donderdag 21 februari 2008
CIC
Om zeven uur ’s ochtends zat ze keurig aangekleed, haar haar geföhnd, netjes opgemaakt en klaarwakker op haar werk. Ze had al drie koppen koffie op en alle e-mail weggewerkt. Ze had alle WPNR’s, NJB’s en NTBR’s van de afgelopen weken gelezen en keek nu verveeld uit het raam. Ze moest onwillekeurig steeds denken aan de lichtontvlambare Jumper uit haar droom. Ze pakte haar Blackberry en tikte een smsje: ‘Ik heb van je gedroomd vannacht. We waren samen een levensgrote brandende kat aan het blussen’. Ze drukte op ‘send’. Raar dat ze zoveel aan die kat moest denken. Blijkbaar was het de tijd voor sentimentele herinneringen Zijzelf was helemaal weg geweest van het beest, Hannah daarentegen had er niets van moeten hebben. Ze zei vaak als Jumper zijn kopje tegen haar been duwde ‘Ja, nu vind je me nog aardig, maar wacht maar tot ik later een rijke man heb en van jou en je vriendjes een mooie jas laat maken.’ Toen zat het er dus al in blijkbaar. De voorliefde van Hannah voor rijke mannen. Ze herinnerde zich dat ze op een vakantie in Frankrijk eens samen in Parijs op het Place Vendôme hadden staan wachten op hun ouders die in een galerie een of ander kunstwerk stonden te bestuderen. Hannah had toen een oudere man aangewezen die op een terrasje koffie zat te drinken. Elke twintig minuten kwam er een veel jongere blonde vrouw een tasje met kleren naast hem neerzetten om vervolgens weer een winkel in te verdwijnen. ‘Zo’n man wil ik later ook’ had Hannah toen gezegd. Ze was toen hoogstens veertien geweest. Haar Blackberry begon rondjes te draaien op haar bureau. ‘Zo droom je al van me nu. Jammer van die brandende kat, we hadden vast leukere dingen kunnen doen samen dan een kat blussen.’
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten