donderdag 6 maart 2008

CCIX

Ze opende de elektronische agenda en zette er voor zichzelf drie weken ‘VRIJ’ in. Vanaf maandag, had haar baas gezegd. Dat betekende met de huidge werkdruk dat ze alleen vandaag, vrijdag, nog moest werken. Ze liep de stapels op haar bureau door en werkte weg wat ze weg kon werken. De dossiers die te veel werk waren legde ze apart. Ze schreef op post-itjes wat er mee moest gebeuren en bracht die dossiers naar haar baas. Rond lunchtijd zocht ze op internet de vluchtmogelijkheden af. Ze twijfelde tussen Amsterdam en Rome. Ze zou eerst naar Thomas toe kunnen gaan en dan naar haar ouders. Ze zou ook eerst langs haar ouders kunnen gaan en dan naar Thomas. Of helemaal niet naar Thomas maar bij haar ouders haar autootje ophalen en naar Zuid-Frankrijk rijden met een kofferbak vol boeken en eten.
De vluchtmogelijkheden gaven geen doorslag. Eigenlijk kon ze vanuit Londen dit weekend nog overal heen vliegen. Ze probeerde Thomas te bereiken maar die nam weer eens niet op. Het werd een eentonig verhaal met die jongen en zijn bereikbaarheid.
Om half vier besloot ze de vlucht naar Rome te boeken van zaterdagochtend. Ze smste Thomas dat ze eraan kwam en of hij haar op kon halen. Daarna maakte ze en lijstje van spullen die mee moesten. Om half 6 verliet ze het kantoor. Op weg naar huis haalde ze bij Tesco de nodige voorrad voor de vlucht van morgen; flesjes water, appels en mueslirepen.
Thuis aangekomen zette ze eerst de wasmachine aan en begon toen haar koffer te pakken. Er moest veel mee want vanaf Rome wilde ze naar Nederland vliegen. Haar Blackberry ging over. Aan het display zag ze dat het Thomas was.

Geen opmerkingen: