dinsdag 1 april 2008

CCXXIII

Het telefoongesprek met Colin was kort geweest. Toen hij had neergelegd was ze op haar knieën op het bed gaan zitten op zoek naar een flesopener. Thomas probeerde al liggend in de richting van de minibar te graaien maar viel daardoor bijna van het bed af. Hij ging tenslotte naast de minibar zitten om achter het ding zelf en onder het bed naar de flesopener te zoeken. Toen het hem te lang duurde stond hij geïrriteerd op en zocht zijn sleutelbos.
‘Had Colin nog iets te melden? Belt hij Leslie Craven?’ vroeg Thomas terwijl hij de twee bierflesjes opende met zijn sleutelbos.
‘Nee niet echt. Hij wenste ons sterkte. Hij had Leslie niet gesproken vandaag. Kreeg hem niet te pakken en ook zijn secretaresse niet.’
‘Mooie boel is dat, wat kost die man?’ bromde Thomas.
Hij gaf Tamar het flesje bier en ging op de rand van het bed zitten.
‘Zullen we zo maar die stapel formulieren van de ambassade invullen? Dan brengen we het langs die dame met een taxi en proberen dan wat te eten. Je hebt nog niks gehad vandaag en zit nu al aan het bier.’ Tamar knikte. Hij had gelijk. Ze vulden samen zittend op het bed alles in, wat ze zo snel niet wisten lieten ze open. Zo hadden ze bijvoorbeeld geen paspoortnummer van Hannah. Als adres voor de kist vulde Tamar het adres van haar ouders in. Nadat Thomas alle papieren geordend had en in de envelop had teruggedaan, belde hij nog één keer DiMatteo. Die leek duidelijk geïrriteerd over zijn telefoontje, hij lag waarschijnlijk te slapen want hij klonk hees en bromde iets van ‘zaak opgelost. Geen feiten meer. Bel anders Fabrizzio,’ en legde toen meteen neer. Thomas stond op, rekte zich uit en pakte een schoon overhemd uit zijn koffer.

Geen opmerkingen: