vrijdag 4 april 2008

CCXXVI

Toen het eten eenmaal op tafel stond, bleek Thomas’ hongergevoel verdwenen. Ook Tamar leek niet veel zin meer te hebben na de eerste paar happen. De ober keek inmiddels af en toe bezorgd hun kant op, bang wellicht dat ze de antipasta en de salade niet lekker vonden. Thomas prikte lusteloos in wat knapperige slablaadjes, de pasta was nu lauw en wat hij ervan gegeten had, voelde als een deegklomp in zijn maag. Tamar had als bijgerecht een salade met rucola en hardgekookt ei, maar had het schaaltje nauwelijks aangeroerd. Misschien hadden ze niet naar het restaurant moeten gaan waar ze al eerder hadden gezeten. Toen ze nog op zoek waren geweest naar Hannah en alles anders was geweest. Gelukkig zaten ze niet op dezelfde plek, dat zou het helemaal onverdraaglijk hebben gemaakt.

Ze legde haar vork neer en veegde gedachteloos met haar vingertoppen een drupje dressing van de rand van haar bord en bracht het naar haar mond. Ze leek niet te merken dat hij naar haar keek. Hij voelde zich machteloos. De afstand tussen hen werd met elke zwijgende minuut groter, zo voelde hij. Alsof ze bij hem weg dreef. Zijn relatie met Hannah had de speelsheid en het flirten met Tamar weliswaar niet in de weg gestaan en hij had het idee gehad dat ze zich ook tot hem aangetrokken had gevoeld, maar juist ook vanwege Hannah was er voor hem altijd een drempel geweest. Misschien dat die in de loop van de tijd was verdwenen: hij had meermalen gedacht dat hij haar zou gaan zoenen. Nu Hannah er niet meer was, stond ze meer dan levensgroot tussen hen in.

Tamar keek hem onderzoekend aan. ‘Gaat het wel een beetje?’ vroeg ze met een frons. Hij maakt een nietszeggend handgebaar. Wat moest hij nu tegen haar zeggen?

Geen opmerkingen: