‘Wat doen we nu?’ zei Tamar. Ze trommelde met haar vingers op het stuur van de Panda. ‘Nog een keer door de straat rijden?’
‘Laten we dat maar niet doen. Het wordt zelfs voor de stomste agent een beetje te opvallend als er tien keer dezelfe auto langs komt rijden.’
‘Je overdrijft.’
‘Misschien wel,’ sprak hij. ‘Maar wat wil je nog meer te weten komen? Er staat een politiebus en een agent voor de deur. In een busje zitten meerdere agenten. De rest is dus binnen. Misschien is DiMatteo er ook, of komt hij nog. Ik denk niet dat hij blij zal zijn om ons te zien.’
‘Ik ben geen kleuter, weet je. Dat belerende toontje bewaar je maar voor je lezingen.’
Toen hij niet meteen antwoord gaf, maakte ze een gebaar dat in Italië als zeer beledigend beschouwd werd. Hij lachte daar hartelijk om en ze lachte kort met hem mee. Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar, elk verzonken in hun eigen gedachten.
‘We moeten nu echt één en ander op een rijtje gaan zetten,’ zei Tamar ineens. ‘Er gebeurt zoveel, dat we alles op moeten schrijven.’
‘Ja, je hebt gelijk. En niet alleen de feiten, maar ook wat we denken te weten.’
Tamar was het daar mee eens. ‘Weet je wat ik me net zat te bedenken? Zou inspecteur DiMatteo meer weten dan wij denken? Hij heeft ons nauwelijks aan de tand gevoeld. En ik vond zijn vragen niet echt diep gaan. Alsof hij van ons geen antwoorden wilde hebben.’
‘Je leek het wel nogal met hem te kunnen vinden.’
‘Nou, ik vond het wel een leuke vent,’ zei ze guitig. ‘Hij is interessant en hij ziet er best goed uit.’
‘Die vent is halverwege de veertig!’
‘Hmmm,’ antwoordde Tamar. ‘Trouwens, heb jij Hannah’s auto zien staan?’
vrijdag 7 december 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten