dinsdag 13 mei 2008

CCXXXVI

Thomas grinnikte en legde één hand achter zijn hoofd. ‘Soms kon ze wel een beetje typisch zijn, ja. Overigens is ze nooit onverdeeld positief over mij geweest.’
‘Was het zo erg? Nou ja, je was ook het eerste vriendje van Hannah dat over de vloer kwam.’
‘Misschien wilde je moeder me wel afschrikken omdat ze dacht dat ik beter verdiende dan Hannah,’ zei hij met een grimas.
‘Mij bijvoorbeeld?’ antwoordde Tamar plagerig.
Hij probeerde haar niet aan te kijken. Een wee gevoel trok door zijn buik. Het voelde haast wel alsof hij nog op de middelbare school zat. Als Hannah tussen de lessen door iets tegen hem zei, al was het maar ´hallo`, dan had hij hetzelfde gevoel gehad. Blijdschap vermengd met onvervalste misselijkheid. Dat gevoel dat ze bij hem op had geroepen, die magie en die macht waren verdwenen, voor altijd. Hij voelde Tamar naar hem kijken en hij kon haar niet langer negeren. Hij las iets peinzends in haar blik. Ze beet op haar onderlip, onzeker over de situatie. De donkere wolk gleed weer tussen hen in. Hannah’s aanwezigheid.
Hij zuchtte, verschoof wat op het bed en nam een slokje van zijn bier.
‘Wat is dit nou?’ hoorde hij haar zacht zeggen. Haar stem was hees.
‘Wat is wat?’ bromde hij terug, terwijl hij krampachtig naar het televisiescherm bleef staren. De documentaire over het Vaticaan was afgelopen. Er was nu een soort van discussieprogramma op. De presentator had een spiekkaart in zijn handen en was op heftige toon (ook al stond het geluid uit) een monoloog aan het afsteken tegen een oudere man. Geluidloos vormde zijn mond watervallen aan zinnen, waarbij hij zo ver naar voren leunde dat hij bijna voorover uit zijn stoel kukelde. Thomas vond dit tafereel ineens zo grappig, dat hij hardop begon te lachen.

Geen opmerkingen: