woensdag 5 maart 2008

CCVIII

‘Terug gaan naar Nederland? Mijn ex-vriendin is ontvoerd! Ik maak me zorgen om haar.’
DiMatteo haalde zijn schouders op. ‘Ik zie haar zus niet aan uw zijde hier in Rome. Zij is wèl naar huis gegaan en de mogelijke ontvoering van haar zus heeft haar niet terug doen komen.’
‘Ik neem deze ontvoering erg serieus,’ zei hij verbeten. ‘Misschien zou de politie dat ook kunnen doen.’
Hij zag even een woedende flits in de ogen van de inspecteur. ‘U verdoet uw tijd,’ zo ging hij verder, ‘met mij verhoren, terwijl ik hier niets mee te maken heb. Ik ben toch een pion? Waarom bemoeit u zich dan zo uitvoerig met mij en niet met degenen die echt achter deze ontvoering zitten?’
Zonder nog een woord te zeggen, draaide de politieman zich om en beende bij Thomas weg. O,o,o, dacht Thomas. Italianen en hun trots.Waarom hield hij zijn mond nu niet? Dit kon alleen maar tegen hem werken.
Hij liep de tegenovergestelde richting uit over straat en liet de zon op zijn gezicht schijnen. Toen hij zijn telefoon weer aanzette, kreeg hij meteen meerdere berichten binnen. Een smsje van Tamar en twee gemiste oproepen. Eén van zijn buurvrouw en één van Colin. Thomas snoof. Wijnand liet ook niks van zich horen en die had hem nog wel met Paolo opgezadeld. Hij besloot eerst Wil te bellen, dan had hij dat maar gehad. Zijn buurvrouw begon een heel verhaal af te steken over de post en een pakketje die ze voor hem bewaarde, maar Thomas kapte haar enigszins ongeïnteresseerd af en vroeg in plaats daarvan naar het welzijn van Rover. Toen hij had vernomen dat zijn kat het goed maakte, maakte hij beleefd een einde aan het gesprek en belde Colin. Die maakte hem vooral duidelijk dat hij dringend Tamar moest bellen.

Geen opmerkingen: