maandag 10 maart 2008

CCXI

Toen er even een stilte viel in het gesprek zei ze: ‘Ik vlieg morgen naar je toe.’
Het werd stil aan de andere kant van de lijn. Ze kon Thomas bijna horen ademen.
‘Ik heb vakantie en een weekend de tijd om de boel op te lossen. We lopen alles nog eens na. Ik krijg van Craven nog informatie. We nemen contact op met DiMatteo desnoods en we vinden Hannah.’ Nog steeds zei Thomas niets.
‘Waarschijnlijk eindigt dit hele avontuur in een anticlimax. We vinden die zus van mij en ze wordt om een of andere reden boos op ons, gaat enorme stampij maken en het einde van het liedje is dat we dusdanige ruzie hebben dat we weer jaren niet met elkaar praten’.
‘Heb je al een hotel?’ Het was het eerste dat Thomas kon uitbrengen.
‘Uh nee. Ik heb nog geen drie uur geleden een vliegtuig geboekt. Dus dat is er nog niet van gekomen.’ Het kwam er enigszins gepikeerd uit.
‘Ik moet toch nog een hotel zoeken, dan boek ik er voor jou een kamer bij.’
‘Maar Thomas, hoeveel hotels heb je de afgelopen week nu gehad? Is het niet heel paranoïde om steeds te wisselen?’
‘Het lijkt me gewoon beter.’ Hij zei het nogal kortaf en ging daarna meteen over op een ander onderwerp. ‘Ik pik je op op het vliegveld. Dan rijden we daarna naar het hotel en droppen jouw spullen. Als jij nog inlichtingen van Craven krijgt maken we daarna een plan voor de dag.’
‘Ja, is goed’ zei Tamar.
‘Oh ik heb een wissel. Ik spreek je later op de avond nog wel even.’
Hij hing meteen op. Tamar legde zuchtend haar telefoon neer. Ze stond op om een foldertje van een afhaal Thai of Pakistaan te zoeken en eten te bestellen.

Geen opmerkingen: