maandag 31 maart 2008

CCXXII

Kans om over de toestand waarin hun lichamen zich bevonden na te denken, kreeg hij niet, want precies op het goede (of verkeerde) moment nam Colin de telefoon op. Hij rolde voorzichtig opzij zonder Tamar pijn te doen. Hij wilde verder weg van haar draaien, maar ze schoof met haar rug tegen hem aan. Ze tastte met haar hand naar zijn arm en beduidde hem te blijven liggen. De telefoon was dicht genoeg bij zijn oor om de bezorgde Britse klanken op te kunnen vangen. Er was één moment waarop hij dacht dat ze zou gaan huilen, maar dat deed ze niet. Uiteraard was ze wel emotioneel toen ze nogmaals het treurige lot van haar zus beschreef. Thomas huiverde, maar niet van de kou. Hij voelde de druk van haar warme lichaam, de vorm van haar heupen en billen toen ze tegen hem aanlag. Het beeld van Hannah’s gezicht drong zich op. Zoals ze naar hem had gelachen op het strand, de strakke trekken als ze weer eens kwaad op hem was, de manier waarop ze zijn gezicht tussen haar handen nam als ze de liefde bedreven. Zoals haar gezicht eruit had gezien op die onderzoekstafel. De geur van Tamars haren drong in zijn neusgaten. Ze rook heerlijk. Waardoor hij weer huiverde. Colin stelde een aantal vragen, betuigde zijn medeleven, maar leek nauwelijks geschokt. Hijzelf eigenlijk ook niet achteraf. Hij geloofde er geen barst van dat Grimani haar in een vlaag van verstandsverbijstering had vermoord. Hij had het vast gedaan om het juweel in zijn smerige klauwen te krijgen. Dezelfde handen…
Tamar voelde zijn onrust, want ze aaide een paar keer over zijn onderarm en duwde haar lichaam verder tegen zijn heup. Hij tilde voorzichtig zijn arm op en streek wat haren weg van haar voorhoofd. Ze reageerde met een warme glimlach.

Geen opmerkingen: