dinsdag 1 juli 2008

CCXXXIX

Na het ontbijt besloot ze een rondje te gaan lopen. Het was pas 7 uur en om Thomas nu wakker te maken of te storen in zijn ochtendritueel leek haar geen goed idee. Ze trok haar vest strakker om zich heen en wandelde langs de receptie naar buiten. Het was fris buiten en het regende zachtjes. Ze liep naar beneden over de smalle straat van het hotel. Toen realiseerde ze zich dat ze geen idee had waar in Rome en in welk hotel ze eigenlijk verbleven. Ze draaide zich om en las de naam van het hotel op de gevel ‘Grand Hotel Olympic’. Daarna probeerde ze aan de gevels van de huizen een straatnaam te ontwaren. Via Properzio. Nog steeds had ze geen idee, maar de straat zou ze wel terug kunnen vinden.
Terwijl ze een rondje door de buurt liep, liet ze haar gedachten voor de zoveelste keer gaan over de gebeurtenissen van gister en de weken ervoor. Het was allemaal te veel om te bevatten. Haar enige zus was vermoord in Rome. Jarenlang had ze haar niet gesproken en net nu ze naar haar op zoek was gegaan ging ze dood. Ze voelde zich alleen. Aan de ene kant wilde ze dat haar ouders nu in de buurt waren, aan de andere kant kon ze hun verdriet er nu ook niet bij hebben.
Na een half uur stond ze weer voor het hotel. Ze liep naar binnen en nam de nauwe lift naar de eerste etage, waar hun kamer zat. Toen ze de kamer binnen kwam trof ze een chagrijnige Thomas aan. Hij vroeg waar ze geweest was en of ze niet even een bericht had kunnen achterlaten. Hij zat gedoucht en aangekleed op de rand van zijn bed.
‘Sorry, vergeten.’
‘Mooie boel’, bromde hij. Hij stond op en samen liepen ze naar de ontbijtzaal.

Geen opmerkingen: