Het duizelde Thomas toen hij enigszins uitgeput naar buiten liep. Het bemoedigende schouderklopje van DiMatteo voelde hij amper en deed hem nauwelijks goed. Hij was blij dat het spervuur van vragen, geopperde ideeën en veronderstellingen voorbij was. Ze waren slim, die Romeinse politiemannen. DiMatteo die afstand hield en boven de partijen bleef; Fabrizzo, met zijn uitweidingen - en Carlo. Carlo, die na lang zwijgen ineens had toesloegen en hem als een verbale boksbal had gebruikt. Hij vroeg zich af hoe echte verdachten door dit drietal werden verhoord, want hij was niet bepaald zachtzinnig ondervraagd. Hij voelde zich smerig en snakte naar een douche en een borrel. In die volgorde. DiMatteo liep hem mee over de gang en leidde hem naar buiten. Daar hield de inspecteur hem staande.
‘Mijn excuses voor mijn collega’s,’ sprak hij minzaam. ‘Ze kunnen soms wat fel zijn.’
‘Gelul,’ antwoordde Thomas op ijzige toon. ‘Als leidinggevende had u in kunnen grijpen wanneer het u uitkwam. Denkt u nu echt dat ik dit spel niet door heb?’
DiMatteo wendde zijn ogen van hem af en leek even na te denken.
‘Ik koester geen verdenking tegen u,’ zei hij toen. ‘U bent hier in Rome in iets verzeild geraakt wat niets met u te maken heeft.’
‘Wat?’
‘Uw ex-vriendin heeft dit alles in gang gezet. Zij heeft Grimani verlaten en heeft geprobeerd het juweel te verkopen…’
‘Mijn juweel.’
‘Ik denk niet dat het eigendom zo definitief vastgesteld kan worden,’ sprak DiMatteo minzaam. ‘Maar haar amateuristische pogingen heeft niet alleen in uw land de aandacht getrokken, zoals u zult begrijpen.’
‘En waar wat dit verhoor dan voor?’
‘Verbanden leggen, uitpluizen wat uw rol was. Gelukkig voor u bent u maar een pion in dit hele gebeuren.’
Thomas liep rood aan. ‘Een pion?!?’ bracht hij verstikt uit.
‘Ga terug naar Nederland.’
dinsdag 4 maart 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten