Het duurde even voordat haar koffer op de bagageband verscheen. De meest passagiers waren al naar de uitgang gespoed op zoek naar een bus of een taxi om hen naar het centrum van Rome te brengen. Toen ze naar de schuifdeuren van de aankomsthal liep zag ze, toen de deuren open en dicht gingen voor de mensen voor haar, Thomas al staan. Hij stond tien meter van de deuren, recht voor de uitgang. Hij keek met een schuin gebogen hoofd gebiologeerd naar de schuifdeuren. Ze wilde zwaaien toen de deuren weer een keer opengingen, maar iets hield haar tegen. Toen ze zelf door de deur heen liep zag hij haar pas. Hij wipte van zijn ene been op zijn andere been en rechtte zijn rug. Hij zag er slecht uit. Zijn ogen waren rood doorlopen en zijn huid leek wel grijs. Hij had zich niet geschoren en het leek alsof hij in zijn kleren had geslapen. Toen ze bij hem stond wilde ze hem zoen op zijn wang geven maar hij weerde haar af.
‘Tamar. Loop even mee’.Toen hij haar elleboog pakte en haar naar de linkerkant van de hal duwde zag ze DiMatteo even verderop staan. ‘Thomas wat is er? Wat is er aan de hand? Waarom is DiMatteo hier?’ Ze voelde de angst als een deken op haar neerdalen. Haar maag draaide om en haar handen begonnen te trillen. Thomas pakte haar beide armen beet en keek haar recht in haar ogen. ‘Tamar. Het spijt me.’ Zijn ogen liepen vol tranen. Ze had het gevoel dat haar benen onder haar weg zakte. ‘Tamar, Hannah, ze hebben haar gevonden.’ Ze keek over Thomas’ schouder naar DiMatteo. Ze keek terug naar het gezicht van Thomas. ‘Gevonden? Hoe bedoel je?’. Maar ze wist het al. Hannah was dood. Haar zus was dood.
dinsdag 18 maart 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten