Ze zaten nog wat in hun eten te roeren maar leken allebei hun bord niet leeg te krijgen. Tamar at wat droog brood en staarde ondertussen voor zich uit over het pleintje.
‘Wanneer denk je dat ze begraven kan worden?’ Terwijl ze het vroeg, bleef ze in de verte staren.
‘Ik weet het niet.’ Zei Thomas. Hij bleef even stil maar ging toen toch verder: ‘Ze zullen haar nog wel even hier willen houden. En misschien wil de ambassade nog een autopsie doen. Het kan zo twee weken duren vrees ik.’
‘Ik weet helemaal niet hoe ze zou willen dat haar begrafenis eruit zal zien.’ Ze zei het bijna toonloos. ‘Hebben jullie het daar wel eens over gehad?’ Terwijl ze het vroeg draaide ze haar hoofd om en keek hem aan.
‘Nee. Nee. We hadden het nooit over dat soort dingen.‘
Toen bleven ze weer een tijd stil. Ongemerkt at Tamar nog wat ciabatta en Thomas besefte dat het spreekwoord ‘zien eten, doet eten’ toch echt opging want hij kreeg ook zowaar enige trek. Hij at wat van de sla van Tamar en een stuk brood.
‘We kunnen een nummer van haarzelf draaien’ stelde Thomas voor. Tamar knikte, dat was wel een goed idee ja.
‘En die ene foto die jij van haar hebt gemaakt in Barcelona bovenop die kerk, die kunnen we neerzetten bij de kist. Ze is daar heel mooi en volgens mij ook echt gelukkig.’
Thomas zweeg. Waarschijnlijk had ze er met haar opmerking voor gezorgd dat hij nu met zijn hoofd in Barcelona was met haar dode zus. Stom. Ze wist ook niet goed wat ze moest doen en zeggen. Het was allemaal zo onwerkelijk. Ze zou willen dat ze hier met Thomas zat terwijl ze op vakantie waren en verder niets.
maandag 7 april 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten