woensdag 5 maart 2008

CCVII

Het was heerlijk weer buiten. Het was droog en warm maar de regen hing in de lucht. Ze besloot naar de Thames te lopen. Daar aangekomen zocht ze een bankje op. Ze ging zitten en keek naar het water. Naar de enkele boot die op de rivier voer en naar de gebouwen aan de overkant. Het was tijd om een beslissing te nemen. Londen was leuk maar de advocatuur, nee, ze wilde iets anders. De komende weken zou ze moeten gebruiken om uit te zoeken wat ze wel wilde. Ze zou de tijd optimaal moeten benutten. Misschien moest ze vakantie opnemen om alle tijd te hebben om na te denken. Misschien moest ze een weekend naar Nederland en met Sam en Pat praten of met haar ouders. Na een half uur wandelde ze terug naar kantoor. Ze kocht een grote beker cappuccino bij de Starbucks en nam die mee naar binnen het kantoor in. Binnengekomen liep ze regelrecht naar het kantoor van haar baas. Hij was er nu wel en zat aan de telefoon toen hij haar naar binnen wenkte. Na een paar zinnen legde hij de telefoon neer.
‘Zou ik een paar weken vakantie op kunnen nemen?’ Het was eruit voordat ze erg in had.
Haar baas keek enigszins verbaasd. ‘Ja, uh, vakantie kan altijd. Maar wanneer, dat is de vraag.’
‘Ik zat te denken aan volgende week. Het is rustig nu. Het zou goed uitkomen.’
‘Wil je weer naar Rome? Heb je daar een vriendje? Ach wat, dat gaat me ook niets aan.’
Hij opende de elektronische agenda op zijn computer. ‘Ja, het is niet druk. Je hebt gelijk. Vanaf maandag kan ik je drie weken geven.’ Hij keek haar aan.
‘Dat is perfect. Ik zet het in de agenda.’ Ze draaide zich meteen om en liep weg.

Geen opmerkingen: