‘Het onderzoek gaat voort. Ik kan er natuurlijk niet al te veel over zeggen,’ zei DiMatteo verontschuldigend, zwaar leunend op hun tafeltje, ‘maar ik hoop dat Hannah Mendel snel weer gevonden is. We denken dat Grimani haar heeft meegenomen naar één van zijn huizen. Het is moeilijk om erachter te komen wat hij precies in bezit heeft. Stromannen enzo.’
‘Dat klinkt als een criminele organisatie.’
De politieman reageerde niet, maar zei in plaats daarvan: ‘Hoe gaat het met u? Bent u nog van plan lang in Rome te blijven?’
Thomas schokschouderde. ‘Weet ik niet.’
‘Wat wilt u hier nog doen? Wachten tot wij Hannah Mendel gevonden hebben?’
‘Misschien.’
‘Ga naar huis terug, naar Holland. Wie weet komen ze straks naar u zoeken.’
‘Wie zijn "ze"?’
DiMatteo grimaste. ‘Grimani en zijn compagnons. Weet u, ik had in eerste instantie geen moment het verband gelegd tussen haar ontvoering en Alessandro Grimani. Zelfs toen toen we wisten dat het om een man met een baard ging. Ik kon me niet voorstellen dat hij ermee te maken had.’
‘Waarom niet?’
Aarzelend sprak DiMatteo: ‘Ik had eerder het idee dat één van zijn zakenpartners via haar een boodschap wilde doorgeven.’
‘Dat is allemaal heel interessant, maar ik wil alleen maar weten waar ze is. En of jullie er alles aan doen om haar te vinden.’
‘U drinkt niet alleen koffie met mij. U bent ook gezien samen met Paolo Nesti.’ Een ironisch lachje dat Thomas niet kon duiden, gleed over het gezicht van de inspecteur.
‘Paolo Nesti. Thomas proefde de naam op zijn tong.
‘U hebt koffie met hem gedronken, zoals u nu ook koffie met mij drinkt. Hoe kent u hem?’
‘Via een gemeenschappelijke vriend in Nederland.’
DiMatteo zuchtte. Zijn gezicht stond somber. ‘Ik moet u helaas vragen mee te gaan naar het politiebureau.’
maandag 25 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten