In het hotel belde Tamar nog een keer met haar moeder. Tot zijn verbazing vroeg ze hem ook aan de lijn en praatten ze wat. De juiste woorden over en weer, beleefd uitgesproken condoleances en de even zo beleefde reacties. Achteraf schaamde hij zich dat hij er zelf niet aan gedacht had om haar te spreken te vragen. Haar ouders hadden ook wel wat anders aan hun hoofd dan zich druk maken over de stukgelopen relatie met Hannah en de manier waarop zijn ouders met hen gebotst hadden. Hij zuchtte. Haar stem had verrassend meelevend geklonken, alsof ze meer begaan was met hoe hij zich voelde. Toen hij had gezegd dat hij het vreselijk vond wat Hannah was overkomen, sprak ze rustig: ‘het is het ergste wat je kan overkomen, om je kind te verliezen.’ Juist de eenvoudige en neutrale manier waarop ze sprak, had hem geraakt.
De flesjes bier in de minibar konden zijn dorst ook niet lessen. ‘Zal ik wat bestellen?’ vroeg Tamar, nadat ze de inhoud van het koelkastje had geïnspecteerd. ‘Ik ben wel toe aan een fles wijn, of twee.’
Hij knikte. ‘Doe mij maar bier,’ riep hij naar haar rug, terwijl ze naar de telefoon naast het bed toeliep. Thomas wreef over zijn keel en voelde de ruwe stoppels. Hij wilde weg uit dit land, deze ellende vergeten. Wat was hij nu wijzer geworden? Hannah was dood, vrienden bleken niet te vertrouwen te zijn en het juweel was nog steeds zoek. Als de politie Grimani arresteerde, had hij het ding vast allang verstopt of verkocht. Eigenlijk kon het hem niet eens meer zoveel schelen op het moment. Erger was dat Hannah dood was. De zoektocht naar Hannah was altijd vervlochten geweest met het juweel. Het was ergens toch een soort spel geweest. Nu niet meer.
woensdag 23 april 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten