DiMatteo maakt een weids gebaar met zijn rechterarm.
‘Romeinen, Renaissance, Agrippa, Bernini… Het maakt me trots om hier te wonen, deel uit te maken van dit volk.’
Thomas knikte. ‘Ik kan het me voorstellen.’
‘Echt?’ vroeg de inspecteur met een schuin gehouden hoofd. ‘De erfenis van de geschiedenis zit in ons bloed. Het is een nationale trots. Hebben ze dat in Nederland wel?’
Thomas glimlachte. ‘Enigszins. Meestal als het nationale voetbalteam speelt.’
DiMatteo’s ogen lichtten op. ‘Jullie hebben heel wat goede spelers voortgebracht. Cruijff, bijvoorbeeld.’
De uitspraak van de Verlosser ging niet helemaal goed, maar Thomas was te druk bezig om zich af te vragen of DiMatteo soms vrienden met hem wilde worden om erop te letten.
‘Van Basten, Gullit, Rijkaard. Jammer dat ze voor AC speelden.’ De politieman trok een vies gezicht.
‘Geen fan, begrijp ik,’ antwoordde Thomas. ‘Lazio of AS?’
‘AS, natuurlijk. Er is geen..’
DiMatteo greep naar zijn colbertjasje. ‘Moment, ik heb telefoon.’
Thomas draaide zich om en keek over het volle plein langs de cafeetjes over de gezichten van ijsjeslikkende toeristen en de onvermijdelijke groep Japanse toeristen. Vlakbij stond een knap meisje van een jaar of zeventien geduldig te wachten, terwijl een donker gekleurde straatverkoper vlechtjes in haar lange bruine haar legde. Twee vriendinnen stonden giechelend toe te kijken. De linkse droeg een lichtgrijs t-shirt met in rode letters ‘TJHS’ erop. Thomas vroeg zich af wat dat betekende en toen hun blikken elkaar kruisten, besefte hij pas dat ze vast dacht dat hij naar haar borsten stond te staren. Hij wendde enigszins gegeneerd zijn ogen af. Achter zich hoorde hij DiMatteo iets onverstaanbaars in zijn telefoon mompelen. Hij keek om. De inspecteur stond met zijn gezicht naar het Pantheon te bellen. Pas een paar minuten later was hij klaar. ‘Koffie?’ zei hij met een vermoeide glimlach.
woensdag 20 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten