Eerst hoorde we geruis en verkeer op de achtergrond, daarna niets meer. Heb je haar gezien?’
Tamar was sprakeloos. Of nou ja, bijna sprakeloos: ‘Ja, ik heb haar gezien, vanochtend. Maar ik weet niet of ze mij heeft gezien. Zei ze niet meer?’
‘Nee, de verbinding werd verbroken’. Ze stond verbaasd voor zich uit te kijken toen ze Hannah’s gehavende Mercedes langs zag rijden. Met achter het stuur een lange magere man met een baardje.
dinsdag 11 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten