Ze praatten elkaar snel bij over hetgeen er gebeurd was. Thomas was snel klaar, maar Tamar’s verhaal riep veel vragen op. Vooral omdat ze de man met het baardje al vaker had gezien. En waarom Hannah ineens haar ouders had gebeld.
‘Weet je,’ zei Tamar na een korte stilte. ‘Ik ben het helemaal zat.’ Haar stem klonk verslagen en vermoeid. ‘Zullen we niet gewoon terug naar huis gaan? Colin raadde dat ook aan. Wat kunnen we nu nog doen? Mijn moeder heeft Hannah mijn mobiele nummer gegeven. Misschien belt ze me wel. Tenslotte heeft ze me op kantoor ook al een keer gebeld. We vinden haar hier toch niet.’
‘Ik heb het gevoel dat we nu net ergens beginnen te komen.’
‘O ja?’ sprak ze en hij verbaasde zich over de honende toon in haar stem. ‘Waar komen we dan?’
‘We hebben haar gezien!’
‘Ja, voor jou is het misschien veel, dat je haar gezien hebt, omdat je haar al tijden aan het zoeken bent. Vergeet je niet dat dat ook voor mij geldt? Jij hebt een mooi leventje, beetje schrijven, beetje lezingen geven. Nergens aan gebonden zijn. Voor jou maakt het niet uit dat je een week in Rome zit!’
Haar stem werd steeds schriller en harder. ‘Maar ik heb een fulltime baan! In Londen! Mijn baas denkt nu al dat ik gek ben geworden, of dat mijn hele familie op sterven ligt! Ik ben het zat! Ik wil niet door Rome rennen als in een boek van Dan Brown! Ik wil niet ontvoerd worden door mensen die ik niet ken! Om één of andere stomme hanger!’
Even dacht hij dat ze zou gaan huilen, maar in plaats daarvan keek ze hem rustig aan.
‘Thomas, ik heb me nu lang genoeg mee laten slepen. Ik wil terug naar huis.’
woensdag 12 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten