vrijdag 23 mei 2008
CCXXXVIII
Ze had zijn teleurgestelde gezicht wel gezien, dacht hij, maar ze ging gewoon door met het opruimen van de spullen. ‘Ruim jij het dienblad op?’ vroeg ze, terwijl ze met de bierflesjes wegliep en deze in het kleine prullenbakje naast de schrijftafel kieperde. Thomas knikte stom. Hij was pijnlijk getroffen door haar abrupte afbreking van hun avond. Kwam het door Hannah? Ongetwijfeld. Hij voelde zich heel nauw met haar verbonden, maar ze zouden elkaar nooit dichter kunnen naderen. In elk geval niet in deze situatie. Voor hij er erg in had, was ze haar eigen kamer in gegaan. Zonder hem fatsoenlijk welterusten te wensen. Het had de schijn van een soort vlucht. Met een diepe frons tussen zijn wenkbrauwen zette hij het dienblad op de tafel. Thomas deed het licht uit en begon zich in het donker uit te kleden. Hij liet zich naakt voorover op het bed vallen en trok het kussen onder zijn hoofd. Zou hij kunnen slapen? Onwillekeurig snoof hij Tamar’s geur op. Hij had het kussen gepakt dat zij vanavond gebruikt had. Hoe vaak had hij zich na Hannah’s vertrek niet op bed neergegooid en precies hetzelfde gedaan? Ineens verkrampte zijn gezicht en voelde hij zijn ogen branden. Hij wilde zich eraan over geven, flink janken om de spanning uit zijn lichaam te krijgen, maar er kwam niets. Zijn ogen bleven droog. Machteloos en gefrustreerd beukte hij met zijn vuist in op het matras. Zachtjes uiteraard, want hij wilde Tamar niet storen. Uiteindelijk viel hij een rusteloze slaap, waaruit hij twee keer wakker schrok met opduikende beelden van Hannah. ’s Ochtends voelde hij zich gebroken. Hij schuifelde naar de badkamer en zag dat Tamar al gedoucht had. Hij riep haar naam, maar er kwam geen reactie. Was ze al gaan ontbijten? Zonder op hem te wachten?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten