‘Ze zien ons aankomen bij de politie. We hebben al geen vrienden gemaakt, maar als we nu ook nog melden dat we een privé-detective hebben ingeschakeld en dat die nu ook vermist raakt...’
Er drong een hard geluid tot Thomas’ oren door, maar pas toen hij Tamar zag wijzen, realiseerde hij zich wat het was: de telefoon in de kamer ging. Verbaasd liep hij er naartoe. Wat was dit nu weer?
Het bleek de receptie te zijn. Er stond een rechercheur van politie in de lobby die hen wilde spreken. Thomas antwoordde dat ze eraan kwamen.
‘Waarom gaan we naar beneden?’ vroeg Tamar. ‘Hij kan toch ook hier komen?’
‘Ik ben liever in een openbare ruimte,’ zei Thomas grimmig. ‘Wie weet is het wel een soort valstrik.’
Tamar keek hem sceptisch aan.
‘Ik kijk nergens meer van op. Misschien is het Paolo wel, of iemand anders. Iemand die ook op het juweel uit is.’
‘Misschien is het Craven wel!’ riep Tamar uit. ‘Dat hij wat heeft gevonden en zich niet bloot wil geven als detective.’
Thomas reageerde niet. Dat vond hij wel heel optimistisch gedacht. Het gaf hem een naar gevoel om het te moeten overwegen, maar hij had een vermoeden dat de Welshman niet zomaar verdwenen was en hij vreesde voor diens gezondheid.
Ze namen de lift.
In de hal stond Fabrizzio hen op te wachten. Zonder veel inleiding deelde hij hen mede dat zijn collega’s in Viterbo bij het huis van Luigi en Bianca waren gaan kijken. Daar was het lijk van Alessandro Grimani aangetroffen. Hij had een schotwond in zijn hoofd en de conclusie luidde dat hij waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd.
‘Waarschijnlijk uit wroeging dat hij zijn geliefde had vermoord,’ zei Fabrizzio alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Thomas geloofde er geen woord van.
maandag 7 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten